Minstens 86 doden bij aanslag in Turkse hoofdstad Ankara

Foto Tumay Berkin / Reuters

Bij een dubbele bomaanslag in de Turkse hoofdstad Ankara zijn vanmorgen ten minste 86 mensen om het leven gekomen. Ook zijn er meer dan 186 mensen gewond geraakt, zo meldt de Turkse minister van Gezondheidszorg aan persbureau AP. Op het moment van de ontploffingen vond een bijeenkomst van een Koerdische en pro-Koerdische partijen en organisaties plaats.

Eerder sprak het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken nog van 30 doden. Volgens de hoofdaanklager zijn er sindsdien in het ziekenhuis echter nog eens 17 mensen overleden. Volgens de Turkse regering zou de aanslag zijn gepleegd door een man met een bomgordel.

Overleg tussen premier en veiligheidsdiensten

De aanslag vond plaats bij het belangrijkste treinstation van de stad, waar op dat moment een vredesmars gehouden werd. De aanwezigen wilden zo hun zorgen uiten over het gewapende conflict tussen de Turkse overheid en de Koerdische terreurbeweging PKK, dat de laatste weken weer hevig is opgelaaid.

De Turkse premier Ahmet Davutoglu heeft naar aanleiding van de aanslag onder meer de veiligheidsdiensten, lokale autoriteiten en verscheidene ministers bijeengeroepen voor een crisisberaad. Over het motief van de daders is nog niets bekend.

Pro-Koerdische partij: wij waren doelwit

President Erdogan noemde de aanslag in een schriftelijke reactie een daad die “gericht is op de vrede in ons land”. Hij stelde dat solidariteit en vastberadenheid de beste manier is om met zo’n aanslag om te gaan.

Volgens de pro-Koerdische oppositiepartij HDP probeerden de daders met de aanslag specifiek hun partij te treffen. Toen zij zich opbliezen stonden ze namelijk midden in een groep met HDP-aanhangers, zo schrijft de partij in een verklaring. “We denken daarom dat wij het voornaamste doelwit waren.”