Dit zijn de slimste opkopers van Nederland

Foto Robin Utrecht

Een zeldzaam interview met de topmannen van Waterland, één van de best presterende private-equityfondsen ter wereld. “Dat rendement is ook nodig om jullie pensioen te betalen.”

Ze vinden dat ze bedrijven “zonder meer” beter, sterker en efficiënter achterlaten dan hoe ze ze aantroffen. Dat ze banen scheppen, ondernemers vooruit helpen, marges vergroten en marktleiders creëren. Topman Rob Thielen (54) van private-equityfonds Waterland en zijn Vlaamse opvolger Frank Vlayen (49) vinden ook dat er “heel wat aan public relations” is te doen in hun vak. Want de reputatie van private equity is er niet naar.

In 1999 begon Rob Thielen Waterland “met niets”, in zijn geval de 1 miljoen gulden spaargeld die hij verdiende als bedrijfsadviseur. Inmiddels staat Thielen in de Quote 500 met 300 miljoen euro en heeft Waterland 4,1 miljard euro onder beheer. Daarmee koopt de grootste private-equityfirma van Nederland bedrijven op, bouwt ze uit en verkoopt ze weer – uiteraard graag met veel winst. In de loop der jaren stapte het in zo’n 60 bedrijven waarmee het 330 overnames deed: van administratiekantoor voor brievenbusbedrijven Intertrust dat deze maand naar de beurs gaat en fitnessketen HealthCity tot gokhallengroep Jack’s Casino.

Dat gaat Waterland goed af. Het fonds is er volgens toonaangevend onderzoek van de Franse businessschool HEC en Dow Jones zó goed in dat het al jaren tot de meest succesvolle private equity-bedrijven ter wereld behoort. In de laatste lijst staat Waterland op nummer 2, het behaalt hogere rendementen dan Angelsaksische reuzen als V&D-eigenaar Sun Capital. Thielen heeft de dagelijkse leiding net overgedragen aan Vlayen, hij blijft aan als voorzitter.

In de politiek en de publieke opinie daarentegen worden private equity-bedrijven weggezet als sprinkhanen. Ze vreten bedrijven kaal en laten ze vol schuld achter. PvdA-Kamerlid Henk Nijboer presenteerde onlangs een initiatiefwet om de sector aan banden te leggen. Waterland wordt er expliciet in genoemd vanwege de ophef dit jaar rond het ‘superdividend’ van 183 miljoen euro dat het bedrijf uit de geprivatiseerde afvalverwerker Attero haalde.

In een zeldzaam interview op kantoor van het ingehuurde communicatiebureau - “pr zit niet in de private equity-mens” – gaan Thielen en Vlayen in op het succes van Waterland én op het imago van private equity.

Hoe vindt u het om sprinkhaan genoemd te worden?

Thielen: “Ik vind het vreselijk en we voelen ons niet aangesproken door deze volstrekt onterechte benaming. Kijk eens wat wij aantoonbaar hebben gedaan. Bedrijven waar wij in investeren groeien gemiddeld met 14 procent per jaar, de werkgelegenheid ook. We hebben ondernemingen gemaakt die wereldwijde marktleiders zijn geworden.”

Welke dan?

Thielen: “Nou, Intertrust is een wereldwijde marktleider bijvoorbeeld. Wij kochten dat kort na de collapse op Wall Street, iedereen was doodsbang. Maar wij dachten dat het systeem overeind blijft. Sprinkhanen zie ik echt als iets anders. Dat zag je vooral vroeger, met name in Amerika. Asset strippers kochten bedrijven om ze leeg te roven. De prijs was tien, maar als je de componenten bij elkaar optelde kwam je tot honderd. Dus kochten ze het hele bedrijf en hielden ze uitverkoop van de componenten. Waterland opereert niet zo en ik denk je het elders ook steeds minder ziet. De strategie rendeert gewoon niet goed.”

Als fondsen niet meer zo werken, waarom zwelt de kritiek dan aan?

Thielen: “Ik heb het gevoel dat mensen voortdurend vergeten dat we in Nederland en Europa in vrijemarkteconomieën leven. De geschiedenis heeft ons geleerd dat de vrijemarkteconomie het meest succesvolle model is, de rest heeft allemaal gefaald. En bij dat model horen nu eenmaal plussen en minnen. Waarom zwelt de kritiek aan? Omdat we in een wereld leven waarin we niet altijd bereid zijn om de beloning toe te kennen aan die partijen die het meeste bijdragen en risico’s nemen. Dat denken groeit en is contraproductief.”

Eind 2013 verkochten 116 Nederlandse gemeenten en 6 provincies afvalbedrijf Attero voor 170 miljoen aan Waterland. In 2014 keerde de nieuwe eigenaar Waterland zich 128 miljoen dividend uit, in maart 2015 nog eens 55 miljoen euro. “Er is dus binnen twee jaar al meer uitgekeerd dan in Attero is geïnvesteerd”, schrijft PvdA-Kamerlid Nijboer in zijn initiatiefwet.

Jullie worden expliciet genoemd als illustratie van de uitwassen van private equity.

Vlayen: “Ja, en met een bedrijf dat het niet verdient. We hebben Attero gekocht in een veiling, een competitief proces dat we wonnen met het beste voorstel. We hebben veel geïnvesteerd in Attero: vorig jaar 60 miljoen euro, dit jaar bijna 100 miljoen en volgend jaar 85 miljoen. We zijn echt bezig met de groei van het bedrijf. De schuldgraad is bovendien enorm laag, minder dan één keer de cashflow. Wij vinden bovendien dat het niet controversieel moet zijn dat wij uit de reserves dividend uitkeren. Een aandeelhouder heeft gewoon recht op dividend.”

Thielen: “Daar zie je weer dat denken over markteconomieën in de samenleving”. Kamerlid Nijboer noemt hij “minder goed geïnformeerd” over de voorbeelden die hij aanhaalt.

Het dividend kwam deels uit reserves voor het onderhoud van stortplaatsen. Thielen: “De gemeenteraden waren als de dood om verplichtingen niet na te komen, dus die reserveerden voorzieningen die heel fors waren.”

De kritiek is dat het reserves zijn die met belastinggeld zijn opgebouwd.

Vlayen: “De overheid heeft het bedrijf verkocht mét de reserves erin. Het is niet alsof we het als een dief in de nacht gekocht hebben.”

Zagen de concurrenten die reserves dan niet?

Thielen, een tikje geïrriteerd: “Niet noodzakelijkerwijs. Voor wij een investering doen duiken we heel diep in markten en weten we er soms meer van dan ondernemers zelf. Dan zie je de risico’s, maar ook de opportuniteit beter.”

Vlayen: “Je kunt ons niet verwijten dat we te weinig betaald zouden hebben.”

De reactie van Waterland op de ophef rond Attero:

Vlayen deelt een A4-tje met staatjes rond.

“Kijk, we houden zelf ook bij waar het rendement vandaan komt als we een bedrijf verkopen. Meer dan de helft komt uit het versterken van de marktpositie. Een deel uit organische groei. En maar tien procent komt uit het gebruik van leverage, geleend geld dat het bedrijf terug moet betalen. Dat is echt heel weinig.”

Een afvalverwerker, revalidatieklinieken, riviercruises, kinderopvang, uitvaartcentra, golfbanen en verzorgingstehuizen – de collectie van Waterland is onnavolgbaar.

Dat lijkt alleen maar zo, zegt Thielen. In 2000 had hij “anderhalf jaar lang de markt afgebedeld” en 40 miljoen verzameld van onder meer Shell Pensioenfonds en Delta Lloyd. Zijn eerste aankoop was een uitvaartonderneming.

“Wat mij al heel lang duidelijk was, is dat er een enorme vergrijzing zit aan te komen. Dus zaten we te filosoferen: wat betekent dat? Dan beginnen we aan het einde van de rit: er gaan meer mensen dood. Oké, dus we gaan naar uitvaartcentra en crematoria kijken. Wat gebeurt er daarvoor? Dan zitten mensen in een verzorgingstehuis. En dáárvoor? Dan krijgen mensen te maken met handicaps: mobiliteitshulpmiddelen. En daarvoor worden ze ouder, maar willen ze er wel beter uitzien. Cosmetische klinieken.”

Vergrijzing is op dit moment goed voor de helft van het portfolio van Waterland.

Waterland heeft zo nog een paar “megatrends” geïdentificeerd: outsourcing, leasure & luxury en duurzaamheid. In die vier sectoren investeert het. Mits de markten “gefragmenteerd” zijn, zegt Thielen. Een veld vol kleine bedrijfjes zonder koploper, zoals apothekers, fitnesscentra, verzorgingstehuizen. Waterland stapt dan zelf af op de ondernemer die marktleider wil worden, steekt geld in zijn bedrijf en laat het mede door overnames razendsnel groeien. Na 5 tot 7 jaar verkoopt Waterland het bedrijf weer.

Dat klinkt niet als rocket science.

Thielen: “Dat is het ook niet. We hebben een strategie en houden ons daaraan. Dat is uitzonderlijk in private-equityland. Velen kijken gewoon of er iets moois voorbij komt. Bovendien denken we als ondernemers. De meesten bij ons komen uit een ondernemersgezin of hebben ondernemersverantwoordelijkheid gehad.”

Zijn bedrijven in nood extra interessant?

Vlayen: “Nee, bijna alle investeringen die we doen zijn in bedrijven die het al goed doen.”

Thielen: “Een ding moeten we duidelijk maken: we zijn geen saneer-investeerders van het type: dit bedrijf is onrendabel, dat kunnen we verbeteren. Dat vindt ook plaats, maar het is niet de primaire driver. Dat is: welke ondernemer heeft de potentie en de wil om marktleider te worden. Want in het bedrijfsleven is het vaak eten of gegeten worden.”

Zijn er bedrijven waar jullie niet in stappen?

Thielen: “Ja, een investering moet passen binnen onze criteria. Dit sluit bijvoorbeeld investeringen uit in zaken als drugs, alcohol, vuurwapens en pornografie. ”

Maar wel gokken?

Thielen: “Ja, gokken, kijk, dat is lastig te bediscussiëren. Wat is schadelijk voor de mens en wat niet? Laten we zeggen: excessief gokken is uiteraard niet goed. Maar in Nederland en België heb je hele geavanceerde wetgeving voor consumenten, ik ken de details niet, maar als je vaker dan drie keer per week binnenkomt krijg je gratis een psycholoog.”

Vlayen: “En bepaalde beroepscategorieën zijn uitgesloten.”

Thielen: “Het is zó gereguleerd.”

Vlayen: “Het is ook meer entertainment hè? In België gaat vaak om kleine bedragen bij sportweddenschappen. En vergeet niet dat de overheid het zelf ook doet met Holland Casino.”

Met wiens geld investeren jullie eigenlijk?

Thielen: “Ja, dat vergeet men ook nog wel eens. 90 procent van ons kapitaal komt van pensioenfondsen. Dat rendement waar men zo tegenaan hikt is vaak ook het rendement dat nodig is om jullie pensioen te betalen.”