Diplomatie met kleine deeltjes

Kleine deeltjes kunnen grote mogendheden bijeenbrengen. Het Nobelprijscomité bekroonde deze week de ontdekking van raadselachtige eigenschappen van neutrino’s in ondergrondse laboratoria in Japan en Canada. Ondertussen wachten natuurkundigen in het Europese laboratorium CERN in spanning op de resultaten van de Large Hadron Collider (LHC). Andere onderzoekers kijken alweer veel verder vooruit. Zij willen een nog grotere deeltjesversneller bouwen, wel vier keer zo groot als de LHC, met een omtrek van 100 kilometer. En ze weten precies waar: in China.

Deze maanden probeert een internationale groep fysici de Chinese regering ervan te overtuigen de grote sprong voorwaarts te wagen. De naam van het reuzenproject is alvast goed gekozen: de Great Collider.

Er zijn vele redenen waarom dit een goede ontwikkeling is. Allereerst is het moeilijk te accepteren dat de LHC het laatste deeltjesexperiment op aarde zal zijn; er resten nog zo veel vragen. Vervolgens zou het niet meer dan terecht zijn als Azië een laboratorium van wereldformaat krijgt. Op dit moment is het continent goed voor ruwweg eenderde van het mondiale onderzoek. China heeft verder laten zien grote infrastructuren op tijd en binnen budget te kunnen bouwen. Ook al moet er nog veel nieuwe technologie worden ontwikkeld, er ligt al een min of meer realistisch stappenplan voor dit project. Een positief principebesluit dit najaar zal ook zeker de gemeenschap in Europa en elders stimuleren nog groter te denken.

Maar er is nog een goede reden van geheel andere aard: diplomatie.

Dat volgens Francis Fukuyama met het einde van de Koude Oorlog ook het „einde van de geschiedenis” zou aanbreken, zijn beroemde laatste woorden gebleken. De internationale politieke wanorde is alleen maar gegroeid. Los van het feit dat het Rusland van Poetin hard z’n best doet de slechte tijden te doen herleven, dreigt er een nieuw conflict. De twee economische grootmachten, de Verenigde Staten en China, komen steeds meer tegenover elkaar te staan. De verschillen kunnen niet groter zijn. Amerika viert de vrijheid van het individu en is als jonge natie alleen maar in macht gegroeid. China stelt de harmonie van het collectief centraal en heeft in zijn lange geschiedenis zijn invloed meerdere malen zien komen en gaan. Het is niet ondenkbaar dat de spanningsboog tussen Oost en West de politiek van deze eeuw gaat domineren.

De geschiedenis leert dat maar weinig zaken door ideologische barrières heen kunnen breken. Wetenschap is daar een van. Een Grote Versneller in China, gebouwd in nauwe samenwerking met de VS, zou een uitstekend voorbeeld van wetenschapsdiplomatie kunnen zijn.

Nu staan diplomatie en wetenschap op het eerste oog haaks op elkaar. Een diplomaat vertegenwoordigt per definitie het landsbelang. Als er ooit een wereldregering komt, kunnen alle diplomaten, ambassadeurs en ministers van buitenlandse zaken naar huis – een minister van buitenaardse zaken volstaat.

De wetenschap heeft daarentegen een universeel karakter. De natuurwetten zijn overal op aarde hetzelfde, net als de werking van de menselijke geest. Landsgrenzen staan het vrije verkeer van ideeën en talent alleen maar in de weg.

Ook de methoden kunnen niet méér verschillen. Een diplomaat heeft er baat bij als er speling en ambiguïteit in een formulering zit. Een wetenschapper daarentegen probeert zaken juist zo scherp mogelijk te formuleren, liefst zonder ruimte voor interpretatie.

Wetenschapsdiplomatie, welbeschouwd een contradictio in terminis, probeert deze verschillen te overbruggen en wel in twee richtingen.

Allereerst is er diplomatie voor wetenschap. Het wordt steeds belangrijker om internationaal samen te werken in onderzoek. Dit is zeker het geval voor grootschalige instrumenten of experimenten, zoals satellieten, telescopen of deeltjesversnellers. Maar minstens zo belangrijk zijn de mondiale problemen als epidemieën en klimaatverandering, die een gecoördineerde technologische oplossing eisen. Diplomatie kan landen in dezelfde richting laten bewegen.

Maar er is een tweede verkeersstroom: wetenschap voor diplomatie. Niets werkt zo goed om een relatie tussen landen op te bouwen als samen onderzoek doen. Er is een lange geschiedenis van innige wetenschappelijke relaties tussen landen die ideologisch met de ruggen tegen elkaar staan. Zo heeft de Amerikaanse wetenschap altijd de contacten opengehouden met de Sovjet-Unie, en doet dat nog steeds met aartsvijand Iran. Onderzoekers in Oost-Duitsland en West-Duitsland bleven elkaar door het IJzeren Gordijn heen ontmoeten.

De deeltjesfysica is een uitstekend voorbeeld van de stille kracht van wetenschapsdiplomatie. Na de Tweede Wereldoorlog stonden de Europese naties in de rij om zich bij de VS aan te sluiten. Maar de Amerikanen stonden erop dat de Europeanen het alleen met elkaar gingen doen. Uit dat initiatief werd CERN geboren, een belangrijke stap in de Europese eenwording.

Nu een kille wind rond de wereld waait, zijn grote internationale onderzoeksprojecten harder nodig dan ooit. Om de mondiale problemen aan te pakken, maar ook om de mensheid dichter bijeen te brengen. De Great Collider kan een goede manier zijn om de belangen van landen minder te laten botsen.