De man achter de stem van Holle Bolle Gijs

Ton van de Ven (1944-2015) leerde de sprookjesachtige stijl van Anton Pieck zo goed te kopiëren, dat hij hem kon opvolgen als hoofdontwerper van de Efteling.

Industrieel ontwerper Ton van de Ven en de Pagode, een van de door hem ontworpen Eftelingattracties.

‘Klein Duimpje”, gilt de kleuter naar een holle boomstronk in het Sprookjesbos van de Efteling. En nog eens: „Klein Duimpje!” Voorzichtig komt Klein Duimpje omhoog uit de bosjes vlakbij de reus. Het meisje kijkt ademloos toe of het hem zal lukken de reuzenlaarzen te stelen. Dan begint de reus te snurken en duikt Klein Duimpje weg. Het meisje slaat verschrikt haar hand voor haar mond. Dan herstelt ze zich en maakt zich op voor een nieuwe gil.

Het gesnurk dat de kleuter zojuist hoorde, is ooit ingesproken door de op 16 september op 71-jarige leeftijd overleden topontwerper van de Efteling Ton van de Ven. Net als de stemmen van de Tempelwachters waarnaar het meisje straks zal luisteren, voordat ze het sprookje van de Indische Waterlelies gaat zien. En de stem van de Holle Bolle Gijs die haar zal bedanken wanneer ze aan het eind van de dag haar ijswikkel in zijn mond stopt.

Een groot deel van de Efteling is ontsproten aan de fantasie van Ton van de Ven. Hij werkte fantasiebeelden uit in tekeningen en liet die omvormen tot attracties. Het Spookslot (show met bewegende poppen en enge geluiden), Villa Volta (huis waarin de bezoeker over de kop lijkt te gaan) en Vogel Rok (achtbaan in het donker) zijn maar enkele van de vele attracties die hij in zijn 35 jaar bij de Efteling ontwierp. Aan de Fata Morgana (een boottocht door de wereld van 1001 nacht) werkte hij met een team meer dan vijf jaar lang. „Alles heb ik tot in detail uitgetekend. Ik ken elke decimeter ervan”, zei hij in een Eftelingdocumentaire. Bij de constructie van Droomvlucht (per gondel zweven door een droomwereld) liet hij de bouwers wat meer vrijheid. „En toen de rekenjongens zeiden dat het te duur werd, heb ik wat zalen geschrapt.”

Trollenkoning

Ton van de Ven werd op 1 januari 1944 geboren in Eindhoven. Op het Gymnasium Augustinianum kwam hij erachter dat hij nooit de bioloog zou worden die hij eigenlijk wilde zijn omdat hij niet goed genoeg was in wiskunde. Hij besloot naar de Academie voor Industriële Vormgeving te gaan, net als zijn oudere broer. Na zijn afstuderen zag hij in het Eindhovens Dagblad een advertentie: ‘De Efteling zoekt functionaris’. Hij besloot te solliciteren. Hij had een dochter gekregen en er moest brood op de plank. Later zou hij wel iets serieus gaan doen, nam hij zich voor.

Bij het sollicitatiegesprek werd hij beoordeeld door vier personen. Drie ervan stelden vragen. Eentje zweeg. Vlak voor Van de Ven de deur uitging, stelde die stille toch één vraag. Of hij in perspectief kon tekenen. Hij zei van wel. Hij wilde de baan heel graag. Bij het dichtslaan van de deur dacht hij: verdomd, dat was Anton Pieck – de tekenaar die het in 1952 geopende sprookjespark had ontworpen.

Van de Ven kreeg de baan. Hij moest schetsen van Pieck van de Indische Waterlelies omvormen tot handleidingen voor de werklieden. Steeds beter ging hij begrijpen wat Pieck wilde. Steeds vaker liet Pieck hem zelf tekeningen maken. Van de Ven zegt hierover in de documentaire: „Normalerwijze zou je je schamen als je de stijl van een ander kopieert.” Maar Pieck moedigde hem aan en was afkeurend als zijn protegé afweek van zijn stijl. Van de Ven: „Ik tekende met geleende hand.”

Het Spookslot, waarmee in 1978 het 25-jarig bestaan van de Efteling werd gevierd, was de eerste attractie waarbij Pieck Van de Ven helemaal vrij liet. Van de Ven was nu de hoofdontwerper, Pieck gaf alleen nog advies. Van de Ven genoot ervan met zijn leermeester over nieuwe attracties te filosoferen en was er kapot van toen Pieck in 1982 op 92-jarige leeftijd onverwacht overleed. „Pieck heeft mij geleerd vrede te hebben met mijn onkunde. Hij heeft me zelfvertrouwen gegund.”

Van de Ven tekende het Volk van Laaf, de Trollenkoning, Villa Volta. Zijn grote trots was de nieuwe Eftelingingang. „Ik zette het werk van Pieck voort.” Hij werkte ook mee aan ontwerpen voor wat hij „het ijzeren geweld” noemde. Eerst was dat voor hem schipperen, tussen het erfgoed van Pieck en de wensen van de moderne attractiepark-ganger. Later werd hij zelf een groot achtbaanliefhebber. Afgelopen zomer bezocht hij de Efteling nog om op een rustig moment de nieuwste baan – Baron 1898 met een vrije val van 37,5 meter – meerdere malen uit te proberen.

In 2003 ging Van de Ven met de VUT. Bij zijn afscheid zei hij dat hij erop vertrouwde dat ook een ander het werk van Pieck weer over zou kunnen nemen. „Ik ga nu proberen mijn geleende hand te verlaten. Dat zal niet gemakkelijk zijn na al die jaren. En ik ga beginnen aan datgene wat ik als 21-jarige graag wilde doen: schilderen en beelden maken.”

De Efteling noemde als eerbetoon een plein naar hem, zoals ook Anton Pieck zijn eigen plein heeft in het park. Bij de onthulling van het naambordje dacht Van de Ven eerst dat het een grap was. En daarna dacht hij: ‘Van de Ven’, dat klinkt toch niet, zo heet de slager of de fietsenmaker. Maar later erkende hij dat het hem toch wel had gestreeld.