Springmuis hupt op paardachtige poten

Springmuizen lijken net ‘aardappeltjes op tandenstokers’.

Springmuizen of jerboa’s zijn woestijnmuizen die ’s nachts op zoek gaan naar grassen en zaden. Overdag houden ze zich schuil. Springmuizen hebben bizar lange achterpoten voor een knaagdier. In de jaren 30 noemde een bioloog ze ‘aardappels op tandenstokers’.

Springmuizen huppen dan wel als kangoeroes, hun achterpoten zijn net die van paarden. Zo zijn springmuizen een paar tenen verloren en zijn hun middenvoetsbeentjes vergroeid tot één bot, net als bij hoefdieren. Biologen van Harvard hebben dat ontdekt (Current Biology, 8 oktober).

Niemand had ooit écht goed naar de beweging van springmuizen gekeken. Het meeste springmuizenonderzoek dateert uit de jaren 40. Maar destijds baseerden wetenschappers zich op tekeningen en opgezette springmuizen die niet klopten.

In het Westen wist men toen niet hoe sierlijk deze muizen door het woestijnzand suizen.

De Amerikanen vergeleken de anatomie en voortbeweging van de kleine woestijnspringmuis (Jaculus jaculus) uit het Midden-Oosten met die van de vierpotige berkenmuis (Sicista betulina), een van de naaste verwanten van springmuizen.

Het grootste verschil tussen beide dieren zit in de wervelkolom. De ruggengraat van de berkenmuis is een kromme boog, die van de springmuis een ‘S’ op zijn kant. De korte nek van de springmuis maakt de kop stabieler en de lange staart helpt de muis juist om snel te manoeuvreren.

Sommige springmuizen hebben hun buitenste tenen verloren. Dat gebeurde in de evolutie drie keer. En de springmuizen die deze tenen nog wel hebben, hebben er weinig aan: de tenen hangen in de lucht. Alleen de nagels en teenkussens van de drie middelste tenen raken het zand.