Zinloos naar hogere sferen

Woensdag werden de 3voor12 Awards uitgereikt in Amsterdam. Daar was ik niet bij, want die gaan meestal naar mannen met gitaren, dacht ik. En dat dacht Matthijs van Nieuwkerk ook, zo bleek in De Wereld Draait Door. Matthijs ratelde voor de vorm nog wat namen van andere kanshebbers op, maar de mannen „waar het echt tussen zou gaan” zaten „hier aan tafel”. Het ging om de Eindhovense rapper Fresku en garagerockband John Coffey – inderdaad, met de zanger die een biertje ving op de schouders van het publiek tijdens Lowlands. Maar goed, daar ging het nu dus even niet om, zag je de grimassende zanger David Achter de Molen denken, toen het filmpje er weer bij werd gesleept. Het ging om hun laatste album. De mannen stapten „in de ring” voor een flitsende „album battle”.

Fresku bracht ex-Tweede Kamervoorzitter Gerdi Verbeet in hogere sferen: ze hief haar handen op en waaierde haar vingertoppen heen en weer als een kwal op kalm water. Tijdens John Coffey stopte ze haar vingers in de oren.

Als je op Gerdi afging, was het wel duidelijk wie de winnaar was.

Maar die werd het dus niet. Niet veel later bleek de sympathieke houseproducer Hunee, deel van de Amsterdamse Rush Hour-familie, er met de prijs vandoor te gaan voor zijn debuut Hunch Music. De 3voor12-redactie vond zijn debuut een verfrissend, veelzijdig album dat je ook mooi kunt vinden „als je het nog niet helemaal begrijpt”.

Gerdi – here you go.

Het is voor het eerst, dat een elektronische artiest de prijs wint. ‘Eindelijk gerechtigheid’, ‘#faithrestored’, werd er geroepen op Facebook. Het lijkt een kleine revolutie, maar eigenlijk is het evolutie, een proces dat zich op meer plekken voltrekt.

Woensdagavond zat ik bij een optreden van lachmeditatiegoeroe Laraaji in Muziekgebouw aan ‘t IJ. De new-age sitarspeler, meest bekend van zijn werk met Brian Eno, staat weer in de belangstelling bij een jonger publiek sinds Leaving Records zijn werk deze zomer uitbracht op cassettebandjes. Anderhalf uur lang speelde hij zijn transcendente belletjes en oosterse snaarmuziek met geluidseffecten, tot de twintigers een voor een omklapten als de poppetjes op een Wie is het?-bord. De enigen die overbleven waren Bob, Maria en Laraaji zelf, die zijn sitar liet zingen met een strijkstok, al affirmaties fluisterend. Kijk, daar ga ja pas van hallucineren, Gerdi.

Waar het om gaat: de tijd dat dance werd afgedaan als trance is voorbij. Op steeds meer plekken is er plek voor steeds meer verschillende soorten artiesten die opereren op het snijvlak van experimenteel, elektronisch en klassiek. En eindelijk wordt er geluisterd, in plaats van te reppen over een miljoenenpubliek.