Column

Wal begint het schip te keren in de belastingparadijzen

Een van de gunstige neveneffecten van de kredietcrisis in 2008 en de economische teruggang is het besef bij regeringsleiders dat belastingontwijking en ontduiking door bedrijven dringend actie vereist. Zware bezuinigingen op sociale regelingen, hogere lasten voor burgers en kleinere bedrijven en inkrimping van werkgelegenheid in de publieke sector verdragen zich slecht met de mazen in de winstbelastingregels waar multinationale bedrijven doorheen zwemmen.

De vijftien maatregelen die de OESO, een forum van grote industrielanden, deze week aankondigde tegen belastingontwijking zijn een stap in een lange mars door de internationale fiscaliteit.

De OESO dwingt respect af met deze stap-voor-stap werkwijze die in 2012 is gestart, waarin stelselmatig de gestelde deadlines worden gehaald. De aarzeling waarmee het initiatief in 2012 werd bejegend (is dit serieus? Is er voldoende politiek draagvlak?) is inmiddels verdwenen. Maatregelen zoals aanpassingen van fiscale verdragen tegen misbruik, de verplichting om per land inzicht te geven in de betaalde belastingen en het aanpakken van winstverschuivingen, zijn veelbelovend. Verwacht geen onmiddellijke wonderen. De economische en politieke belangen zijn groot. Het project markeert wel een omslag. Ook de Europese Commissie jaagt op belastingvermijding en wil een gelijk speelveld tussen de verschillende Europese landen. En op het gebied van inkomstenbelasting voor particulieren is het net zo. Na jarenlange verwaarlozing van bijvoorbeeld zwartsparen op buitenlandse rekeningen begon minister De Jager met serieuze opsporing en ‘inkeerregelingen’.

Op het gebied van winstbelastingen concurreerden landen decennia met elkaar met steeds lagere belastingtarieven op behaalde bedrijfswinsten. Dat weerspiegelde ook de erkenning dat overheden geen banen ‘scheppen’, maar dat het bedrijfsleven, van klein tot groot, voor economische groei en werkgelegenheid zorgt. De praktijkwas echter dat de belastingdruk verplaatst werd naar consumenten (BTW, inkomstenbelasting) en naar kleinere bedrijven die geen gebruik konden maken van rare regels waarin een bedrijf betaalde rente drie maal van zijn winst kan aftrekken.

Nederland, dat bekend staat om zijn fiscale verdragen met bijna 100 landen, maar volgens de Kamer geen belastingparadijs mag heten, moet zich aanpassen. We moeten „verstandig meebewegen”, schrijft staatssecretaris Wiebes (Financiën, VVD) aan de Kamer. Als de fiscale praktijk, zoals de bedoeling is, internationaal inzichtelijker wordt, kan het best zo zijn dat Nederland glans verliest als vestigingsland. Dat is de prijs die we moeten betalen voor eerlijker verhoudingen.