Waarom breken we af en bouwen we niet op?

Morgen is het vijf jaar geleden dat de Nederlandse Antillen werden ontmanteld. Economisch gaat het er nog niet goed.

Een man en zijn kinderen in Oranjestad, de hoofdstad op Sint-Eustatius. Het eiland is sinds oktober 2010 een bijzondere Nederlandse gemeente.

Toen vijf jaar geleden, op een warme oktoberavond op het Brionplein op Curaçao duizenden mensen joelden toen de Antilliaanse vlag werd gestreken en de Curaçaose vlag de lucht in ging, werd oud-premier Etienne Ys (53) overmeesterd door een melancholisch gevoel van afscheid. Zíjn keuze was het niet geweest dat het land de Nederlandse Antillen op dat moment ophield te bestaan. Sterker nog, de eerste Ronde Tafel Conferentie in 2005 waarin de basis werd gelegd voor de latere staatkundige afspraken, vonden plaats onder zijn premierschap. Het was een gevolg van de vurige wens van de eilandbewoners om niet langer meer tot de beknellende structuur van de Antillen veroordeeld te zijn. Curaçao en Sint-Maarten kregen uiteindelijk in 2010 meer zelfstandigheid, net als Aruba sinds 1986 had. De kleinere BES-eilanden (Bonaire, Sint-Eustatius en Saba), werden bijzondere Nederlandse gemeenten.

Op een zonnige ochtend, tijdens het ontbijt op een terras in de historische wijk Pietermaai, blikt oud premier Ys terug op de periode sinds ‘10 -10-10’. De oude wijk, vernoemd naar een Nederlandse scheepskapitein die zich hier in 1674 vestigde, is de laatste jaren met geld uit de private sector sfeervol opgeknapt en veranderd in een nieuwe en hippe uitgaanswijk. Ook buiten het centrum van Willemstad wordt flink gebouwd.

Toch is er nauwelijks economische groei, zegt Ys. Ondanks de sterke gezonde financiële basis van de eilanden – die na 2010 met Nederlandse hulp van vrijwel hun totale staatsschuld van 1,7 miljard euro verlost werden – is Curaçao op een „nullijn” gebleven. Ys: „Alles wat er daarna is misgegaan komt door acties die wij zelf hebben genomen.”

Hij doelt op de politieke achtbaan waar de eilanden, en dan voornamelijk Curaçao en Sint-Maarten, in terecht kwamen. Curaçao versleet in vijf jaar tijd talloze premiers. Vaak was er sprake van corruptie, fraude, onkunde en integriteitsproblemen. Dieptepunt is de nog altijd onopgeloste moord op de populaire en nationalistische leider Helmin Wiels, die in 2013 op klaarlichte dag op het strand werd doodgeschoten.

Op Sint-Maarten, waar de georganiseerde misdaad zich de afgelopen vijf jaar steeds verder de politiek in groef, gaat Nederland binnenkort orde op zaken stellen. Er worden vijftig extra Nederlandse rechercheurs naartoe gestuurd. Het eiland is woedend vanwege deze Nederlandse bemoeienis.

Homohuwelijk en euthanasie

Ook de kleinere BES-eilanden morren. Hoewel deze eilanden sinds 2010 bijzondere Nederlandse gemeenten zijn, komen ze op een aantal punten niet in aanmerking voor dezelfde rechten als Nederlandse gemeenten, bijvoorbeeld op het gebied van uitkeringen en gezondheidszorg. Tegelijkertijd gelden er wel Nederlandse juridische verworvenheden zoals het homohuwelijk en euthanasie. „Dat voelt alsof het wordt opgelegd, want het zijn niet per se dingen die bij onze cultuur passen”, zegt politicus Xavier Blackman vanaf Sint Eustatius.

Recentelijk stapte hij samen met andere politieke leiders van het eiland naar de dekolonisatiecommissie van de Verenigde Naties om te pleiten voor meer vrijheid en autonomie. De relatie met Nederland bekoelde in juni toen minister Ronald Plaskerk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijkszaken), Sint-Eustatius onder toezicht stelde om de uitgaven weer onder controle te krijgen.

Etienne Ys is teleurgesteld dat het na vijf jaar nog altijd over constitutionele aangelegenheden gaat. „Onze eilanden zouden een springplank kunnen zijn voor naar Latijns-Amerika. Als we meer zouden samenwerken waren we nu een stuk verder.”