Veel lege huizen, tóch geen plek

In Nederland staan bijna 160.000 woningen leeg. Waarom zijn er dan te weinig huizen voor toegelaten asielzoekers?

In Nederland staat een gebied bijna zo groot als Ameland leeg (circa 50 miljoen m2). Bijna de helft daarvan bestaat uit lege kantoorpanden, scholen of zorginstellingen. De ander helft bestaat – grofweg – uit lege woningen. Tegelijkertijd kan de overheid geen ruimte meer vinden voor asielzoekers, wat tot chaotische taferelen leidde zoals in Oranje. Het tekort aan opvanglocaties is vandaag onderwerp van een Kamerdebat. NRC zocht uit wat een leeg gebouw van een binnenkomende asielzoeker scheidt.

Kritisch COA

Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) deed de afgelopen maanden geregeld oproepen om ruimte beschikbaar te stellen voor binnenkomende asielzoekers. Die bleven niet onbeantwoord. Het COA moest echter veel aanbiedingen als onbruikbaar afwijzen. Zo reageerden de rooms-katholieke bisschoppen teleurgesteld op de afwijzing door het COA van leegstaande kerken, internaten en conferentieoorden voor vluchtelingenopvang.

Hoeveel en welk type gebouwen exact door het COA zijn afgewezen, en op grond waarvan, is niet bekend. Beter bekend is wat voor aanbiedingen het COA zoal van het Rijk krijgt. Afgelopen vrijdag publiceerde minister Blok (Wonen, VVD) een lijst van gebouwen die het Rijksvastgoedbedrijf aan COA en gemeenten voor verkoop en verhuur heeft aangeboden. Het gaat om kantoren, kazernes, inrichtingen en gerechtsgebouwen. Ook het voormalig ministerie van Sociale Zaken op de grens van Den Haag en Voorburg staat op de lijst.

Veel van de aangeboden panden vergen voor bewoning forse aanpassingen. Ook kennen ze een vaak torenhoge huur- of verkoopprijs. Zo staan op de lijst van Blok enkele tot kantoor omgebouwde villa’s aan de chique Maliebaan in Utrecht en langs Plein 1813 in Den Haag.

Spreiding gemeenten

De ene gemeente weet veel sneller aanbod van sociale woningen voor toegelaten asielzoekers (statushouders) te realiseren dan andere. Juist deze groep van pakweg 14.000 statushouders die de asielzoekerscentra moet verlaten, vormt een beletsel voor soepele opvang van binnenkomende vluchtelingen.

Uit overzichten die het COA biedt (zie kaart) blijkt dat er een groot verschil is tussen bijvoorbeeld Amsterdam en Almelo. De hoofdstad moet voor het eind van het jaar voor 1.489 statushouders onderdak vinden, Almelo loopt juist voorop. Het heeft al 170 statushouders meer toegelaten dan nodig is.

De verschillen tussen gemeenten worden onder meer veroorzaakt door sterk uiteenlopende sociale problematiek. Die concentreert zich vooral in de grote steden. Egbert de Vries van de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties zegt daarover: „De groep urgente woningzoekenden groeit. Er komen jaarlijks ook meer daklozen, ex-gedetineerden en mensen met psychologische problemen bij die op zoek zijn naar een goedkope woning.”

Maar er is meer. In de ene gemeente waren woningbouwcorporaties al verder met het verkopen van sociale huurpanden dan in andere. Dat heeft de overheid de laatste jaren aangemoedigd om het zogeheten scheefwonen tegen te gaan (veel verdienende huurders in te goedkope huurwoningen). Deze woningen zijn daardoor niet meer beschikbaar voor toegelaten asielzoekers.

De overheid plukt nu de wrange vruchten van dat beleid, zegt stedenbouwkundige Hugo Priemus: „Daardoor daalt het aantal sociale huurwoningen jaarlijks met 10.000. De huurwoningen verdwijnen doordat huurders of beleggers ze opkopen. In Noord-Holland hebben de woningcorporaties al besloten geen huurwoningen meer te verkopen.”

Overheidsregels

Uit de eerder genoemde COA-overzichten blijkt dat de meeste Waddeneilanden met relatief veel ruimte geen toegelaten asielzoekers (statushouders) hoeven op te nemen. Het gaat om Ameland, Vlieland, Schiermonnikoog en Terschelling. Texel moet dat wel. De Noord-Hollandse gemeente moet er voor het eind van het jaar nog 22 opnemen.

Het verschil wordt veroorzaakt door het lage aantal permanente inwoners op de eerst genoemde vier Friese eilanden. Bovendien hebben de vier een overeenkomst met Leeuwarden gesloten. De Friese hoofdstad neemt hun opvangverplichtingen over.

Elk half jaar stelt de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie vast hoeveel opvangplaatsen hij nodig heeft. Voor de eerste helft van dit jaar was dat 14.000, voor de tweede helft 14.900. Voor 2016 zijn de getallen ook al bekend: 20.000 voor de eerste helft, en een prognose van 23.000 voor de tweede helft.

Er is een verdeelsleutel opgesteld die de opvang van statushouders eerlijk over Nederland moet verspreiden. Daarin wordt het aantal inwoners van een stad, gedeeld door het aantal inwoners in Nederland. Het resultaat wordt vermenigvuldigd met het aantal op te vangen asielzoekers dat de staatssecretaris verwacht. Naar het aantal leegstaande panden wordt niet gekeken.

Vastgoedsector

Veel vastgoedeigenaren hebben volgens hoogleraar volkshuisvesting Peter Boelhouwer de stille hoop hun pand voor een hogere prijs te verhuren dan aan het COA of de gemeente voor vluchtelingenopvang. In Nederland staat 15 procent van de kantoorpanden (zowel rijksgebouwen als commerciële panden) leeg. Dat is omgerekend 20 miljoen vierkante meter. De overheid zou de ruimtes graag huren, liefst voor een zacht prijsje.

Bij OVG Real Estate – een vastgoedbedrijf met kantoorpanden in heel Nederland – zien ze er wel wat in. „Onze sector kan wel een beetje goeie PR gebruiken”, zegt Coen van Oostrom van OVG Real Estate. Sterker: het bedrijf heeft 7 geschikte panden (samen 70.000 vierkante meter) beschikbaar. Eén probleem: OVG wil haar panden alleen verhuren voor langere periodes van 5-10 jaar. Ze moeten de panden immers ook bewoonbaar en brandveilig maken. „Het moet een mooie woonplek zijn, niet een tentenkamp in een flat”, zegt Van Oostrom.

Het voordeel van tijdelijk verhuren van kantoorruimte is dat er geen omgevingsvergunning hoeft te worden aangevraagd maar alleen een ontheffing voor alternatief gebruik bij de gemeente, zegt Van Oostrom: „Als het meezit kun je binnen een paar weken het pand ombouwen tot een woonruimte.”

Bij dat ombouwen ziet emeritus hoogleraar Hugo Priemus nog een taak weggelegd voor de nieuwe bewoners. Volgens Priemus kunnen zij mooi een handje meehelpen bij het schilderen en wandjes zetten in hun nieuwe woning. Priemus: „Een doe-het-zelf-huis, daar kunnen de prachtigste paleizen uit voortkomen. Dat doen ze bij leegstandbeheerders Camelot en Adhoc ook al, maar dan met studenten.” De prijs: 150 euro huur per vierkante meter per jaar (net als in Duitsland), zegt Van Oostrom. Waarom het gebruik van lege kantoorpanden niet eerder in gang is gezet? Volgens Priemus was de overheid „bang voor een aanzuigende werking. Een begrijpelijk argument, maar niet over de hoofden van statushouders die op het punt staan te integreren in onze samenleving.”