TTIP, drama of zegen?

Europarlementariër Agnes Jongerius is tégen TTIP, collega Hans van Baalen is voor. Een twistgesprek over vrijhandel.

Een betoger bij een demonstratie tegen TTIP draagt een masker met het gezicht van Commissiechef Jean-Claude Juncker. Foto Wiktor Dabkowski

Het gaat niet goed met TTIP, het handelsverdrag waarover de EU onderhandelt met de VS. Het ongemak neemt toe, niet alleen in lidstaten, maar ook in het Europees Parlement, dat het verdrag uiteindelijk moet goedkeuren. Europarlementariër Hans van Baalen (VVD) ontwaart nog maar ‘een krappe meerderheid’. En Agnes Jongerius (PvdA) zit daar voorlopig niet bij.

Zet de twee ‘coalitiegenoten’ bij elkaar voor een gesprek over vrijhandel en er ontspint zich een levendige discussie. Wat Van Baalen betreft komt TTIP er zo snel mogelijk, helemaal nu de Amerikanen deze week met Japan en tien andere landen rondom de Stille Oceaan een soortgelijk akkoord sloten. Maar oud-FNV-voorzitter Jongerius vreest dat extra Amerikaanse concurrentie zal leiden tot verlaging van Europese sociale normen. Zaterdag spreekt ze een anti-TTIP-demonstratie in Amsterdam toe.

In Nederland, van oudsher toch een handelsnatie, groeit het verzet. In Duitsland en Oostenrijk is het al groot. Een Europese petitie tegen het handelsverdrag bleek deze week ruim 3 miljoen keer te zijn ondertekend. Is TTIP nog haalbaar?

Teveel zaken tegelijkertijd

Jongerius: „In zijn huidige vorm gaat TTIP het niet redden. De onderhandelingen gaan over teveel zaken tegelijkertijd. Sommige voordelen snap ik. Het is fijn als onze baggeraars ook in Amerika kunnen baggeren. Maar waarom moet er zo’n alomvattend verdrag van worden gemaakt? Waarom één grote interne markt creëren, terwijl we de zaken in Europa niet eens op orde hebben?”

Van Baalen: „Het zal een krappe meerderheid worden, maar TTIP gaat er absoluut komen. Niet alleen om economische redenen. De Russen proberen een Euraziatische unie te scheppen. De Chinezen willen daar graag bij aanhaken, dus dat blok gaat ontstaan. Zonder TTIP kunnen we geen tegenwicht bieden.”

Jongerius: „We moeten niet doen alsof we op onze knieën moeten voor de Amerikanen. Onze economie is groter! Een beetje zelfvertrouwen zou goed zijn.”

Van Baalen: „Nou, we kunnen nog best wat van ze leren. Wie heeft de Volkswagen-affaire aan het licht gebracht? De Amerikanen! En ze zijn snoeihard. In Europa sluiten we al snel een compromis met een bedrijf dat zich heeft misdragen. In Amerika zeggen ze: fabriek dicht!”

Jongerius: „Van die affaire moeten we inderdaad wat leren: dat je het bedrijfsleven niet zijn eigen normen moet laten vaststellen. Want dan krijg je boevengedrag.”

ISDS in de achterkamertjes

Bij TTIP is de macht van bedrijven een groot discussiepunt. Ze zouden teveel investeringsbescherming genieten. Met het Investor to State Dispute Settlement (ISDS), een omstreden arbitragemechanisme, kunnen miljardenclaims worden ingediend tegen staten – buiten de gewone rechtsgang om, in achterkamertjes.

Op aandringen van Duitsland en de Nederlandse handelsminister Ploumen stelt Brussel nu een openbaar arbitragehof voor. Dat gaat Jongerius niet ver genoeg. Ondertussen moet het Europarlement in januari stemmen over een andere, reeds voltooide deal, met Canada. In dat verdrag (CETA) zit het oude arbitragesysteem nog, maar Eurocommissaris Cecilia Malmström (Handel) weigert de onderhandelingen te heropenen.

Jongerius: „Amerikaanse bedrijven met een vestiging in Canada kunnen straks via de Canada-route alsnog op de oude manier claims indienen. Als Malmström niet tijdig een draai maakt, wat ik me niet kan voorstellen, dan gaan Europese sociaaldemocraten tegen CETA stemmen.”

Van Baalen: „Als je het ze moeilijker maakt, gaan die bedrijven niet in Europa investeren, maar in Azië.”

Jongerius: „We willen geen vluggertjes voor het bedrijfsleven.”

Van Baalen: „Met Canada is het nu rond. Dat verdrag openbreken of gijzelen is onverstandig. Laten we nou eerst proberen om de Amerikanen te overtuigen van dat onafhankelijke hof. Als dat lukt, dan denk ik dat de Canadezen ook mee gaan doen.”

Jongerius: „Een jaar geleden gold TTIP als het goedkoopste banenplan dat Europa zich kon wensen. Dat durft nu niemand meer te zeggen. Je ziet ook in de agrarische sector de weerstand toenemen. De landbouw in Amerika is veel grootschaliger, dus kunnen ze daar tegen lagere kosten produceren. Je bent toch niet naïef, Hans?”

Van Baalen: „Nee, ik ben niet naïef. Nederland heeft een hele efficiënte agrarische sector. Voor de Fransen ligt dat misschien anders. Zij hoeven hun opvattingen over sociale zekerheid niet op te geven, maar naar hun concurrentiekracht moeten ze wel gaan kijken. Als TTIP daarbij kan helpen, dan is dat prima. Niets doen betekent dat je Europa in zijn achteruit zet.”

Jongerius: „Ik ben absoluut niet voor niets doen, dus als het de bedoeling was om dat etiket op me te plakken…”

Van Baalen: „Maar dat doe ik toch niet…”

Jongerius: „Mijn grootste zorg is dat de volgende generatie zegt: wie heeft ons eigenlijk dat TTIP in gerommeld?”

Van Baalen: „De volgende generatie kan ook zeggen: hoe konden jullie zo dom zijn dat je om een paar oplosbare bezwaren die hele grote markt hebt laten liggen?”