Springen over de wolken in hét prentenboek

Woensdag begon de feestelijke week met als thema ‘raar maar waar’. Het leverde leuke en interessante boeken op.

Sommige boeken moet je niet lezen – met sommige boeken dien je te spelen. Dat fenomeen is niet nieuw: denk aan zoekboeken, aan pop-upboeken, boeken met uitklapflapjes, of aan het recente boek Memorykonijn van Martijn van der Linden en Maranke Rinck, waar een compleet memoryspel in zit. Maar het groeit, het aantal goede, artistiek spannende prentenboeken waarmee je moet spelen. Terecht dan ook dat het prentenboek van de Kinderboekenweek, Speeltuin van Mies van Hout, geheel om spelen draait – en dat het bovendien de tekenares toont op de toppen van haar kunnen.

De opdracht is: de speeltuin bereiken. Aan ons de taak om voor een jongetje, een meisje en een chagrijnige poes-met-cowboyhoed de route uit te stippelen. Linksbovenin en rechtsonderin op de bladzijden staan pijltjes. Ertussenin liggen nogal wat hindernissen, zoals onoverzichtelijke duinen, bramenstruiken, een rivier, een afgrond. Springend over waterlelies of wolkjes halen we de overkant. De bladzijden volgen elkaar op als de levels van een game.

Hoezeer het spelen ook centraal staat en hoezeer die opdracht ook telkens dezelfde is, de tekeningen zijn wel steeds fris en verrassend. Van Hout (1962) is onderhand een van onze belangrijkste makers van het ‘communicatieve prentenboek’ – onvergetelijk zijn de vissenemoties in haar Vrolijk en sociale monsterbezigheden in Vriendjes. Maar behalve dat ze zo aansprekend waren, onderscheidden die boeken zich zo door de wilde, krasserige trefzekerheid van Van Houts tekeningen. Het was kinderlijk en verfijnd ineen, communicatief én kunst.

Voor Speeltuin maakte ze landschappen met een veelvoud van technieken, met een hoofdrol voor aquarel. De vormen van haar grillige aquarellen hield ze precies onder controle. En haar kleuren, van knalgroen en -geel tot diep- en helderblauw, spatten van de bladzijden; tot de speeltuin bereikt wordt. Die blijkt kleurlozer dan de weg erheen, met bedremmelde personages als gevolg. Dat is een fijne, slimme clou die een rechtsomkeert suggereert, want spelen wil je met dit boek blijven doen.