Rotterdamse politici knokken voor zichzelf

Tijdens de algemene beschouwingen leken Rotterdamse fracties vooral op zoek naar zichzelf, schrijft politiek commentator John Bijl

Ik vind u een goede thermometer”, plaagde CDA-fractievoorzitter Sven de Langen gisteravond. Zijn woorden waren gericht aan de als altijd breed grijnzende SP-leider Leo de Kleijn. Even ervoor had De Kleijn het college verweten te weinig te doen voor de allerarmsten in Rotterdam. „Hoe harder De Kleijn schreeuwt dat het slecht gaat in de stad, hoe beter het in het écht gaat”, pareerde de CDA-leider.

Zonder dat De Langen het in de gaten had, was het een plaagstoot met een boemerangeffect. In aanloop naar de algemene beschouwingen van gisterochtend had De Kleijn zich ongebruikelijk kalm opgesteld. Na maanden van college bashen pleitte de altijd zo hardhandige oppositiespeler nu voor samenwerking. Coalitiepartijen CDA, D66 en Leefbaar Rotterdam waren met stomheid geslagen.

Over de verrassende rolverandering deed De Kleijn niet geheimzinnig. Na maanden kibbelen, jij-bakken en grote en kleine verbale gevechten in de gemeenteraad bleek zelfs de SP de huidige sfeer aan de Coolsingel zat te zijn. Ze wilde graag meewerken aan een mooie stad, zelfs met een college waarin D66, CDA én Leefbaar de dienst uit maken. Vooralsnog de dienst uit maken, als het aan de socialisten ligt.

Deze coalitie is een ‘weeffout,’ vindt De Kleijn, dit ‘afbraakcollege’ en de ‘coalitie die niemand wil’ moet maar snel vergeten worden. En dan moet er uiteraard opnieuw geformeerd worden. Doordat de SP die formuleringen er achteraan stopt, is de uitgestoken hand stiekem besmeurd met een vies goedje dat er na een ferme druk lastig af te wassen zal blijken.

Des te vreemder is het, dat De Kleijn’s uitnodiging zo goed ontvangen wordt. Leefbaar wil wel met de SP’ers koffie gaan drinken, zei fractievoorzitter Anton Molenaar tijdens het debat. Dat is heel andere taal uit de Leefbaar-hoek dan tijdens de eerste formatiegesprekken in maart vorig jaar. Daar deelde politiek leider Joost Eerdmans al pinnig mee, dat de verschillen tussen de partijen al snel onoverkoombaar bleken. Dat De Kleijn tijdens het laatste lijsttrekkersdebat al als een kroelende kater rond de benen was gaan draaien, maakte voor Leefbaar toen niets uit.

Maar ook bij de Leefbaren is de worsteling met zichzelf zichtbaar. De wethouderscoup van het begin van dit college heeft de eens zo dappere politici aan de ene kant terughoudender gemaakt. Aan de andere kant moedigt de imaginaire verkiezingsstrijd met de PVV, die heeft aangekondigd mee te willen doen met de volgende gemeenteraadsverkiezingen, aan tot paniekvoetbal. Van zo’n spagaat zou iedereen in de war raken.

Was het mede daarom dat Leefbaar-leider Anton Molenaar door zijn fractie met gemakkelijk te fileren argumenten en irritatiewekkende volzinnen naar het spreekgestoelte werd gestuurd? Hoongelach kwam er, toen Molenaar geen weerwoord op de oppositiebrede kritiek had dat het schrappen van de woontoeslagen de lagere inkomens raakte, en de hogere inkomens lastenverlichting bezorgde. Schimpscheuten klonken er, toen Leefbaar beweerde dat Rotterdam door gebrek aan woonruimte geen vluchtelingen kan opnemen, terwijl naar mening van de oppositie het college achterblijft bij de bouwopgave.

Maar de echte spirituele zoektocht naar hoe in deze constellatie politiek te bedrijven zit toch wel bij CDA en D66. Dat Leefbaar’s blijvend volhardende houding in het vluchtelingendebat bij hen als zuur in een wonde voelt, straalt er wel van af. Zelfs tijdens de algemene beschouwing en het eerste commentaar op de begroting spendeerde Leefbaar kostbare spreektijdminuten aan het reeds genomen opvangbesluit. Het CDA herhaalde de harde woorden van eerder. D66-fractievoorzitter Salima Belhaj beet Molenaar toe dat een Leefbaar-wethouder verantwoordelijk is voor de buitenruimte, toen hij bij haar daarover klaagde.

Wat eerder in de wandelgangen bleef, is nu openlijk de raadzaal in. Oppositie én coalitiepartijen worstelen vooral met hun éigen rol. Het levert vale steun aan een nog slechts op papier ambitieus coalitieakkoord.

Misschien is er nog hoop. Vanaf de volgende vergadering vergadert de raad weer in haar verbouwde maar vertrouwde raadzaal. Misschien helpt de bekende omgeving met mooie arbeidssymboliek haar de opbouwende toon van welleer te vinden. Maar: misschien ook niet.