Pijnlijke zaken uit Asschers verleden

Amsterdam onderzoekt financieel wanbeheer. Vicepremier Asscher was er ooit voor verantwoordelijk.

Wethouder Asscher in het stadhuis van Amsterdam, 2009.

Een minister, een vicepremier zelfs, boegbeeld van de PvdA, zit morgenmiddag in een kantoorstoeltje tegenover een vijfkoppige commissie uit de Amsterdamse gemeenteraad om onder ede te verklaren over zijn verleden als wethouder financiën in deze stad. Hoe zal Lodewijk Asscher zich voelen als hij even terug is in het stadhuis aan de Amstel?

Dat hij het serieus opvat, lazen we afgelopen weekend in deze krant: hij had gezwoegd „alsof hij weer student was”. Oude jaarrekeningen doorgevlooid, rapportages opgezocht, ongetwijfeld zijn besluiten en discussies met de gemeenteraad teruggezien. Het kan horen bij de ernstige taakopvatting die hem eigen is. Maar Asscher zal ook oog hebben voor de symboliek. De man die het stadhuis domineerde in een tijd dat zijn partij de stad domineerde, wordt verhoord door een gemeenteraad die nu wordt gedomineerd door D66, de partij die in Amsterdam nadrukkelijk wilde afrekenen met de PvdA en dat vorig jaar ook deed.

Het zal ook D66 in Den Haag niet slecht uitkomen dat de grote Asscher nu in Amsterdam even moet zitten zweten. Maar de suggestie dat dit de bedoeling was van de enquête – „een showproces” schreef Het Parool – gaat de meeste raadsleden die je ernaar vraagt te ver. Er was per slot van rekening in 2013 en 2014 ook echt een akelig reeksje blunders van en waarschuwingen voor de financiële afdeling van de stad. Door onoplettendheid van de stedelijke belastingdienst werd 188 miljoen euro aan toeslagen uitgekeerd in plaats van de bedoelde 1,88 miljoen – kommaatje verschoven. En de Waarderingskamer waarschuwde Amsterdam dat de gemeente de kwaliteit van de onroerendezaakwaarderingen moest verbeteren, anders mocht de stad misschien geen belastingen heffen. Allemaal redenen om voor de prijs van 1,9 miljoen euro een raadsenquête te organiseren rond „de financiële functie” van het bestuur.

Morgen verschijnen voor de commissie behalve Asscher ook burgemeester Van der Laan en Pieter Hilhorst, als wethouder financiën verantwoordelijk voor de blunder van de 188 miljoen. Het zijn de laatste in een reeks van openbare verhoren. Het geheel overziend: heeft Asscher reden zich zorgen te maken?

De grote lijn van de verhoren zal geen enkele Amsterdamse bestuurder individueel in verlegenheid brengen. Zowel bij de ondervraagde bestuurders, als raadsleden, als ambtenaren kwam naar voren dat er een algemene desinteresse voor de financiën bestaat. „Ik ben de politiek ingegaan om de wereld te verbeteren”, zei oud-wethouder Maarten van Poelgeest (GroenLinks). „Niet om mij bezig te houden met de bedrijfsvoering van financiën.”

‘Minder ambtenaren’-mantra

Die desinteresse, zei oud-gemeentesecretaris Erik Gerritsen, leidt ertoe dat niemand veel acht slaat op de bedrijfsvoering – totdat het een keer misgaat. En hij wees er ook op dat de mantra van politici altijd luidt: mínder ambtenaren. Vandaar dat ook het aantal controllers en accountants van Amsterdam is teruggelopen.

Oud-wethouder Carolien Gehrels (PvdA) wees ook op de razende veranderingen in de gemeentelijke organisatie van de stad in 2013 en 2014: stadsdelen afgeschaft, politieke omwenteling na de verkiezingen, enorme reorganisatie. „Geen enkel bedrijf zou dat allemaal tegelijkertijd doen.”

Toch zijn er ook een paar voor Asscher persoonlijk pijnlijke opmerkingen gemaakt in de afgelopen weken. Dezelfde Gehrels zei dat na Asschers vertrek in 2012 meteen is ingegrepen bij de financiële controledienst – wat tot de verhoorvraag zal leiden: meneer Asscher, als dat moest, waarom heeft u dan zelf niet ingegrepen?

En oud-raadslid Lex van Drooge (CDA) haalde fijntjes op dat wethouder Asscher de raad „onjuist had voorgelicht” en „met een kluitje het riet had ingestuurd”. De raad had namelijk aangedrongen op invoering van een bestedingslimiet bij de gemeente; ambtenaren zouden maar tot een bepaald bedrag mogen overmaken op een andere rekening, daarboven moesten ze eerst toestemming vragen. Een veiligheidsklep. Asscher zei dat hij zou zorgen dat die bestedingslimiet zou worden ingevoerd. Een paar jaar later, onder diens opvolger Pieter Hilhorst, bleek dat die bestedingslimiet helemaal niet was ingevoerd. Namelijk toen een ambtenaar van de belastingdienst ineens 188 miljoen kon overboeken.