Olifant krijgt zelden kanker, heeft ‘tientallen beschermengelen’ in DNA

Foto Thinkstock

Olifanten kunnen 65 jaar oud worden. Toch krijgen ze zelden kanker. Dat concludeert oncoloog Joshua Schiffman van de University of Utah vandaag in JAMA.

Het levenslange risico om aan kanker te sterven is voor een Afrikaanse olifant 4,8 procent, schatten de onderzoekers. Voor de mens ligt dat levenslange risico tussen de 11 en 25 procent. Schiffman en zijn team bestudeerden de gegevens van 644 dieren van 36 soorten, die overleden in de dierentuin van San Diego. De olifanten (zowel de Afrikaanse als de Aziatische) waren de grote uitzonderingen. Voor hun levensduur en lichaamsgrootte krijgen ze heel weinig tumoren.

Mogelijk schuilt de verklaring daarvoor in het DNA, schrijft Schiffman. Het eiwit p53 geldt als de ‘beschermengel van het genoom’; het zorgt ervoor dat de cel sterft zodra hij ontspoort en zich ongeremd gaat delen. Dat onderdrukt kanker. De mens heeft slechts op één plek zo’n beschermengel in het het genoom. De olifanten blijken minstens 20 kopieën van het tumor-onderdrukkende gen in hun DNA te dragen.

Dat olifanten weinig kanker krijgen, is een goed voorbeeld van ‘Peto’s paradox’. Epidemioloog Richard Peto merkte in 1975 al op dat de kans op tumoren níet goed samenhangt met grootte en levensduur van een dier.

Het is de vraag wat de olifant leert over kanker bij de mens, schrijft de Britse oncoloog Mel Greaves in een opvallend kritisch commentaar. Dat de mens wél vaak kanker krijgt, ligt volgens hem niet zozeer aan het ontbreken van beschermengelen in het DNA, maar aan de kankerverwekkende moderne levensstijl.