Konijnen hebben geleerd dat ze buidelduivels beter mijden

Europese konijnen in Australië vermijden nu ook de oorspronkelijke roofdieren.

Anderhalve eeuw duurde het voor konijnen in Australië buidelduivels als gevaar herkenden. Foto J.J. Harrison

Het Australische konijn is niet meer naïef. Die ontwikkeling heeft even geduurd: tegen anderhalve eeuw. Lange tijd huppelden in Australië uitgezette konijnen de daar oorspronkelijke roofdieren met haast pijnlijk onbevangenheid tegemoet. Ze herkenden ze niet als gevaarlijk. Verschillende soorten Quolls (buidelmarters) of Tasmaanse Buidelduivels: de konijnen zagen en roken er geen kwaad in. In de loop der tijd werd dat vaak verbaasd vastgesteld.

Maar nu hebben internationale dieronderzoekers aangetoond dat de konijnen hun naïveteit hebben afgeworpen. Zij zetten in proefgebieden roofdiergeuren uit, en telden vervolgens de daarna nog verschijnende keutels. Zo is te zien welke gebiedjes de dieren mijden wegens waargenomen roofdiergevaar. Geduldig tellen geeft aan dat de oorspronkelijke vleeseters van Australië nu echt worden geschuwd en ontvlucht (Behavioral Ecology and Sociobiology, oktober 2015).

Aan de eerder naïeve Australische konijnen zat niet toevallig een steekje los; vossen die net als de konijnen zelf vanuit Europa op het nieuwe continent werden uitgezet, werden bijvoorbeeld wel altijd al met zorg gemeden.

Kortom, de konijnen investeren nu in een voorzichtiger omgang met méér diersoorten. Het doet denken aan de nieuw ontdekte vorm van dwerglemuren op een eilandje bij Madagaskar. Op hun beurt ontdekten die aandoenlijke halfaapjes dit jaar het bestaan van mensen. Die reuzen interesseren hen, ze tonen grootogige fascinatie; maar bang, of ook maar voorzichtig? Welnee. De lemuren kennen wel angst, maar niet voor mensen. Schuwheid en vluchten zijn duur in het alledaagse bestaan, ze kosten energie en tijd. Overbodige voorzichtigheid is haast net zo nadelig als gebrek aan herkenning van risico’s.

Daarom mag je het de konijnen niet verwijten dat ze lang wat simpel waren. Bovendien: toen zij kwamen werden de oorspronkelijke Aussies onder de roofdieren net voortvarend verwijderd, dus al te veel lesstof en selectie op nuttig onderscheid hadden ze niet. Vreemd blijft wel dat ze niet meteen op het oog doorhadden dat een buidelduivel – licht krankzinnig en woest ogend – wel konijn zou lusten.

Zoölogen hebben ondertussen ook een les gekregen die tegen hun naïeve verwachting ingaat. Ze dachten dat elk roofdier door het vleesdieet een herkenbaar overeenkomend roofdierluchtje zou dragen. Maar die gedeeltelijke overeenkomst is er toch niet. In ieder geval niet voor een aanvankelijk onbevangen snuffelend konijn.