Kolonialisme komt toch weer terug in Zuid-Soedan

Met Darwin’s Nightmare zorgde hij er min of meer voor dat de goedkope nijlbaars uit de schappen van de supermarkten verdween. De nieuwe film van de Oostenrijkse documentairemaker Hubert Sauper is complexer. Het moderne neokolonialisme dat hij in We Come as Friends aankaart, heeft niet zo’n hapklaar symbool als een gemuteerde vis.

In een zelfgebouwd, ultralicht vliegtuigje vloog hij naar het ontoegankelijke Zuid-Soedan en trof daar een wirwar van complexe geopolitieke en -economische verhoudingen aan. Meer dan 10 procent van het land werd na de onafhankelijkheid in 2011 aan buitenlandse investeerders verkocht. Chinezen exploiteren de mijnen. Texaanse oliebaronnen sluiten langlopende pachtcontracten af. En witte christelijke missionarissen doen alsof de prekoloniale dagen weer helemaal terug zijn als ze de lokale bevolking willen leren dat je zonder schoenen aan je voeten nooit deel kunt nemen aan de beschaving. Sauper bezocht Zuid-Soedan in een woelige periode: in de maanden rondom het referendum dat de definitieve scheiding tussen Noord- en Zuid-Soedan ten gevolge had. Zijn bevindingen zijn weinig hoopgevend: ziehier een nieuw land dat al direct ten prooi valt aan dezelfde machinaties die eeuwen lang de koloniale geschiedenis hebben getekend. Zo blijft de geschiedenis zich herhalen.