Lagarde wil de baas blijven, maar anderen willen ook

Christine Lagarde, de huidige directeur van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) staat open voor een tweede termijn. Dat heeft zij gisteren gezegd in de Peruaanse hoofdstad Lima, waar de organisatie zijn jaarvergadering houdt.

De termijn van Lagarde loopt juli 2016 af. „Dit kan mijn laatste jaarvergadering zijn”, zei Lagarde gisteren. „Maar ik sta open voor het idee dat dit niet mijn laatste jaarvergadering is. Hoewel dat niet aan mij is.”

Met Lagardes uitgesproken bereidheid tot een tweede termijn kan een nieuwe strijd losbranden tussen Europa en de opkomende landen over het leiderschap van het Fonds. Na de oprichting van het IMF, en de Wereldbank, in 1944 werd het gebruikelijk dat de Amerikanen de president van de Wereldbank leverden, en Europa de directeur van het IMF.

Lagarde staat daarbij in een lange, Franse traditie. Van de 71 jaar die het IMF bestaat, leverde dat land in totaal 40 jaar de directeur, met respectievelijk Pierre-Paul Schweitzer (1963-1973), Jacques de Larosière (1978-1987), Michel Camdessus (1987-2000), Dominique Strauss-Kahn (2007-2011) en Lagarde vanaf 2011.

Al sinds de jaren negentig dringen opkomende landen aan op een einde van het Europese en Amerikaanse voorrecht, omdat de verhoudingen in de wereldeconomie dit niet langer rechtvaardigen. De VS kwam daar deels aan tegemoet met de aanstelling van Jim Yong Kim, een Amerikaan van Koreaanse komaf, als president van de Wereldbank in 2012. Maar toen Strauss-Kahn vier jaar geleden na een schandaal aftrad, was het toch weer Frankrijk dat met Lagarde de opvolger leverde.

In India zwellen de speculaties aan dat de president van de centrale bank, Raghuram Rajan, volgend jaar als rivaal naar voren wordt geschoven. Rajan heeft een goede internationale reputatie, was van 2003 tot 2007 de topeconoom van het IMF en zijn termijn als centrale bankier loopt september volgend jaar af. Rajan wimpelde deze speculaties overigens tot dusverre af.