Indoor Aziëmarkt is een gezellig gekkenhuis

Bij het woord ‘concept’ krijg ik altijd een beetje buikpijn. De nieuwe zaak van Julius Jaspers, Happyhappyjoyjoy in West, is een concept – maar niet per se een slecht concept. Jaspers bracht verschillende Aziatische keukens (Vietnam, Indonesië, Korea, Thailand, Maleisië, China) samen onder één dak, liet het interieur in helderrood stylen met een knipoog naar de rommelige Aziatische streetfoodzaakjes, en trok een blik jonge, mooie, vlotte bediening (m/v) open. Voilà, a star is born, Happyhappyjoyjoy werkt als een magneet op twintigers en dertigers.

Het is goed dat we gereserveerd hebben, meer dan een week van tevoren zelfs, want de zaak puilt uit. Wij, profproevers, zijn net iets ouder dan de meeste gasten, maar het voelt niet ongemakkelijk, de sfeer is ontspannen. Ondanks de drukte legt onze gastheer Donovan geduldig uit hoe de kaart werkt: we kunnen het beste met z’n tweeën vijf à zes kleine gerechtjes van de kaart (met keuze uit meer dan honderd gerechten, ook veel vegetarische) bestellen en daarna verder zien. We volgen zijn advies op, we kiezen voor lemon squid (inktvis, 7,-), crispy chicken (5,-), goi bu’o’i (Vietnamese salade, 9,-), mosselen in XO sauce (9,50), garnalencurry (12,75) en 5-spiced pork (buikspek, 7,-). Daarbij – we doen niet aan een koolhydraatvrij dieet – bestellen we een portie Julius’ fried rice (5,-), waarbij niet duidelijk is wat hier nou zo typisch Julius aan is. Hoe dan ook, er komen in rap tempo schaaltjes op tafel en wij poten stevig aan om te proeven wat deze indoor Aziëmarkt te bieden heeft. Het commentaar in sneltreinvaart: de inktvis met citroenpeper is inderdaad pittig gepeperd, uitstekend; maar bremzout en da’s natuurlijk niet lekker. De kip in een gestoomde bun met witte kool, yuzu (sojasaus) en mayonaise is smakelijk, maar de mayonaise detoneert volledig. De mosselen doen het goed met de XO sauce (pittige Chinese saus van gedroogde schaal- en schelpdieren), het gerecht is mooi in balans en lekker, héél lekker. De Vietnamese salade met krab, grapefruit, kip en pinda is aardig maar vlak, heeft niet genoeg zuren en is daardoor een beetje saai. De garnalencurry is juist uitdagend lekker, echt een mooie smaak. En de buikspek is, ook al staat ie aangekondigd als langzaam gegaard, niet gaar, niet krokant, te zout, te spekkig en dus vooral vet. En Julius’ hoogspersoonlijke gebakken rijst smaakt niet gebakken, maar gekookt en is niets bijzonders.

Op de valreep laten we een dessert komen: gefrituurde mango bao met roomijs en gekarameliseerde noten (7,-). De bao, het broodje, is mooi gebakken, maar doet – ook al zit er mango in – vooral aan appelflap denken. Best lekker trouwens.

De drankkaart is helemaal in orde met keuze uit verschillende Aziatische frisdranken (waaronder het gekke, zoet/bittere Palmjuice), bieren en thee. Maar wij blijven bij onze oude gewoonte; wijn: een Chenin Blanc (4,75) en een Italiaanse primitivo (5,-). Er zijn genoeg goede open wijnen.

Vol, maar niet helemaal voldaan kijken we naar de lege schaaltjes op tafel. De helft van de gerechten smaakte uitstekend, de andere helft middelmatig. Het voordeel van dit concept is dat je in één zaak uit ontzettend veel verwante, maar verschillende keukens kunt kiezen. En dat slaat aan, halverwege de avond is het een gezellig gekkenhuis, rent de bediening zich rot, zien we Donovan niet meer terug en krijgt de zaak vanzelf het dampende van een Aziatische eetmarkt.

Het nadeel is echter dat je veel van deze gerechtjes in een betere versie kunt eten in een eethuis dat zich volledig gespecialiseerd heeft in die keuken. Wij aten twee keer betere Vietnamese salade bij de Vietnamees en twee keer lekkerder geroosterd buikspek bij de Koreaan, maar het is evident dat de meeste gasten van deze zaak vooral voor het totaalconcept – ja, het woord is eruit – komen. En ook dat is een begrijpelijke keuze.