In opsporing sociale fraude mag burger niet geplet worden

Tik de twee woorden sociale fraude in bij zoekmachine Google en drie aanvullingen verschijnen meteen op het scherm: melden, meldpunt en kliklijn. Iedereen is voor opsporing en bestraffing van fraude met sociale uitkeringen, zoals de bijstand. Sociale uitkeringen zijn een vangnet dat wordt gefinancierd uit belastingen op burgers en bedrijven. Een vangnet voor wie het echt nodig heeft. Fraude en misbruik ondermijnen het vertrouwen van de samenleving.

Omdat gemeenten de bijstand uitvoeren, hebben zij een financiële prikkel om eventuele fraude op te sporen. De opbrengst daarvan vloeit naar de gemeentekas. Een gemeente die het opsporingswerk niet zelf of niet niet alleen zelf wil doen, kan een particulier bureau inhuren. Daar is op zich niks mee. Gemeenten en andere overheden besteden wel meer taken uit, zoals afvalinzameling en openbaar vervoer. Dat kan kostenvoordelen opleveren. Of betere kwaliteit. Voordelen die uiteindelijk aan de burger ten goede komen.

Bij de opsporing van bijstandsfraude zetten tientallen gemeenten tot 2014 particuliere bureaus in die werkten op basis van het no cure, no pay principe. Zij worden gehonoreerd op basis van de fraude die zij ontdekken en ‘panklaar’ ter vervolging aanleveren. In 2014 maakte de hoogste bestuursrechter in het sociale verzekeringsdomein, de Centrale raad van Beroep, een eind aan deze uitbesteding. Het is onmiskenbaar een publieke taak, is kort gezegd het oordeel van de Raad.

Gisteren publiceerde deze krant het relaas van een burger die terug vocht tegen de uitkomst van een particulier onderzoek. En won.

Maar dat mag niet het laatste woord zijn. Naar schatting zijn er honderden mensen in een vergelijkbare situatie die níet in het geweer zijn gekomen tegen wellicht onterechte terugvorderingen en boetes. Het gaat te ver om voor hen zonder meer voor een generaal pardon te kiezen. Maar waarom vragen de betrokken gemeenten niet een ombudsman om deze dossiers te beoordelen?

De tweede vraag die zich opdringt is naar de huidige praktijk. Particuliere opsporingsbureaus doen nog steeds hetzelfde werk, maar dan op basis van een urenvergoeding. Zij moeten onder supervisie van de gemeenten werken, inclusief de noodzakelijke verantwoording van wethouders over de uitkomsten en werkwijze tegenover de gemeenteraad. Het wringt dat nogal wat gemeenten op dit punt eerder het verkeerde voorbeeld gaven. Zij maakten privacygevoelige gegevens beschikbaar voor commerciële incassobureaus. In strijd met de regels. Kosten besparen en fraude bestrijden zijn prima overheidsdoelen, maar de individuele burger mag daarbij niet worden gemangeld.