In een ander leven

Anne van Veen schreef een roman over een relatie tussen docent en student op de Theaterschool in Amsterdam. Fantasie en realiteit lopen door elkaar.

‘Mag ik u iets laten horen?’ Hij pakte een cassettebandje uit de lade onder zijn stoel. ‘Ben je bekend met het werk van Marlène Dietrich?’ vroeg hij geamuseerd terwijl hij zijn ogen sloot.

‘Natuurlijk!’ snoefde ik. Ik hield van de barsten in haar stem, het craquelé, maar het geluid van de opname was erbarmelijk. ‘Want to buy some illusions. Slightly used. Second hand?’ Ik zocht respijt in de verregende autoruit, maar zijn blik brandde in mijn hals.

‘Alma’, zachtjes en gedecideerd fluisterde hij mijn naam, ‘jij wil het ook’.

Het is het begin van de affaire tussen de achttienjarige student aan de toneelacademie Alma Fischer en haar docent Peer Daels. Peer is Vlaams, dertig jaar ouder en getrouwd. Wie het nieuws afgelopen zomer heeft gevolgd, herkent in dit personage van de debuutroman van Anne van Veen direct Jappe Claes, docent aan de Amsterdamse Theaterschool, met wie Van Veen ‘in een totaal ander leven’ (lees: twaalf jaar geleden) een affaire had toen zij net als Alma student was aan die opleiding.

Deze relatie kwam in de media nadat de Volkskrant had geschreven over onderzoek naar ‘grensoverschrijdend gedrag’ en relaties van docenten met studenten aan de Theaterschool.

Lang daarvoor zette Anne van Veen (32) drie dagen in de week ’s ochtendsvroeg haar wekker, poetste en stofzuigde haar huis en schreef na dit vluchtgedrag een volle dag aan haar debuutroman. Twee jaar werkte ze aan Wie ik aan het zijn was, de vrouw die we vooral kennen als kleinkunstenaar, schrijver van liedjes als ‘Bij mij’ en dochter van. Een redacteur van een uitgeverij zag haar theaterprogramma Tegengif, vond haar werk zo prozaïsch dat ze aan Van Veen vroeg of ze niet eens een roman wilde proberen. Nu kon die redacteur ook niet weten dat Van Veen al vanaf haar zesde jaar voorzichtig tegen haar moeder zei dat ze schrijver wilde worden. Maar, zegt ze een paar dagen voor de lancering van haar boek met haar handen gevouwen om een kop thee in zo’n fris hip Utrechts koffietentje: „Het was een stiekeme wens, en stiekeme wensen zijn vaak groot en hardnekkig.”

Wist je al meteen dat deze affaire het onderwerp van de roman zou zijn?

„Ja. Ik wilde altijd al een coming of age-verhaal schrijven. En ik zag terugkijkend op mijn eigen adolescentie dingen die ik boekwaardig vond. Ook deze affaire. Dus ik wist het verhaal meteen: een meisje dat van het platteland naar de stad verhuist en in het eerste jaar aan de toneelschool volwassen wordt.”

‘Jij wil het ook’, zegt Peer tegen Alma. Je vraagt je als lezer in het begin af of zij die affaire wel wilde…

„Ze voelt verwarring, ze twijfelt, ze wil weg. Hij zegt dat het verliefdheid is. Hij interpreteert haar gevoelens op een andere manier dan zij ze ervaart. Op een gegeven moment gaat ze geloven in zijn visie en daarmee neemt hij als het ware de regie over haar gevoelsleven over. Hij de regisseur. Zij de muze. Alma is ook nog zo jong. Op die leeftijd zie je er als vrouw uit – alles is rijp en je zet dat ook nog eens lekker aan om je onzekerheid te verbergen. Aan de andere kant zit je nog gewoon op zondag bij je moeder op schoot.”

Hoeveel fantasie heb je voor het boek ingezet?

„De werkelijkheid is het uitgangspunt, maar die heb ik ook weer losgelaten. Ik wilde een duidelijke spanningsboog, heb bepaalde waarheden uitvergroot en er personages bij verzonnen. Zo laat ik Alma vaak dingen zeggen die ik nooit heb durven zeggen. En is ze een stuk obsessiever en minder zelfredzaam.”

Je beschrijft de beklemmende sfeer van de academie. Studenten, docenten en ondersteunend personeel zaten zo’n beetje elke avond met elkaar in de kroeg.

„Dat was echt zo. Daar wordt het troebel, want waar ligt de grens? Je gaat heel intiem om met docenten die jou beoordelen. Bovendien is de opleiding heel fysiek en persoonlijk: je praat over grote emoties, je zet je lichaam in, je stem. Die sfeer zorgt dat Alma dubbel verward is. Behalve de verliefdheid, vraagt niemand hoe het echt met haar gaat.”

Terwijl je het gevoel krijgt dat iedereen van de affaire op de hoogte was.

„Ja, dat gevoel bekruipt haar, maar ze weet het niet zeker. Ik had dat ook. Bovendien kon ik niet geloven dat die man vaker meisjes zo benaderde. Ik had wel mijn vermoedens, maar pas sinds het artikel in de krant weet ik het zeker.”

Waarom besloot je mee te werken aan het Volkskrant-artikel?

Kortaf: „Ik heb alleen een reactie gegeven op het verhaal.”

Even later, na een slok: „Ik was geschokt door wat er zoveel jaar na dato naar boven kwam. Dat zoveel meisjes zo’n zelfde ervaring hebben gehad. Ik denk dat het goed is om eens te laten zien hoe de sfeer op de academie ontoelaatbaar gedrag tolereert. Niet zozeer om schuldigen aan te wijzen, maar om het bespreekbaar te maken.”

Jappe Claes heeft later uit de school geklapt over jullie affaire. Hij noemde jouw naam, terwijl jullie het tot dan toe geheim hadden gehouden.

„Dat heeft me totaal verrast. Al staat het hem natuurlijk vrij. Nou ja, in een interview in een Belgische krant zei hij dat zijn huwelijk behoorlijk op knappen stond. Dit is blijkbaar het boetekleed dat hij aantrekt.”

Je wist ook dat de affaire aan het licht zou komen als het boek in de winkels zou liggen…

„In bepaalde kringen zouden mensen weten om wie het ging. Kleine kring. Ja. Maar ik was niet met hem bezig. Het is zo lang geleden, we hebben al jaren geen contact meer. Ik heb hem gewoon verwerkt tot romanfiguur.”

Is de affaire achteraf gezien een trauma voor je geweest?

„Nee, een trauma is te heftig gezegd, maar ik denk wel dat ik er een jaar daarna nog problemen van ondervond. Ik was toen 22. Ik had een scheve beleving en was onzeker over mijn gevoelens. Als ik weer verliefd werd zat dat gevoel nog als een elastiekje aan die oude ervaring vast. Ik dacht, o god, ik zal toch niet op die meneer vallen om zijn positie, of op die mevrouw omdat ze me bevestigt? Het heeft even geduurd voordat ik mijn intuïtie weer vertrouwde, maar die butsen waren niet zo groot dat ik er tot de dag van vandaag hinder van heb.”

School. Peer. Zijn kantoor. Het behoorde tot de verleden tijd. In de lift rook ik aan het kraagje van mijn shirt. De echo van zijn parfum. Mijn keel werd dik. Ik hield van hem. Vraiment je t’aime.

Je laat in het boek beide kanten zien. De liefde lijkt wederzijds. Bovendien had zij ook wel degelijk macht over hem.

„Ik wil de grijstinten laten zien. Allebei hebben ze iets te verliezen. Hij zijn baan, zij haar waardigheid. Er bestaat al eeuwen een dynamiek tussen leraar en leerling, het gaat naar mijn idee vooral om het klimaat op de academie: Wat wordt toegestaan en wat niet? Ik heb deze roman niet geschreven om een statement te maken. Ik voel geen rancune. Niets van dat. Ik heb slechts geprobeerd om heel psychologisch en genuanceerd het verloop van een relatie te omschrijven waarbij de karakters samen een wankele illusie creëren. En nu denk ik alweer na over een nieuw boek en schrijf ik alweer aan een nieuwe theatervoorstelling, een muzikale monoloog wordt dat.”

Hoe had de school destijds moeten reageren?

„In het boek laat ik de artistiek directeur zeggen dat hij niets kon doen omdat hij zich er zelf ook schuldig aan heeft gemaakt. Dat kreeg ik ook te horen. Je staat dan zo alleen met je geheim. Ik denk dat het vooral belangrijk is dat er transparantie is. Zolang er een schimmig sfeertje hangt waarbij dit soort affaires oogluikend wordt toegestaan kan een leerling niet praten, laat staan er op een zakelijke manier melding van maken. Ik begrijp de verleidingen voor de leraar – ik denk dat je mij ook niet voor de klas moet zetten, haha – maar als docent ben jij de verantwoordelijke. De school moet daarop toezien.”

Tegengif, je laatste theatershow, ging over mensen die zoekende zijn, mensen die geen aansluiting vinden bij de maatschappij. Je wil, net als met dit boek, ongemakkelijke zaken bespreekbaar maken.

„Ja. Ik wil het ongemak naar de oppervlakte brengen. Ik wil uitersten van emoties laten zien. In het boek zegt Peer: al het denken is hoorbaar en zichtbaar. Dat is wat ik poog: gedachten zichtbaar maken. Gekte, ongemak, frustratie, jaloezie.”

Waarom wil je juist die kant laten zien?

„Mijn moeder zei altijd: je moet goud spinnen in de schaduw. En dan had ze het niet alleen over acteren. Als ik vroeger bang was, hield ze me niet bij die gevoelens weg, dan zei ze dat ik het op moest zoeken. In die donkere hoek zoek ik het als theatermaker en schrijver nog steeds.”