Hoe de Nobelprijs in één keer van Vandeloo een Claus kan maken

Echte wetenschappers hebben de Ig Nobelprijzen, voor ogenschijnlijk lachwekkend, maar toch leerzaam onderzoek. De literatuur heeft dat niet, anders zou Herman Brusselmans de literaire Ig Nobel krijgen. Ook zijn nieuwe ‘thriller’ Zeik en de moord op de poetsvrouw van Hugo Claus lijkt gierende flauwekul in een bad van poep en pies, terwijl uit die smurrie uiteindelijk wel degelijk Hugo Claus oprijst. Claus is een van de hoofdverdachten na de mysterieuze dood van Martha De Maeseneere. Pas op pagina 181 komt de bijna-Nobelprijswinnaar van 1996 uit de coulissen, en hoe: ‘Akkerdzjie, de mann’n van de polies. Verexcuseert mij da’k op den bril zat, maar ’k hep de schijterij [...] In d’n oto van Schiedam naar hiere heppek drei kere moet’n stopp’n om in de gracht te schijt’n’ Waarna hij tot verbijstering van de agenten drie potentiële moordenaars van zijn werkster suggereert: haar drie minnaars (‘’t was een hete paté’).

Intussen liggen de metaliteraire verwijzingen voor het oprapen. Schiedam kan ik niet plaatsen, maar de drie minnaars van de poetsvrouw zijn natuurlijk de Nederlandse Grote Drie en de werkster zelf is Wislawa Szymborska, de vrouw die in 1996 wèl de Nobelprijs won en die door Claus smalend ‘een Poolse huisvrouw’ werd genoemd. Zijn Nobelkansen waren tot in de eeuwigheid verkeken. De echte les van een Ig Nobel voor Literatuur voor Brusselmans zou zijn dat humor verblindend werkt op officiële literatuurbeoordelaars. En hij toont ons onze eigen vooroordelen: want waarom zijn we zijn we eigenlijk zo snel door Zeik en de moord op de poetsvrouw van Hugo Claus heen geschoten? We wachtten op de entree van ‘Oecho’, die welbeschouwd alleen even een geurvlag plant in de vertelling. Als Brusselmans zijn roman ‘Zeik of de moord op de poetsvrouw van Jos Vandeloo’ had genoemd, waren we minder geboeid geweest.

Waarmee we bij de echte Nobelprijs belanden. De bekroning van Svetlana Aleksijevitsj leverde als commentaar op dat ze zo’n moeilijke naam heeft. En dat ze Philip Roth niet is – for the record: Roth mag blij zijn met zijn plaats in het rijtje grote onbekroonden (Nabokov, Proust, Boon), bij de bekroonden (Bellow, Coetzee, Modiano) zou hij veel minder aandacht krijgen.

Het mooie van de Nobelprijs is dat een kluitje belezen Zweedse (bijna-)bejaarden in staat is om bij donderslag van een Vandeloo een Claus te maken. Ik had Szymborska voor geen goud willen missen en zo zal ook Aleksijevitsj iemand worden die we willen hebben gelezen. De lol en het nut van die prijs is dat je (Brusselmans indachtig) vooraf niet weet of de duvel op de grote hoop schijt, of een Geheimtip geeft. Zo is de Nobelprijs voor Literatuur zijn eigen Ig Nobel: op het eerste gezicht belachelijk, maar bij nader inzien schuilt er een grote waarheid achter.