Het was een mooie zomer, voor makelaars

Een huis ging in het afgelopen kwartaal voor gemiddeld 224.000 euro weg. „Verrassend”, zegt de Nederlandse Vereniging van Makelaars.

Niet eerder werden woningen sinds het uitbreken van de huizencrisis zo snel verkocht als het afgelopen kwartaal. Gemiddeld was een verkoper zijn huis na 98 dagen kwijt. Dat blijkt uit de kwartaalcijfers die makelaarsvereniging NVM gisteren heeft bekendgemaakt.

Het is sowieso het beste derde kwartaal sinds 2007, zei voorzitter Ger Hukker. „Het was een mooie zomer.” De cijfers zijn verrassend, gezien de beperkende financieringsmaatregelen die op 1 juli werden ingevoerd. Mensen mogen minder lenen, en het maximale bedrag dat mag worden geleend voor een huis met hypotheekgarantie is verlaagd van 265.000 naar 245.000 euro.

De makelaars verkochten ruim 36.000 huizen, 27 procent meer dan in dezelfde periode een jaar eerder. Hukker: „Ik had eigenlijk verwacht dat we nu onder de 20 procent zouden zitten, dat het aantal verkopen zou afvlakken.” Op de totale koopwoningmarkt werden naar schatting 47.500 huizen verkocht. De lage hypotheekrente, zei Hukker, is blijkbaar „onze reddingsboei”, die ervoor zorgt dat het herstel blijft doorzetten.

Grote verschillen

De prijzen stegen met ruim 4 procent ten opzichte van vorig jaar, maar daalden licht met 0,3 procent vergeleken met het tweede kwartaal. Dat is gebruikelijk: er worden in de zomer doorgaans minder woningen verkocht dan in het voorjaar, in een andere samenstelling. Een huis werd voor gemiddeld 224.000 euro verkocht. Dat is 8 procent meer dan tijdens het dieptepunt in 2013, maar 12 procent minder dan voordat de crisis uitbrak.

In de gebieden waar het goed gaat, vragen verkopers nu aan hun makelaar „of ze hun vraagprijs niet eens met 10.000 euro omhoog kunnen doen”, zei Hukker. Maar de huizenmarkt is divers – er zijn ook gebieden waar de vraagprijzen 40 procent lager zijn dan voor de crisis.

Die regionale verschillen blijken ook uit het aantal huizen waaruit een potentiële koper kan kiezen. Gemiddeld zijn dat er elf (op het dieptepunt in 2013 waren dat er nog dertig). Maar in steden als Amsterdam en Utrecht zijn het er nog maar vijf. Daar krijgen de verkopers het weer voor het zeggen.

Te hoge vraagprijs

De verkoop van vrijstaande woningen, die lang in het slop zat, is volgens de NVM bezig met een inhaalslag. Er werden er meer verkocht (ruim 32 procent meer dan vorig jaar), en er werd ook meer voor betaald. Verkopers kregen gemiddeld 352.000 euro voor hun huis, 5,2 procent meer dan vorig jaar.

Toch zijn er ook nog veel woningen – ruim 61.000 van NVM-makelaars – die al langer dan een jaar op een koper wachten. Dat is bijna de helft van het totale aanbod. De belangrijkste oorzaak daarvoor is volgens de makelaars dat mensen hun – te hoge – vraagprijs niet willen of kunnen laten zakken. Van de huizen die langer dan drie jaar te koop staan, wordt in één kwartaal slechts 5 procent verkocht. In bijvoorbeeld Noordoost-Groningen geldt dat voor maar liefst 65 procent van de huizen die te koop staan, in de omgeving van het Brabantse Uden voor 60 procent.

Het herstel van de nieuwbouwmarkt wordt geremd door een gebrek aan aanbod – volgens Hukker komt dat doordat projectontwikkelaars en bouwbedrijven fors hebben gesneden in hun personeelsbestand. Hukker: „Bouwers zeggen tegen ons dat ze vol zitten tot begin 2017.”