Handel tussen feit en fictie

Er zit beweging in de internationale handel. Begin deze week sloten twaalf landen rond de Stille Oceaan het Trans Pacific Partnership (TPP), een akkoord dat handel moet stimuleren en standaarden en reguleringen in het gebied moet harmoniseren. In de Verenigde Staten is het akkoord verwelkomd als succes in president Obama’s ‘pivot to Asia’, de draai naar Azië die de Amerikaanse invloed in de regio moet waarborgen en China in toom moet houden. De grootste economie van Azië maakt uitdrukkelijk geen deel uit van de overeenkomst.

TPP is voor een belangrijk deel een geopolitiek initiatief. Toegang tot elkaars markt is van belang, maar het voornaamste lijkt het tegengaan van valse concurrentie, het instellen van gemeenschappelijke standaarden en regels, en het beschermen van de (auteursrechtelijke) belangen van bedrijven in den vreemde. Vandaar dat het arbitragemechanisme ISDS (investor state dispute settlement) er integraal deel van uitmaakt. Bedrijven die zich door een overheid onheus behandeld voelen, kunnen zo verhaal halen. De tabaksindustrie mag er overigens geen gebruik van maken.

TPP lijkt sterk op TTIP (spreek uit: tie-tip), het Trans-Atlantische handels- en investeringspact waaraan Amerika en Europa werken. De bezwaren in de samenleving zijn eveneens eender. Angst voor een race naar de bodem waar het kwaliteit en standaards betreft. Zorg over arbitrage die zich aan de normale rechtsgang onttrekt. Vrees voor te grote invloed van het bedrijfsleven en algemeen onbehagen over verlies aan eigenheid in een geglobaliseerde wereld.

Dat is begrijpelijk. Naarmate de traditionele manieren van protectie, tarieven en quota, sneuvelden, kwam verdere liberalisering van de internationale handel op steeds gevoeliger terrein: van het lot van nationale industriële kampioenen tot gezondheid en nationale merken en tradities. Geen wonder dat er in ruim twee decennia geen werkelijk multilateraal handelspact meer is gesloten.

Regionale akkoorden zijn het enige alternatief. TPP gaat daarin zeer ver. Voor het Europese publiek kan het een testcase worden voor TTIP, het eigen akkoord. Het wantrouwen daartegen wordt gevoed door de geheimzinnigheid rond de onderhandelingen.

Nu is het lastig onderhandelen, laat staan concessies doen, als alles voortdurend op straat ligt. Maar het kan het publiek moeilijk kwalijk worden genomen dat het niet op voorhand vertrouwt wat er wordt bekokstoofd, wanneer het om zaken gaat die de soevereiniteit raken. Wat dat betreft is er goed nieuws. De details van TPP zullen over enkele weken bekend worden gemaakt. Dat is een goede gelegenheid om ook feit en fictie over TTIP te gaan scheiden. Want die lopen op dit moment nog te veel door elkaar.