Festival

In 2011 stond ik op het beroemde Djemaa el Fna (Plein van de Samenkomst) in Marrakesh. Al duizend jaar is daar overdag een kleurrijke markt en ’s avonds een spektakel van slangenbezweerders, goochelaars en kraampjes met heerlijk eten.

Heel bevooroordeeld ging ik dus naar het ‘Eetplein Djemaa el Fna’ op het Museumplein in Rotterdam. Moeten ‘ze’ zich zelfs dat toe-eigenen?, dacht ik. Ik verwachtte een verwaterde versie met hipsters – de grootste bedreiging voor onze Rotterdamse eigenheid – als publiek. De naam Eetplein Djemaa el Fna is nota bene absurd: het betekent letterlijk Eetplein Plein van de Samenkomst.

Ik had het faliekant mis. Eetplein Djemaa el Fna richt zich op cultuur en wordt georganiseerd door een Rotterdamse stichting, met onder andere steun van het prins Bernhard Cultuurfonds. En dat was te merken: geen hipsteronzin, maar echte Marokkaanse en niet-Marokkaanse Rotterdammers die de kraampjes runnen. De smaak van het eten was natuurlijk aangepast aan ons Hollanders, maar niet te veel.

De meeste festivals in Rotterdam heb ik bezocht, en dit was een van de zeldzame keren dat er een gemengd publiek was met ‘gewone mensen’ en hun gezinnen. Ik was er zelf met een Amsterdamse vriendin en haar kinderen, die genoten van Mono the Monkey. Ze kwamen er onderling niet uit of het kleine circusaapje echt was.

De culturele elite van Rotterdam liep er ook rond. Tegen vriend Francisco van Jole zei ik ironisch: „Die Marokkanen nemen ook alles over in Rotterdam, hè?” We lachten het uit. Ook Abdelkader Benali kwam ik tegen. We konden niet veel kletsen, want hij deed een culinair podium. Met veel humor liet hij een recept uit zijn prachtige kookboek zien. In het publiek zag ik dat de niet-Marokkaanse Rotterdammers aandachtig zaten te luisteren naar Benali. De Marokkaanse Rotterdammers stonden echter met hun rug naar hem toegekeerd, want de zon viel toevallig van de andere kant. Het was een grappig beeld: ‘Wij kennen al die recepten al, dus liever een zonnetje meepakken’, leek het.

Al met al was het een prachtige dag. In mijn vorige column schreef ik dat Rotterdammers niet meer in clichés moeten denken. Dat geldt ook voor mij, besefte ik op het Museumplein. Niet elk nieuw Rotterdams festival is culturele verloedering en niet alle Rotterdammers hebben een hekel aan vermenging.

Toch heb ik een puntje van kritiek: de volgende keer geen kamelen meer, alstublieft. Die tweebultige beesten zijn er namelijk niet in Marokko.

Zihni Özdil is maatschappijhistoricus. Hij schrijft op deze plek een wisselcolumn met journaliste Mirjam de Winter.