Eindspel rond Carnissetuin

De strijd om de Carnissetuin gaat de laatste fase in. Behouden of opheffen? Test voor het duurzaamheidgehalte van Rotterdamse bestuurders.

Oud en jong ontmoeten elkaar in de Carnissetuin. „Niet alle jongeren zijn bezig met rottigheid.” Foto Rien Zilvold

Kun je de politieke cultuur van Rotterdam aflezen aan de besluitvorming rond één klein stukje grond op Zuid, de Carnissetuin? Of is dat overdreven? „Ik vind het volkomen terecht dat dit dossier zoveel media-aandacht krijgt”, zegt D66-raadslid Nils Berndsen. „De manier waarop buurtbewoners van die tuin een warm nest hebben gemaakt, is heel bijzonder. Vanuit de participatiegedachte geredeneerd is de Carnissetuin een juweeltje. Kwetsbare jongeren en probleemgezinnen vinden er de rust en inspiratie om een nieuwe start te maken. Zo’n soort tuin zou je in elke grootstedelijke wijk willen hebben.”

Als de Carnissetuin inderdaad die welzijnsoase is, en wie twijfelt daaraan wanneer zelfs Leefbaar-woordvoerder Luuk Wilson de gemeenschapstuin als ‘zeer succesvol’ omschrijft, waarom dreigt het Rotterdamse college dan uitgerekend dit paradijsje in de probleemwijk Carnisse te laten verdwijnen?

„Je moet twee dingen scheiden”, zegt Berndsen. „De functie van de tuin. En de fysieke locatie. De functie moet behouden blijven. Over de locatie is enkele jaren geleden afgesproken dat die tijdelijk is. Het contract loopt af.” Op de grond van de Carnissetuin staat huizen gepland, plus een parkeerterrein en lokalen voor het aangrenzende Hoornbeeck-college, dat al jaren smeekt om uitbreiding.

Toegenomen vertrouwen

Volgens Henk Oosterling, filosoof en oprichter van Rotterdam Vakmanstad dat bij de activering van kinderen in de wijk veel gebruik maakt van de Carnissetuin, is de redenering van Berndsen onjuist: „Locatie en functie zijn niet te scheiden. De winst die de afgelopen jaren dankzij de tuin geboekt is, het toegenomen vertrouwen tussen jong en oud, en tussen diverse etnische groepen in de wijk. Dat heeft direct te maken met de plek van de Carnissetuin. Ik weet dat er ouderen zijn die alleen naar de Carnissetuin wandelen om even te zien hoe jongeren aan het snoeien, spelen of schoffelen zijn. Voor hen is dat een hoogtepunt van de dag en de hartverwarmende bevestiging dat niet alle jongeren uit de wijk bezig zijn met rottigheid. Dat effect verlies je als je de tuin verkleint, verplaatst of opdeelt.”

D66’er Berndsen meent dat de vrijwilligers van de Carnissetuin in samenspraak met de gemeente en Ballast Nedam (de projectontwikkelaar van ‘Hart van Zuid’) wel degelijk iets nieuws tot stand kunnen brengen dat vanuit sociaal oogpunt bezien een zelfde waarde kan hebben als de huidige tuin.

PvdA-fractieleider Leo Bruijn maakt zich wel sterk voor de Carnissetuin in zijn huidige vorm. „Mocht het Hoornbeeck-college echt omhoog zitten, bijvoorbeeld met een nijpend parkeerprobleem, dan moeten we dat anders oplossen. Met extra parkeerplekken bij Ahoy. Dat we alleen dáárvoor de Carnissetuin opofferen, vind ik een slecht idee.”

Luuk Wilson van Leefbaar Rotterdam vindt dat de tuin, ondanks het succes, wel weg moet. Jammer, vindt hij, maar ‘afspraak is afspraak’. Daarmee valt hij zijn eigen wethouder, Ronald Schneider, niet af.

Ontknoping

De komende weken volgt de ontknoping rond de tuin, als de raad op 5 november een besluit neemt. Voor Annelies Groen, vrijwilliger in de tuin, hoeft dat het sluitstuk niet te zijn: „Als de raad besluit dat we weg moeten, vechten we dat desnoods tot de Raad van State aan.”

„Eerlijk gezegd hadden we nooit verwacht dat die tuin zo’n issue zou worden”, geeft projectdirecteur Peter Klevering van Ballast Nedam toe. „Wij dachten twee jaar terug aan een tijdelijke groenvoorziening. Niet aan het vliegwiel dat het nu is geworden.”

Filosoof Oosterling moedigt de raad vooral aan weer eens ‘echte politiek’ te bedrijven. „Er zijn vier partijen met belangen: het Hoornbeeck-college, Ballast Nedam, de gemeente Rotterdam via het projectplan ‘Hart van Zuid’ en de burgers van de wijk Carnisse. Een uitgelezen kans voor de raadsleden om te laten zien namens wie ze daar nu eigenlijk zitten.”