Een villa of shoarmazaak? Te huur bij de gemeente

Van kappers tot kantoren: de gemeente verhuurt honderden panden in de stad aan particulieren en bedrijven. Daar wil zij nu vanaf.

Bijna twee miljoen vierkante meter. Dat is de totale vloeroppervlakte van de gebouwen die de gemeente Amsterdam bezit. Het zijn stadsdeelkantoren, scholen en parkeergarages. Wijkposten, buurthuizen en musea. Maar ook: kappers, shoarmazaken en zelfs villa’s.

‘Commercieel gemeentelijk vastgoed’, heet dat in jargon: gebouwen die van de gemeente zijn, maar niets met beleid te maken hebben. Amsterdam verhuurt ongeveer 350 van dat soort ruimtes aan particulieren en bedrijven, waaronder 19 winkels. Zo huren een juwelier, een schoenmaker en een slager in de Dapperbuurt hun ruimte van de gemeente.

Zij betalen „vaak” een marktconforme prijs, aldus de gemeente. Maar VVD-raadslid Rik Torn zet daar vraagtekens bij. Vandaag dient hij raadsvragen in over negentien villa’s op de Osdorperweg, die van de gemeente zijn. De huur, volgens de VVD: 199,21 euro per maand. Terwijl de WOZ-waarde van de betreffende huizen ruim vijf ton bedraagt.

„Onwenselijk”, vindt Torn, want zo loopt de gemeentekas, en dus uiteindelijk de Amsterdammer, inkomsten mis. Bovendien maken te lage huren de huizen onaantrekkelijk voor eventuele kopers: koop breekt immers geen huur, dus de huurders mogen bij een nieuwe eigenaar blijven zitten. En de gemeente wil juist van de commerciële panden af. Ook speelt iets anders mee: wie een te lage huur rekent, subsidieert de huurder indirect, met (mogelijk) oneerlijke concurrentie tot gevolg.

Als VVD’er gelooft Torn er „heilig” in dat „de overheid niet te groot moet zijn”. Maar het gaat hem ook om een fundamentelere kwestie: helderheid over wat de stad waar aan uitgeeft en waarom. Daarom maakt hij zich ook zo druk over gemeentelijke subsidies. „Ik denk dat de vastgoedportefeuille en subsidieverdeling historisch zo zijn gegroeid. Zonder dat we nog scherp voor ogen hebben of dit is wat we willen als stad.”

De vragen van Torn zijn in zekere zin olie op een al brandend vuur, want het stadsbestuur is al bezig met schoon schip maken. Commerciële verhuur is geen taak van de overheid, zo is vorig jaar afgesproken, nadat in 2012 bleek dat de stad niet eens wist welke gebouwen ze in bezit had. Een simpele raadsvraag hierover resulteerde in een jaar uitzoekwerk door ambtenaren. De gemeentelijke vastgoedportefeuille bleek twee keer groter dan gedacht.

Nieuwe regels zijn vastgesteld, zoals: al het bezit is tijdelijk, er moet geregeld worden bekeken of panden van de gemeente nog wel met beleid te maken hebben, alle commerciële panden worden verkocht en de huurprijs moet minimaal de kosten dekken. Sinds dit jaar bestaat de dienst Gemeentelijk Vastgoed, die 700 panden van de totale vastgoedportefeuille van 1.438 panden beheert (voor zover bekend, de zoektocht is nog niet afgerond). Volgend jaar gaat een Funda-achtige site online, waarop burgers de portefeuille van de stad kunnen bekijken. Van de opbrengst van de verkoop van vastgoed en deelnemingen moet 250 miljoen euro schuld worden afgelost.

Toch zijn er zorgen, vooral bij de stadsdelen. Zo vreest Zuid, waar dure huizen staan, dat basisvoorzieningen verdwijnen bij kostendekkende verhuur. De huur zal dan „aanzienlijk” stijgen, schreef voorzitter Sebastiaan Capel aan het college. Maatschappelijke instellingen zullen subsidie aanvragen, denkt hij, of de huur opzeggen.

„De consequenties kunnen heel groot zijn”, zegt PvdA-raadslid Carolien de Heer. Ze diende daarom een amendement in waarin staat dat de gevolgen voor buurten in kaart worden gebracht. Dat werd aangenomen. Ook zal worden bekeken of het nodig is dat stadsdelen een soort „kernvoorraad” vaststellen van sociale voorzieningen.

De Heer: „Ik snap dat er spelregels zijn, maar soms is maatwerk nodig omdat je iets wilt in een wijk.” Neem MidWest, een wijkonderneming in een schoolgebouw in West. Het college wil dat de onderneming kostendekkende huur gaat betalen, het initiatief zegt dan niet in huidige vorm te kunnen blijven bestaan.

Bovendien is er „een doel bijgekomen”, zegt De Heer: opvang bieden aan vluchtelingen met een verblijfsvergunning. „Daarom zou ik extra voorzichtig zijn met het verkopen van vastgoed. Ik denk dat we alleen maar méér nodig hebben.”