Een individu op zoek naar zin moet winnen

Wie mag dinsdag de belangrijkste Britse boekenprijs in ontvangst nemen? Er zijn twee favorieten: A Little Life, over de ontoereikendheid van de liefde, en Satin Island, dat de hele wereldproblematiek behelst.

Tekening Paul van der Steen

Bij het doorwerken van de zes romans die dit jaar de shortlist van de Man Booker Prize hebben gehaald, begint gaandeweg iets op te vallen: ze lijken allemaal te gaan over groepen – of het nu familie of vrienden betreft of gelukszoekers en bewoners van de arme wijken van Jamaica. Is het gedaan met het klassieke geïsoleerde personage dat op zoek is naar zin en inhoud? Toch niet helemaal, zo zal blijken.

De angst voor Amerikaanse overheersing, die ontstond toen twee jaar geleden de Booker Prize werd opengesteld voor alle Engelstalige auteurs die in het Verenigd Koninkrijk publiceren, wordt ook dit jaar niet bewaarheid. De auteurs op de shortlist vormen een ouderwets gemêleerd gezelschap: twee Britten, twee Amerikanen, een Jamaicaan en een Nigeriaan – waarbij moet worden aangetekend dat zowel de Jamaicaan als de Nigeriaan in de Verenigde Staten wonen. Ook qua leeftijd is het uit drie mannen en drie vrouwen bestaande gezelschap divers: de jongste is achtentwintig, de oudste drieënzeventig.

De jongste is de Nigeriaan Chigozie Obioma. In zijn debuut The Fishermen (als De verboden rivier verschenen bij De Geus) beschrijft hij aan de hand van de belevenissen van vier broers hoe een gezin in de Nigeriaanse provinciestad Akure ten onder gaat aan een noodlot van mythologische proporties. De vader heeft grote plannen met zijn zonen. Juist dat voornemen zorgt ervoor dat hij er nooit is: om de kansen voor zijn gezin te vergroten, gaat hij in een andere stad werken en laat de opvoeding over aan zijn vrouw. Tegen alle verboden in gaan de zonen vissen in de plaatselijke rivier, waar ze worden aangesproken door de dorpsgek, die voorspelt dat de oudste broer door een van diens broers zal worden vermoord. Angst en wantrouwen zijn het gevolg, en juist daardoor wordt de uitkomst van de profetie onvermijdelijk. Uiteindelijk wordt het allemaal nog erger dan je dacht te zien aankomen, en dat maakt The Fishermen onverwacht aangrijpend, ook al wordt de roman hier en daar ontsierd door onhandigheidjes die een debutant te vergeven zijn, maar een bekroning overdreven zouden maken.

Mislukte aanslag

De Jamaicaanse schrijver Marlon James (1970) noemde zijn derde roman A brief History of Seven Killings, en deze beknopte geschiedenis leverde een pil op van meer dan zevenhonderd pagina’s, met een body count die de zeven ruimschoots overtreft. Vanuit vijftien verschillende perspectieven beschrijft James de gewelddadige samenleving van het Jamaica uit de jaren zeventig en tachtig, met als brandpunt een mislukte aanslag op Bob Marley en de rivaliteit tussen verschillende bendes. Een ambitieus boek, maar misschien had James beter voor iets minder pagina’s en iets minder perspectieven kunnen kiezen. ‘Doordat veel stemmen op elkaar lijken, wordt het geheel al snel repetitief,’ schreef Auke Hulst in NRC Handelsblad. Om de lezer niet voor raadsels te stellen moeten al die vertellers veel informatie doorgeven waarvan ze zelf al lang op de hoogte zijn, wat het geheel soms iets kunstmatigs geeft. Toch is er een aantal vertellers aan wie je gehecht raakt, en dus lees je door.

De veteraan van het gezelschap is de Amerikaanse auteur Anne Tyler (1941), die zich in haar twintigste roman, A Spool of Blue Thread - in juli besproken in NRC Boeken - op bekend terrein begeeft: dat van het Amerikaanse gezinsleven. Het gezin in kwestie is de familie Whitshank, waarvan de lezer een aantal generaties mag meemaken, met als centrale personages Abby en Red, die vanaf de jaren vijftig bij elkaar zijn. Al zou je ook kunnen zeggen dat de eigenlijke hoofdpersoon het huis is dat ze bewonen, en dat ooit door Reds vader is gebouwd. Tyler schrijft doeltreffend en soepel, onderhoudend in de positieve betekenis van het woord. Ze verstaat de kunst om alledaagse scènes zo te beschrijven dat het veelzeggende sleutelscènes worden, zonder al te nadrukkelijk te zijn. En doordat ze haar verhaal niet chronologisch vertelt, houdt ze het spannend. Toch zou je willen dat het iets meer zou schuren, dat er zo nu en dan een splinter in je huid dringt, maar daarvoor is het allemaal toch iets te goed afgewerkt en in de was gezet. Bij het verschijnen van de Nederlandse vertaling prees recensent Jan Donkers de roman, maar niet zonder kanttekeningen: hier en daar zakt de roman in, en Tyler ‘slaagt er ook niet in alle karakters voldoende contouren te geven’. Inderdaad zijn niet alle bijfiguren even goed uit elkaar te houden, alsof je naar een groepsportret kijkt waarbij alleen is scherpgesteld op de figuren die in het midden staan. Ook opvallend: op een gegeven moment is de oude pater familias zo doof geworden, dat hij woorden verkeerd gaat verstaan. Dat levert misverstanden op waarvan de humor alleen maar met de term belegen kan worden aangeduid.

Verrassing

Een aangename verrassing is The Year of the Runaways, de tweede roman van de Brit Sunjeev Sahota (1981). Goed geschreven, in mooi ritmisch proza zonder toeters en bellen, en ook nog een goed verhaal, over drie jonge Indiase emigranten die in Sheffield in een pension zijn terechtgekomen en lange, slecht betaalde uren maken op bouwplaatsen en in snackbars. Alle drie hadden ze hun eigen redenen om India te verlaten. Het verhaal van Tarlochan is het meest dramatisch: hij hoort bij de kaste der onaanraakbaren en wil weg nadat extremisten zijn familie hebben uitgemoord. Avtar heeft een nier moeten verkopen en zich diep in de schulden moeten steken. Randeep heeft het nog het makkelijkst: hij heeft een schijnhuwelijk gesloten met de vrome Narinder, die al in Engeland woonde. Waarom Narinder instemde met dat huwelijk is een raadsel dat pas later in de roman wordt opgelost. In de huidige terminologie zouden de drie jongens gelukzoekers worden genoemd, maar deze roman maakt duidelijk dat dit eigenlijk een veel te frivole term is: ze zijn niet op zoek naar geluk, ze proberen te ontsnappen aan ongeluk, aan de uitzichtloosheid van een wereld waar eer, status en afkomst allesbepalend zijn.

De moeilijkheden in India, de nieuwe moeilijkheden in Engeland, het wordt door Sahota allemaal indringend neergezet, maar het is jammer dat de beste passages zich in de eerste helft van het boek bevinden. Die passages zijn dan ook erg goed, maar je wacht tevergeefs op een culminerend hoogtepunt waarin alle verhaallijnen op tragische wijze samenkomen. Het helpt ook niet dat de geheimzinnige bruid Narinder de hele roman door een vrij vlak personage blijft.

Met 720 pagina’s is A Little Life van de Amerikaanse Hanya Yanagihara (1975) het dikste boek van de shortlist. Bij de bookmakers geldt deze roman, Yanagihara’s tweede, als favoriet. Het is dan ook een roman die hard aankomt. Gedurende zo’n veertig jaar volgen we vier vrienden die het na hun studententijd willen maken in New York: acteur Willem, architect Malcolm, kunstenaar JB en jurist Jude St Francis. En ze maken het, al komt voor de een het succes eerder dan voor de ander.

A Little Life is geen roman over carrières, maar over vriendschap en liefde, en de ontoereikendheid daarvan. De focus verschuift steeds meer naar jurist Jude, een getroebleerde ziel die zichzelf mutileert. Het verleden dat hij voor zijn vrienden verzwijgt, blijkt vol te zitten met gruwelijke vormen van misbruik.

Onweerstaanbaar

Naarmate we door middel van flashbacks meer te weten komen over dat verleden, wordt de roman beklemmender en onweerstaanbaarder. De absolute eenzaamheid van Jude grijpt je naar de keel. Yanagihara laat overtuigend maar niet sentimenteel zien hoe iemands zelfbeeld door misbruik zo kan worden beschadigd dat alle liefde en vriendschap van de wereld niet in staat zijn daar iets aan te doen. Die machteloosheid vormt de hartverscheurende kern van deze roman.

Yanagihara ‘leert ons dat gebroken mensen het recht hebben zich aan onze hoop op een happy end te onttrekken,’ schreef Auke Hulst een paar weken geleden in een recensie waarin hij de lof zong over deze roman. In tegenstelling tot de roman van Marlon James telt A Little Life geen pagina te veel. Door de omvang van het boek worden we gedwongen ons avonden- en dagenlang te verdiepen in Jude, en door die langdurige en diepgaande investering raken we zeer bij hem betrokken, worden we lid van de vriendengroep die zich om Judes welzijn bekommert en moet inzien dat hij niet te redden is. De kwetsbare en onbereikbare Jude zal me lang bijblijven, en als Yanagihara dinsdag de Booker Prize wint, zal daar niets tegen in te brengen zijn.

Maar toch. Na al deze groepsdynamica ontmoeten we op de valreep een individu dat op zoek is naar zin: U., de held uit Satin Island van de Brit Tom McCarthy (1969). U. werkt als antropoloog voor een groot bedrijf, en zijn baas heeft hem opgedragen het Grote Rapport te schrijven, ‘Het Eerste en Laatste Woord over ons tijdperk’. Aan de hand van eigen ervaringen en informatie die hem bereikt, probeert U. tot een synthese van onze tijd te komen. Alles lijkt beladen met betekenis, van olievervuiling tot neerstortende parachutisten en een aan kanker stervende vriend.

Het schrijven van het Rapport blijkt een onmogelijke opdracht, die zorgt voor een raadselachtige en fascinerende roman. Ook de tekst zelf lijkt met betekenis beladen, zonder dat meteen duidelijk wordt hoe het zit. Is Satin Island zelf het Grote Rapport? Of is het Grote Rapport de hele wereld, alles wat het geval is? U. komt er niet uit, en door zijn megalomane fantasieën en depressiviteit ga je twijfelen aan zijn psychologische gesteldheid – die misschien ook weer iets zegt over de gesteldheid van maatschappij en lezer.

Die lezer blijft, net als U., met vragen achter. Dat de initiaal waarmee de verteller wordt aangeduid ook kan worden gelezen als ‘you’ is natuurlijk geen toeval. We zijn U., we doen voortdurend hetzelfde als hij: we proberen patronen te ontdekken in alles wat ons omringt en overkomt, en net als U. blijven we in het duister tasten.

De tijdgeest

McCarthy, die in 2001 debuteerde met het briljante Remainder en in 2010 de shortlist van de Booker Prize haalde met zijn roman C., is een auteur die wars is van psychologiseren. Mede daardoor vallen zijn personages samen met de tijd waarin ze leven. In tegenstelling tot meer normale geëngageerde romans, waarin personages tegen een achtergrond van contemporaine vraagstukken en gebeurtenissen te kampen hebben met tijdloze thema’s als liefde, haat, loyaliteit en identiteit, bewegen de personages van McCarthy zich niet tegen een actueel decor, maar zijn ze ónderdeel van dat decor, als gepersonifieerde uitingen van de tijdgeest. In dat opzicht doet McCarthys werk denken aan de romans die J.G. Ballard in de jaren zestig en zeventig schreef, zoals Crash.

Nogmaals, A Little Life van Hanya Yanagihara zou een mooie winnaar zijn. Maar ondertussen is Satin Island het enige boek van deze shortlist dat ik meteen wil herlezen. Niet om nog eens dezelfde leeservaring te ondergaan (dat zou een reden zijn om A Little Life te herlezen: je weet wat je krijgt en je wil het nog eens meemaken), maar om erachter te komen wat voor boek het nu eigenlijk is, wat Satin Island wil zeggen over onze tijd, of ik er nu andere dingen uithaal dan bij de eerste lezing, of het raadsel groter of kleiner wordt, het boek beter of slechter. Juist de onzekerheid die na eerste lezing overblijft, maakt McCarthys roman tot het meest interessante en intrigerende boek van deze lijst. En ook dat is een bekroning waard.