EU maakt afspraken over effectievere uitzettingen

De EU-landen hebben gisteren afgesproken migranten die geen aanspraak kunnen maken op asiel, sneller en effectiever uit te zetten.

„Hogere tempo’s van uitzetting moeten dienen als afschrikking van irreguliere migratie”, staat in een gezamenlijke verklaring na overleg van de ministers van Binnenlandse Zaken.

„Terugkeer is altijd moeilijk”, had de Duitse minister De Maizière voor aanvang gezegd. „Maar we kunnen vluchtelingen die bescherming nodig hebben alleen ruimte en steun bieden als degenen die geen bescherming nodig hebben, niet komen of snel worden teruggestuurd.”

Een terugkerend probleem bij het uitzettingsbeleid is dat de herkomstlanden niet willen meewerken. Van de uitgeprocedeerde asielzoekers heeft de afgelopen jaren minder dan 40 procent ook daadwerkelijk de EU verlaten. Europa wil met geld en andere drukmiddelen landen waar veel migranten vandaan komen, vooral in Afrika, ertoe zetten de terugkeer van uitgewezen landgenoten vaker te aanvaarden.

De ministers maakten ook principeafspraken over versterkte grensbewaking. Frankrijk pleit voor een speciaal Europees korps. En De Mazière zei: „Een Europa zonder veilige buitengrenzen zal een Europa zijn met interne grenscontroles.”

Op de vergadering in Luxemburg, de halfjaarlijkse EU-voorzitter, werd ook gesproken over de zogeheten hotspots in Italië en Griekenland. Daar moet een schifting worden gemaakt tussen degenen die wel en geen aanspraak kunnen maken op vluchtelingenstatus. Van daaruit zouden afgewezen migranten sneller en effectiever kunnen worden uitgezet. De Oostenrijkse kanselier Werner Faymann, net terug van een werkbezoek aan Griekenland, zei er sterk aan te twijfelen of die hotspots eind volgende maand operatief zijn, zoals het plan was.

Nog steeds zijn er duizenden vluchtelingen die via de Westelijke Balkanroute naar de EU proberen te komen. Macedonië kreeg woensdag en donderdag tienduizend migranten te verwerken. (NRC)