Adembenemende stad vol boze burgers

De ‘harteloze’ FPÖ deed het in de Oostenrijkse hoofdstad nooit goed. Zondag kan daar verandering in komen.

FPÖ-aanhang in Wenen groeit door vluchtelingencrisis. Foto Michael Gruber/EXPA

De straten zijn superschoon. Het openbaar vervoer is fantastisch – en veilig. Er is weinig criminaliteit, veel sociale woningbouw. Het culturele aanbod is adembenemend. Dit jaar werd de Oostenrijkse hoofdstad Wenen voor de zesde keer op rij nummer één op de befaamde Mercer-ranglijst van ‘leefbaarste steden’ ter wereld. Je zou denken dat de burgemeester bij de verkiezingen van zondag gemakkelijk een nieuwe termijn kan krijgen.

Dat valt tegen. De socialisten schuiven de zittende burgemeester, de 66-jarige Michael Häupl, naar voren. Maar deze grootvaderlijk figuur met snor is enigszins over zijn houdbaarheidsdatum heen: hij zit er sinds 1994. Daardoor, en vanwege de vluchtelingencrisis, stevent de extreem-rechtse Vrijheidspartij (FPÖ) in de hoofdstad voor het eerst op een fikse score af. Misschien wordt de partij niet de grootste. Maar ook als de 30 procent uit de peilingen uitkomen (de vorige keer was dat 10 procent) kan dat een einde maken aan nagenoeg honderd jaar ‘mild socialisme’ in de stad – en de opstap worden naar een landelijke zege in 2017.

In Burgenland vormt de FPÖ sinds kort met de socialisten een regeringscoalitie. In Oberösterreich, waar de FPÖ laatst haar score verdubbelde naar 30 procent, gaat ze waarschijnlijk regeren met de conservatieven. Maar het kosmopolitische Wenen was voor de FPÖ altijd een onneembaar bastion.

De FPÖ profiteert van de groeiende weerzin tegen socialisten en conservatieven, die Oostenrijk al sinds de jaren vijftig samen regeren. Dat betekent constant compromissen sluiten. In Oostenrijk wordt nooit gestaakt: werkgevers en werknemers onderhandelen net zo lang tot er een deal is. Ook slaagt geen regering erin om verkiezingsbeloftes van beide partijen uit te voeren, omdat ze tegenstrijdig zijn. „Wij zijn wereldkampioen doormodderen”, zegt Erhard Busek, ooit locoburgemeester voor de conservatieve ÖVP, met een vleugje Weens sarcasme. „En we slagen daarin omdat we óók de operette hebben geërfd.”

Ook produceert de coalitie politieke benoemingen van het ergste soort. Voor goede banen moet je een partijkaart hebben – bij de omroepen, de universiteit, banken, overal. Omdat de socialisten Wenen besturen (met de Groenen, nu ze hun absolute meerderheid kwijt zijn), is de eurocommissaris een conservatief.

Veel antistemmen gaan naar de FPÖ. Hun slogans appelleren aan het gevoel van onbehagen. Eentje luidt: ‘Wij begrijpen u tenminste.’ Een andere roept op tot een ‘Oktoberrevolutie’.

De vluchtelingencrisis geeft de FPÖ wind in de zeilen. Sinds augustus arriveren 15.000 tot 20.000 mensen per dag. De meesten gaan verder naar Duitsland. 20.000 hebben asiel gevraagd. Vergeleken bij de 160.000 Hongaren die in 1956 voor Russische tanks vluchtten, is dit niets. Maar FPÖ-leider Heinz-Christian Strache wil een hek om het land en verwijt de regering dat ze de zaak niet in de hand heeft.

De vluchtelingen hebben ook de socialisten wakker geschud. Honderden vrijwilligers die vluchtelingen helpen op stations, onder wie veel socialisten, herontdekken politiek activisme. Burgemeester Häupl haalde kinderen uit bomvolle asielzoekerscentra en regelde betere huisvesting voor ze. Hij is constant op tournee, ook in migrantenwijken. Zijn campagne heeft ineens een hart en een doel: het humanisme in Wenen redden van de „gewetenloze, harteloze FPÖ”. Maar de vraag blijft: hoe kan het dat je burgers huizen, banen, sportvelden en groen geeft in de mooiste stad ter wereld – en dat ze stemmen op een ander?