Toezicht op concurrentie in de zorg is een flipperkast

24 september 2015 – De opstandige huisartsen zijn blij maar nog niet tevreden. Gelijk hebben zij. Terwijl zij eerst miljoenenboetes kregen opgelegd wegens ongeoorloofde kartèlvorming, sprak de voorzitter van concurrentietoezichthouder ACM zaterdag in deze krant het verlossende woord: ontspan en ga maar lekker samenwerken. Verstandig maar ook verbluffend. Natuurlijk, vergeleken bij de migratiestorm die Europa ontreddert

24 september 2015 - De opstandige huisartsen zijn blij maar nog niet tevreden. Gelijk hebben zij. Terwijl zij eerst miljoenenboetes kregen opgelegd wegens ongeoorloofde kartèlvorming, sprak de voorzitter van concurrentietoezichthouder ACM zaterdag in deze krant het verlossende woord: ontspan en ga maar lekker samenwerken. Verstandig maar ook verbluffend.

Natuurlijk, vergeleken bij de migratiestorm die Europa ontreddert is het een kleinigheid. Tegelijk, juist als het continent schudt op zijn grondvesten is het geen overbodige luxe de pijlers van de democratische rechtsstaat helder in beeld te houden. Daar is Nederland toch al niet zo goed in, ook zonder volksverhuizing.

In zijn toespraak op het kennissymposium De Staat van Nederland zette voormalig vice-president van de Raad van State Tjeenk Willink maandag de kenmerken van de democratische rechtsstaat nog maar eens op een rij: democratische legitimatie, publieke verantwoording, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. Geen wereldwonderen, maar als je kijkt naar zo’n ingrijpende koerswijziging van de Autoriteit Consument en Markt dan gaan er wel waarschuwingslampjes knipperen.

Tot de zomer liet de ACM er geen twijfel over bestaan: huisartsen mogen niet samen optrekken in hun jaarlijkse contractonderhandelingen met de vier machtige zorgverzekeraars, tekenen bij het kruisje en zowel de tarieven als de zorgstandaarden accepteren die VGZ, CZ, Menzis en de anderen passend vinden bij goede zorg.

De landelijke actiegroep Het Roer Moet Om kreeg op een protestbijeenkomst in de Rode Hoed de minister zover dat zij daar voorzichtig afstand van nam. Een bestuurslid van de ACM liep flinke verbale schrammen op toen hij het als onevenwichtig ervaren concurrentietoezicht probeerde uit te leggen.

Nu is de ACM om, al probeert men dat te ‘framen’ als nadere uitleg van de wettelijke regels. De wet hoeft niet te worden veranderd, zei ACM-voorzitter Fonteijn in deze krant. De huisartsen moeten niet zo ‘verkrampt’ doen. Komisch nadat je bij de Landelijke Huisartsen Vereniging binnenviel en dossiers in beslag nam, nadat je miljoenenboetes hebt uitgedeeld en deze zomer nog allerlei documentjes uitgaf met gedetailleerde voorbeeldgevallen van wat wel en niet mag in de samenwerking tussen huisartsen.

Het is goed dat de concurrentietoezichthouder heeft geluisterd. De huisartsen waren met hun massale verzet tegen de regeltjescultuur, de formulierengekte en de totale ongelijkheid ten opzichte van de zorgverzekeraars ook niet bezig op te komen voor hun portemonnee. Zij waren de bureaucratische uitwassen van het huidige zorgstelsel beu.

Maar het is niet aan de ACM om het stelsel te veranderen. Kijkend naar de vier criteria van Tjeenk Willink is er met zeker drie van de vier in deze zaak iets loos. Wat is de democratische legitimatie van een verzelfstandigd bestuursorgaan als de ACM ook al weer? In één zomervakantie van rigide-argwanend jegens de huisartsen veranderd in tegemoetkomend, begrijpend, alles is goed als het de patiënt maar niet schaadt. Is daar ergens over gediscussieerd en gestemd, behalve binnen de bestuurskamer van de ACM?

De publieke verantwoording komt nu, achteraf. Dat is beter dan niet, maar komt als een edict van de Autoriteit die wij niet hebben gekozen, en waar geen minister spontaan verantwoording voor neemt. Ja wel formeel, maar vooral niet in concrete zaken. Bij de verzelfstandiging van de Nederlandse Mededingingsautoriteit in 2001 waarschuwde de Raad van State al voor ontbrekende democratische verantwoording. Minister van economische zaken Jorritsma wuifde dat weg. Nu voltrekt het zich.

Het andere bezwaar van de Raad doet zich hier ook levensgroot voor. Concurrentietoezicht is geen exacte wetenschap, er zijn geen objectieve, meetbare criteria voor. Dezelfde Autoriteit komt op grond van dezelfde Mededingingswet tot een tegengestelde conclusie. Beter laat dan nooit in dit geval, maar als rechtsstatelijke gang van zaken een eind richting willekeur. Daarmee hangt het criterium ‘rechtszekerheid’ dus ook in de lucht.

Wat betreft het laatste criterium van Tjeenk Willink, rechtsgelijkheid, valt te twisten. De vier grote zorgverzekeraars toestaan één af te vaardigen om met alle individuele huisartsen (en fysiotherapeuten, psychologen, medische behandelcentra) in een regio te onderhandelen, terwijl die zorgverleners nog niet met z’n tienen mogen optrekken in die onderhandelingen, dat lijkt weinig op rechtsgelijkheid.

Tenzij je helemaal opgaat in de mystiek van dit zorgstelsel en denkt dat alles mag wat je nuttig verklaart voor de patiënt, én ook de kosten beheerst. In dat bestuurlijk-politieke dogma voelt deze ACM zich kennelijk thuis. Dat maakt concurrentietoezicht in de zorg tot een flipperkast.

email: opklaringen@nrc.nl; twitter: @marcchavannes