Renoir is een prutser

Het canoniseren van kunst is dodelijk voor de individuele esthetische appreciatie. Eenvoudiger gezegd: reken op afkeurende blikken als je beweert dat Rembrandt een donkere-steegjeskunstenaar is, Sol LeWitt een eenvoudige muurschilder en Marc Chagall een prutser.

Waarom? Omdat honderden kunstenaars op een schild zijn gehesen dat zo hoog hangt dat de kunstenaars onmogelijk nog te bereiken zijn voor het oordeel van ons stervelingen. Max Geller, een Amerikaan met een uitgesproken hekel aan de schilderijen van de Franse impressionist Pierre-Auguste Renoir, probeert het toch. Hij vertelde maandag aan een journalist: „Renoir wordt als een groot kunstenaar gezien omdat zijn werk in belangrijke musea hangt. Maar kijk je goed naar zijn werk, dan zie je dat deze redenering geen hout snijdt.”

Samen met andere leden van zijn beweging ‘Renoir sucks at painting’, ofwel ‘Renoir kan niet schilderen’, demonstreerde hij voor het Museum of Fine Arts in Boston. Ze hielden borden in de lucht met teksten als: „Renoir is waardeloos”, „Re-NO-ir” en „Wij zijn geen beeldenstormers: Renoir kan gewoon niet schilderen”. En zelfs: „God haat Renoir.”

Hun eis: haal hem van de wand. Zolang conservatoren dat niet doen, beledigen ze al die andere, geweldige kunstenaars aan de muren van het museum. Om nog maar niet te spreken van de meesterwerken in depot.

De leden van de groep hebben elkaar gevonden via internet. Op het instagram-account @Renoir_sucks_at_painting maken ze zich druk over Renoirs schildertechniek. Een evolutionair bioloog, die op Harvard werkt, schrijft er: „De gedeformeerde, mistig-roze vrouwen en angstaanjagende baby’s van Renoir verpesten iedere museumervaring.”

Het museum gedraagt zich vooralsnog volgens de wetten van de canonisatie: niet reageren. Renoir is boven twijfel verheven. Gelukkig heeft wel iemand gehapt. Genevieve Renoir, naar eigen zeggen achterkleindochter van de kunstenaar, schreef op het account: „Natuurlijk, kritiek mag. Maar als je overgrootvader iets heeft geschilderd dat 78,1 miljoen dollar opbrengt, kun je gerust zeggen dat de vrije markt heeft gesproken: Renoir kon wel schilderen.”

Een absurd argument, zegt Geller. De vrije markt spreekt immers wel vaker. Zie klimaatverandering of tv-reclames. Ondertussen kijkt hij liever naar de wijze waarop Renoir handen schildert. Of eigenlijk niet schildert. En dus scandeerde hij maandag minutenlang, met medestanders: „Renoir, geef die handen eens vingers!”