Peter Pan als slaaf in de elfenstofmijn

Niet lang nadat het reusachtige vliegende schip van piraat Blauwbaard aan de horizon van Neverland is verschenen, weerklinkt uit duizenden kinderkeeltjes a capella Nirvana’s ‘Smells like teen spirit’. De cynisch zingende kindermassa kijkt toe hoe uit het schip een nieuwe lading wezen komt die samen met hen zal zwoegen in de eindeloos uitdijende mijnen op het magische eiland. Onder hen ook de 12-jarige Peter Pan.

De scène waarin Peter aankomt in Neverland in de nieuwe 3D-kinderblockbuster Pan is wat bombastisch, maar behoorlijk indrukwekkend. De film is de meest recente bewerking van het toneelstuk Peter Pan van J.M. Barrie uit 1904 en vertelt hoe Peter in Neverland belandt en personages uit Barries verhaal leert kennen. Zo wordt Peter vrienden met de latere Kapitein Haak (Garrett Hedlund), die in zijn pre-haaktijdperk een Indiana Jonestype blijkt te zijn.

Meer dan een origin story is Pan een aanleiding voor regisseur Joe Wright (Anna Karenina) om zich uit te leven met computertrucage, sprookjesachtige kostuums en spectaculaire vlieg– en vechtscènes.

Pan opent met een vrouw die haar baby achterlaat bij een weeshuis. Twaalf jaar later wordt de jonge Peter (Levi Miller) geterroriseerd door de nonnen van het tehuis. Die verdienen wat bij door kinderen te verkopen aan Blauwbaard (Hugh Jackman), die werkvolk nodig heeft om te graven naar elfenstof – een middel voor eeuwige jeugd.

Het scenario raakt terloops aan hedendaagse thema’s: zo blijkt Peter dyslectisch. Vragen zoals hoe en waarom Peter de hand van Haak zal afhakken, blijven onbesproken. Dat kan de pret niet drukken. Want als Pan één ding doet, is het tegemoetkomen aan het verzoek van de mijnwerkers in Neverland: „Here we are now, entertain us.