Oranje en de NIMBY-arrogantie van de Randstad

De gemoederen liepen dinsdag hoog op in het Drentse dorpje Oranje. Inwoners blokkeerden de bussen van vluchtelingen en de auto van de staatssecretaris. De symbolische schade voor het beleid is enorm. Drie opinies over een roerige week.

ORANJE, 6 oktober - In het Drentse dorp Oranje arriveren twee bussen met vluchtelingen. Boze dorpsbewoners hadden eerder op de avond de weg afgezet met auto's, om te voorkomen dat de vluchtelingen zouden arriveren. Staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Asielzaken) heeft de gemeente Midden-Drenthe opgedragen zevenhonderd asielzoekers extra op te vangen. Foto Vincent Jannink / ANP

Christiaan Weijts: ‘Pragmatisme zal Rutte niet redden’

De Fransen weten tenminste nog hoe ze machthebbers moeten belagen: scheur ze hun hemd en hun jasje uit, en laat ze als beesten wegvluchten, met de stropdas tussen de vetkwabben.

Hier staat één dorpsbejaarde voor de motorkap van een dienstwagen en de commentaren schreeuwen dat de grens naar geweldpleging tegen politici is overschreden.

De staatssecretaris zelf was er zo van geschrokken dat hij zich de hele avond nergens meer liet interviewen.

Je zou denken dat die man op de loonlijst van Geert Wilders staat, zo erg spant hij zich in om hem aan extra aanhang te helpen. Dinsdagavond ging Dijkhoff naar het dorpje Oranje. Sinds een half jaar hadden de inwoners zich daar min of meer neergelegd bij de huisvesting van vluchtelingen. Ondanks de absurde verhouding - 700 asielzoekers op 130 inwoners – werkte het daar, enigszins.

Als het in zo’n wanverhouding nog lukt, nou, dan moet het in de rest van Nederland toch zeker goedkomen. Zoiets had Dijkhoff moeten vertellen, maar nee, als beloning voor de welwillendheid verdubbelde hij het aantal asielzoekers, onaangekondigd. De bussen waren onderweg. Als dat geen reden is om zo’n man op z’n Air France’ uit z’n jasje te scheuren.

Dijkhoff vluchtte weg en liet niets meer van zich horen. Het enige wat we van hem zagen, was een eerdere quote, als reactie op Wilders’ asielzoekersmeldpunt. ‘We hebben al een meldpunt, dat is de politie.’ Niet zo zeuren mensen. In een dag wist Dijkhoff de zittende politiek weer de uitstraling te geven van vóór Fortuyn, toen bezorgde burgers stuitten op stilzwijgen.

Het verschil is dat dit zwijgen geen arrogantie is maar angst. Iedere opmerking die over de asielzoekers iets wezenlijkers zegt dan ‘we houden het scherp in de gaten’ is meteen een principiële stellingname, en in principe bestaat de huidige coalitie alleen omdat beide partijen bereid zijn geweest geen principes meer te hebben.

Visie ontneemt je het zicht: dat moppige oxymoron van premier Rutte werd het motto waaronder de ideologische tegenpolen PvdA en VVD elkaar een wurggreep in manoeuvreerden die nooit echt pijn deed, omdat alles pragmatisch was te lijmen met het uitruilen van getallen en procentjes.

Die lijmtube is nu echt platgeknepen. De keuze bij de vluchtelingenstroom is namelijk onvermijdelijk ideologisch: bouwen we opvangcentra of een grenshek? En ook: wat betekent dit voor de samenleving? In 2011 hadden we nog een vicepremier die verklaarde dat ‘de multiculturele samenleving was mislukt’. We moesten af van het idee dat verschillende culturen gescheiden naast elkaar konden bestaan, maar kiezen voor één Nederlanderschap met de Grondwet als bindend beginsel.

Zolang de regering zich niet principieel durft uit te spreken, zal Wilders blijven groeien.

 

 

Ebru Umar: ‘Mensen waar je overheen kunt lopen – of rijden’

Nee, wij critici van de vluchtelingentsunami willen niet cynisch zijn. Ook wij zien dat het mensen zijn. Ook wij geloven dat een aantal écht opvang nodig heeft. Ook wij zijn tegen de oorlog in Syrië. Maar als je de beelden ziet van die wanhopig protesterende vrouw die de berm in werd geduwd nadat ze staatssecretaris Dijkhoff belette door te rijden, dan wordt het tijd om realistisch te zijn. Want de 130 inwoners van Oranje zijn – woonwagenbewoners of niet – ook mensen.

Sinds Merkel de Europese grenzen opengooide en Rutte in haar kielzog de lofzang op vluchtelingen hield, weten we dat er geen ontkomen aan is. ‘Het zijn mensen’ is het mantra. Maar op de een of andere manier wonen degenen die dat het hardst roepen, nooit daar waar die vluchtelingentsunami plaatsvindt. Elk ander woord dan vluchtelingentsunami als het gaat om 1.400 mensen die in een gehucht van 130 inwoners geplaatst worden, is misplaatst.

Om het geheel nog meer te downplayen wordt het aantal van 1.400 in twee delen gesplitst: er zijn al 700 mensen opgevangen in het vakantiepark, daar komen nog 700 bij. Kan makkelijk. Het park biedt ruimte voor 1800 – een getal dat nog niet hardop uitgesproken wordt. Nee, op het geheel van 16 miljoen Nederlanders is 1.400 niet veel. Maar op het geheel van 130 inwoners is het meer dan een vertienvoudiging. De 130 mensen worden in de media weggezet als tokkies. Mensen waar je overheen kunt lopen – of rijden, in het geval van Dijkhoff. Wie het in zijn hoofd heeft gehaald om in een omgeving meer dan tien keer zoveel vreemdelingen te plaatsen dan er locals zijn, leidt duidelijk aan een nimby-complex. Zolang het not in my back yard is, is alles geoorloofd. Zet het eens in een stadsperspectief: 1400 vluchtelingen in Oranje is hetzelfde als 8 miljoen vluchtelingen in Amsterdam. Dat de getallen kleiner zijn, maakt voor het samenlevingsgevoel niets uit: de oorspronkelijke bevolking wordt een minderheid. Toch zal het in Amsterdam nooit gebeuren. Ten eerste omdat de beleidsmakers er wonen, ten tweede omdat bijdehante Nederlanders hun buren zijn. Bovendien ligt er in Oranje een ongebruikt vakantiepark en of daar nou vakantiegangers of vluchtelingen komen: wat is het probleem?

Terwijl het probleem duidelijk is. Vakantiegangers zijn westerlingen met onze eigen waarden, normen en gebruiken. Bovendien kun je ook dit argument vertalen naar Amsterdam: er staan tienduizenden vierkante meters kantoor- en woonruimte leeg en de stad wordt toch al bevolkt door toeristen. De blanco blikken die bij die opmerking horen, laat ik over aan de eigen verbeelding. Want vreemdelingenopvang is prima, het hoort. Het moet. Het is menselijk. Maar wel uit het zicht, wel in de buurt van anderen die onbelangrijk zijn. En veel onbelangrijker dan 130 woonwagenbewoners in Oranje wordt het niet. Al zijn het mensen. Daar kun je gerust overheen rijden.

De opvang: stap voor stap

 

 

Tahmina Akefi: ‘De eerste paar maanden dacht ik dat Nederland leeg was’

Een telefoontje van de NRC-redactie. Of ik een opiniestuk wilde schrijven in reactie op het stuk van Ebru Umar. „Dat wil ik wel”, riep ik snel en ik maakte me op voor een stevig tegengeluid, omdat ik ervan uitging (ook ik heb af en toe last van vooroordelen) dat zij het op zou nemen voor de vluchtelingen ten koste van de bewoners van Oranje. Dat doen de meeste commentatoren, toch?

Na het lezen van haar stuk kan ik niet anders zeggen dan dat ik het helemaal met Ebru Umar eens ben. Ook ik begrijp de gevoelens van de woonwagenbewoners die niet zitten te wachten op nog eens 700 vluchtelingen.

Laat duidelijk zijn dat ik vóór een humaan vluchtelingenbeleid ben. Mensen die gevlucht zijn voor een oorlog waar ze niet om gevraagd hebben, moeten we op een menswaardige wijze opvangen. Maar opvang mag niet voor nog meer onrust en verdeeldheid in de samenleving zorgen. Er is maar één persoon in dit land die baat heeft bij nog meer haat en verdeeldheid...

Door de gespannen sfeer en alle negatieve berichten in de media en op social media lijkt het alsof Nederland volloopt met vluchtelingen. In de jaren negentig hadden we met veel méér vluchtelingen te maken dan nu het geval is. In 1992 kwamen er ruim 52.000 asielzoekers naar Nederland. De tweede piek was in 1998 met ruim 45.000 asielzoekers en de derde grote instroom vond plaats in 2000 met bijna 44.000 asielzoekers.

Dit jaar (van januari tot augustus) hebben 17.115 vluchtelingen asiel aangevraagd in Nederland. Van een invasie is dus geen sprake. Het verschil met de jaren negentig is dat er toen voldoende locaties waren voor opvang.

Die locaties bevonden zich vaak in de middle of nowhere. En dat was prima! Kun je in alle rust bijkomen van de vlucht en wennen aan je nieuwe omgeving. Halverwege de jaren negentig kwam ik ook in een opvangcentrum in de buurt van Eindhoven terecht. De eerste paar maanden dacht ik dat Nederland leeg was. Het duurde maanden voordat ik een Nederlander tegenkwam, want ook ons opvangcentrum bevond zich ver buiten de bebouwde kom. Dichtstbijzijnde supermarkt? Een half uur lopen.

Na 2000 ging het aantal asielaanvragen drastisch omlaag, met als gevolg dat de meeste opvang- en asielzoekerscentra dichtgingen en verdwenen.

Om de onrust enigzins weg te nemen en de asielzoekers de kans te geven om bij te komen van alle spanningen en onzekerheden, moeten we proberen om ze op te vangen op plekken waar vroeger de speciaal daarvoor bestemde centra stonden.

Opvang zoals in Oranje is niet reëel en de onrust bij de bewoners die al 700 asielzoekers hebben verwelkomd, is goed te begrijpen.