Nobelprijs voor de Literatuur naar Svetlana Aleksijevitsj

Nobelprijs voor de Literatuur naar Svetlana Aleksijevitsj Foto ANP

Svetlana Aleksijevitsj heeft zojuist de Nobelprijs voor de Literatuur toegekend gekregen, ‘s werelds grootste literatuurprijs. Dat is zojuist door het Zweedse Nobelprijscomité in Stockholm bekendgemaakt.

Het is niet zo vreemd dat de Wit-Russische schrijfster Svetlana Alexijevitsj de 112de Nobelprijs voor Literatuur heeft gekregen voor, zoals het Nobelcomité in het juryrapport zegt:

‘haar meerstemmige geschriften, een monument voor het lijden en moed in onze tijd’.

Pionier

De afgelopen jaren liep de 67-jarige Aleksijevitsj er al warm voor en werd haar naam voortdurend genoemd. En terecht, zo bleek in 2013 toen haar Het einde van de Rode mens verscheen, de als een Griekse tragedie gecomponeerde verzameling levensverhalen uit de twintig jaar na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Hier was een schrijfster aan het woord, die in schitterende taal iets wezenlijks te vertellen had over de menselijke conditie in de moeilijkste omstandigheden.

De Wit-Russische schrijfster en journaliste, die in 1948 geboren werd in het Oekraïense Ivano-Frankivsk, manifesteert zich in haar boeken als een pionier in een literair genre, waarin uiteenlopende mensen een voor een hun relaas doen. Net als in haar eerdere werk kiest ze voor die literaire interviewvorm, omdat ze iets wil verwoorden dat je niet kunt verzinnen, zo onvoorstelbaar is het. De stemmen die ze laat klinken vormen dan ook een literaire kroniek van een spookwereld die zijn oorsprong vindt in een gewelddadig verleden.

Russische lijden

In haar dankwoord voor de Vredesprijs van de Duitse Boekhandel, die haar in 2013 werd toegekend, zei Alexijevitsj het volgende over die stemmen:

“Precies daar, in de warme menselijke stem, in de levendige weerspiegeling van het verleden, verbergt zich de oorspronkelijke vreugde en openbaart zich de onafwendbare tragiek van het leven, zijn chaos en hartstocht, zijn unieke karakter en onbegrijpelijkheid. Alles is echt.”

Als een stem zo’n verhaal heeft verteld, resteert bij Alexijevitsj het Russische lijden, ‘onze gave en onze vloek’, zoals de schrijfster het noemt. Ze heeft dat lijden dan ontdaan van alle dramatische poespas, alsof ze een zwaarbeladen begrip uitkleedt om het in zijn wrede zuiverheid aan haar lezers te tonen. Op die manier weet ze de ziel van een heel volk bloot te leggen en kun je als lezer dat volk slechts collectief geestesziek of zwaar getraumatiseerd noemen.

Levensverhalen

Personages hoeft Alexijevitsj voor haar boeken niet te bedenken, want die plukt ze uit het enorme land waarin ze is opgegroeid: de Sovjet-Unie. Ze interviewt ze, waarna ze hun levensverhalen zorgvuldig rangschikt.

Die compositie laat ze soms vergezeld gaan van korte, losse uitspraken van niet met name genoemde personen. Op die manier ontstaat een Russische variant van een Griekse tragedie, compleet met een koor, dat begint zodra een solozanger zijn vaak gruwelijke relaas heeft gedaan. Samen drukken ze het overrompelende leed uit van miljoenen anderen met een vergelijkbaar lot.

Zwarte lijst

In 1985 debuteerde Alexijevitsj met De oorlog heeft geen vrouwelijk gezicht, waarin gewone Sovjetburgers over hun ontberingen in de Tweede Wereldoorlog vertellen. Aanvankelijk kwam het manuscript niet door de censuur, maar tijdens de perestrojka van Gorbatsjov werd die hindernis weggenomen en vlogen twee miljoen exemplaren over de toonbank.

In hetzelfde jaar volgde haar tweede boek: De laatste getuigen. Kinderen in de Tweede Wereldoorlog. In 1989 kwam ze met Zinkjongens. Sovjetstemmen uit de oorlog in Afghanistan, en vier jaar later publiceerde ze Betoverd door de dood, waarin ze de golf geslaagde en mislukte zelfmoorden in kaart bracht tijdens de ineenstorting van de Sovjet-Unie. Het einde van de rode mens. Leven op de puinhopen van de Sovjet-Unie, dat in 2013 verscheen, kan terecht haar magnum opus worden genoemd.

De zes boeken van Aleksijevitsj, die in Wit-Rusland op de zwarte lijst staan maar in dertig talen zijn verschenen, kun je ook als afzonderlijke hoofdstukken zien van wat ze zelf een ‘Rode Encyclopedie’ noemt. Het einde van de rode mens vormt daarin de apocalyptische finale, waarvoor ze nu wereldwijd geprezen wordt. Je kunt niet om dit imposante werk heen als je Poetin en zijn 140 miljoen onderdanen wilt begrijpen. Want nergens is de geschiedenis in de twintigste eeuw zo bloedig tekeer gegaan als op het grondgebied van de voormalige Sovjet-Unie. En niemand heeft dat trauma zo goed beschreven als zij.