Moeten ze in de rekenles weer meer gaan stampen?

Is het goed of slecht dat de rekentoets vooralsnog alleen voor het vwo telt? Deskundigen verschillen erover van mening. „Zorg liever voor betere leraren.”

Een goede zaak dat de rekentoets voor vmbo en mbo niet gaat meetellen voor het einddiploma, vindt René Kneyber, wiskundeleraar aan een vmbo in Nieuwegein en tevens lid van de Onderwijsraad. „Ik vind niet dat je kinderen moet opzadelen met de rekening als wij volwassenen falen”, zegt hij.

Een meerderheid van de Tweede Kamer wil de resultaten van de extra rekentoets alleen op het vwo laten meetellen voor het eindexamen. De resultaten op andere middelbare opleidingen waren er te slecht voor.

Elke school geeft anders rekenles, zegt Kneyber. „Die rekentoets is alleen een test en de rest laat je aan de scholen zelf over. Dat werkt niet.”

Bij die rekentoets wordt al nauwelijks gerekend omdat leerlingen er een rekenmachine bij mogen hebben. „Die wordt gebruikt bij realistische opdrachten (uitgebreide redactiesommen) en bij kale opdrachten weer niet. Daar zie je de polder terugkomen met beslissingen die niet onderwijsinhoudelijk zijn.”

Zelf oefent Kneyber vaak de tafels van vermenigvuldiging met zijn derde klas vmbo-leerlingen. „Je moet het uit je hoofd kennen voor als je met breuken aan de slag gaat”, zegt hij. „Als je dan de tafels niet beheerst, is dat een oeverloze bezigheid.” Tijdens de les heeft hij een bal in handen en degene die hem krijgt toegegooid, moet meteen antwoord geven op een vraag. Of hij geeft honderd sommen die dan in twee minuten moeten worden gemaakt. „Steeds weer doen, dan gaat het beter.”

Het accent ligt in het huidige rekenonderwijs volgens hem te veel op inzicht in rekenen. „Daar zijn zwakke rekenaars niet mee geholpen. Die kunnen beter eerst technisch leren rekenen zonder inzicht”, zegt hij. „Er is veel te weinig aandacht voor het gewone, goede stampwerk.”

Jaap Dronkers, hoogleraar onderwijssociologie aan de Universiteit Maastricht, vindt dat de rekentoets wél moet meetellen voor het diploma: „Zonder de druk van kunnen zakken op een eindexamen wordt het rekenonderwijs nooit serieus genomen in het voortgezet onderwijs en zal het nooit verder komen dan de status van het vak godsdienst”, zegt hij. „De oppositie heeft goed ingespeeld op de groeiende afkeer van tests en cijfers („ieder kind heeft zijn eigen talenten”). Van uitstel komt geen beter rekenonderwijs, hoogstens convenanten waarin besturen afspreken dat er beter rekenonderwijs moet komen.”

Slecht les op de havo, vmbo en op het mbo zit de sociale mobiliteit in de weg. Volgens een recent onderzoek onder de hoede van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) is in Nederland van alle rijke landen de sociaal-economische achtergrond het meest bepalend hoe goed de wiskundeles is. Als je in Nederland uit een arm gezin komt, zou de kans dat je slecht wiskunde krijgt verreweg het grootst zijn vergeleken met andere rijke landen.

Ligt dat aan de relatief vroege selectie van leerlingen in Nederland waar de OESO bezwaar tegen heeft? Op hun twaalfde worden leerlingen in Nederland ingedeeld in vmbo, havo en vwo, terwijl dat in de meeste andere landen pas later gebeurt.

Dronkers vindt dat dit een rol speelt in de scheiding tussen sociale klassen. „Dit is een argument voor een veel breder opgezette middenschool, met alle niveaus bij elkaar. Daar kom je dan in een klas waar de betere wiskundeles ook nog wordt aangeboden. Je dwingt bij ons leerlingen al vroeg in een bepaalde stroom”, zegt hij. Toch zou Nederland er bij een andere meetmethode beter uit springen.

Kneyber vindt dat het realistisch rekenen, zoals in Nederland wordt gegeven, mensen met een taalachterstand benadeelt. En zwakte in taal komt nou net vaker voor bij havo, vmbo en mbo. Voor Kneyber hoeft het schoolsysteem niet helemaal te worden omgegooid om de vakken rekenen en wiskunde te verbeteren. „Ik ben niet per se tegen vroege selectie. Als we het willen rechttrekken, hebben we meer uren en betere docenten nodig”, zegt hij. „Er staan nu te veel onbevoegde leraren voor de klas. We staan te springen om mensen met vmbo-ervaring. Eigenlijk zou je de hoogstopgeleide mensen op de laagste niveaus moeten laten les geven. We zadelen nu de zwakste groepen op met het slechtste onderwijs.”