Leven is veel pijnlijker dan de dood

Robert Harris schreef met Dictator, dat vandaag verschijnt, het sluitstuk van zijn trilogie over de val van de Romeinse republiek. „Ik vond het geruststellend om Cicero met de naderende dood te zien worstelen.”

Robert Harris weet dondersgoed wat macht is. Hij schurkte er zelf jarenlang tegenaan. „Tony Blair…” Harris (58) neemt een trekje van zijn Cubaanse sigaar, bolt zijn wangen, blaast uit en lacht zijn ogen tot ondeugende spleetjes. „Wist je dat Tony Blair altijd rondreisde met twee make-updames? Waar hij ook kwam, áltijd ging er een laag foundation op.”

De bestsellerauteur en de voormalige Britse premier waren ooit hechte vrienden. Een duo aan weerszijden van het politieke spectrum: de journalist en de politicus. Via Blair kreeg Harris, toen politiek columnist van de Britse krant The Daily Telegraph, toegang tot de hoogste echelons van de Britse macht.

Maar de vriendschap bekoelde. Harris raakte ontgoocheld vanwege Blairs steun aan de oorlog in Irak. Geen goed woord kan er meer af. Harris’ fascinatie voor macht is echter blijven hangen – wat die doet met mensen, en vooral: wat mensen doen om hem te behouden.

Harris is geen journalist meer, maar kan zich rekenen tot ’s werelds succesvolste schrijvers. Zijn specialiteit: historische thrillers, hij verkocht er ruim 10 miljoen van. Vandaag verschijnt wereldwijd zijn jongste boek, Dictator, het sluitstuk van zijn lijvige trilogie over de redenaar en politicus Cicero (106-43 voor Christus) en de val van de Romeinse republiek. Dat brengt hem naar het Italiaanse kustplaatsje Formia, waar Cicero’s „favoriete huis” stond. Harris geeft er een tour langs de archeologische restanten van Cicero’s aanwezigheid. „Je voelt hem hier overal.” Een cameraploeg, fotografen en een stel journalisten volgt in zijn kielzog.

Net als zijn hoofdpersoon weet Harris hoe hij het publiek moet bespelen. „Dertien jaar schijven”, prevelt hij, spookachtig geïllumineerd in de ondergrondse duisternis van het bassin van een Romeins aquaduct. „400.000 woorden, en dan is het voorbij.” Hij sluit zijn ogen een moment. „Ik neem afscheid van Cicero. Dat doet pijn. We zijn samen oud geworden.”

Harris is een geweldig erudiete man, even hooghartig als bescheiden, zoals alleen Britse intellectuelen op leeftijd dat kunnen zijn. Nu is hij de eregast van een festival in het teken van de redenaar, en hij geniet zichtbaar van de aandacht. Overal hangen posters, de burgemeester bezoekt om de haverklap het hotel, Harris wordt getrakteerd op overdadige diners met authentiek Romeinse ingrediënten. De sterschrijver wordt behandeld als rockster.

„Eigenlijk zou dit helemaal geen roman over Romeinen worden”, geeft Harris later toe in de suite van zijn hotel. „Integendeel. Ik wilde een universeel relevante roman schrijven over macht en politiek.”

Waarom dan toch een boek over Rome?

„De moderne politiek begon in Rome. Kijk maar naar de typen politici die er toen rondliepen, die zie je nu nog steeds: de populisten, de managers, de demagogen. Rome was extreem, natuurlijk, maar in de basis is er maar weinig veranderd.”

Cicero, Caesar, Cato, Pompeius – ieder luisterrijk figuur komt nogal gewelddadig aan zijn einde. Is dat wat u wilde zeggen: dat succes in de politiek een illusie is?

„Tegenwoordig worden je hoofd en handen er misschien niet meer afgehakt en op het spreekgestoelte gespijkerd, zoals Cicero overkwam, maar ik constateer nog steeds dat elke politieke carrière onherroepelijk eindigt in mislukking.”

Waarom denkt u dat?

„Kijk, als schrijver of als filmmaker produceer je iets blijvends: een boek, een film. Het is een eindig proces. Wat politiek definieert is juist dat het nooit ophoudt, omdat de problemen die de politiek wil oplossen altijd blijven bestaan. Zorg, onderwijs, armoede, geweld – in meer of mindere mate zijn dat vaste gegevens, inherent aan het menszijn. Het politieke proces is een oneindige belofte tegen de achtergrond van permanente problemen. Je kunt nooit slagen in de politiek. Dat zou betekenen dat die problemen zouden zijn opgelost, en dat gebeurt alleen als het leven ophoudt te bestaan.”

En toch laat u Cicero zeggen dat de politiek ‘het nobelste van alle beroepen’ is. Uw boek is zowel een veroordeling als een liefdesbrief aan het politieke proces.

„Ik denk, net als Cicero, dat er een speciale plek in de hemel is gereserveerd voor politici die hun leven geven om een land te besturen. De mensen die deze uitdagingen aangaan, moeten bewonderd worden, ik zou het niet kunnen. Maar het nobelste beroep, ach, dat gaat wat ver. Daar is het te hypocriet voor. Maar we schieten wel door in onze afkeer. Er gaat nu zoveel meer talent om in de commercie dan in de politiek, zoveel meer geld. Als journalist kreeg ik net zoveel betaald als de premier, maar ik had nog geen honderdste van zijn verantwoordelijkheid. We klagen allemaal over politici, maar de meerderheid doet zelf helemaal niets. Ik reken mezelf daar ook toe. Dat was in Rome wel anders.”

Dus we kunnen nog iets leren van de Romeinen?

„Absoluut. Op veel manieren was het politieke systeem toen aanzienlijk democratischer dan het nu is. Zo waren er elk jaar verkiezingen, niet eens in de vier of vijf. Romeinen kozen hun rechters, hun ordehandhavers echt, ze kozen zelfs de persoon die de aquaducten bouwde. Een miljoen mensen had stemrecht. Ik geloof niet dat het systeem gedoemd was te mislukken. Het ging uiteindelijk ten onder aan individuen met te veel geld die de macht naar zich toe trokken. Heel veel anders dan nu is dat niet. Kijk maar naar de VS: daar kun je als miljardair je weg naar het presidentschap kopen.”

Dictator speelt zich af in de eindfase van de Romeinse republiek. Centraal staat de botsing tussen twee kolossale historische figuren: Caesar (de dictator uit de titel) en Cicero. Een „genocidale psychopaat met charisma” tegenover een „technocratische jurist”.

Het boek begint als Cicero wordt verbannen uit Rome. Noodgedwongen ontvlucht hij het publieke leven, trekt zich terug in zijn boeken en ontpopt zich terloops tot één van de invloedrijkste filosofen uit de menselijke geschiedenis. Intussen brokkelt de macht van de Senaat af. Aan het eind stapt Cicero nog eenmaal uit de marge om de macht naar zich toe trekken, een laatste poging om de democratie te redden – hij faalde manmoedig.

Het boek is geschreven als dagboek van Tiro, Cicero’s secretaris, slaaf en boezemvriend, die hem ruim overleefde. Zo’n biografie heeft ooit bestaan, maar is ergens in de geschiedenis verloren gegaan. Het boek is doorspekt met citaten uit brieven die de tand des tijds wél doorstonden.

Als je aan de ene kant fictie hebt, en non-fictie aan de andere, waar moeten wij uw boek dan plaatsen?

„Ik heb anderhalf jaar onderzoek gedaan. Er staat niets in het boek waarvan ik wéét dat het niet klopt. Maar tegelijkertijd klopt er ook niets van, omdat we nou eenmaal heel veel niet weten. Daar mag ik verzinnen, dat is mijn terrein. De kunst van goede historische fictie: het is rigoureus feitelijk en tegelijk klinkklare onzin.”

U bent goed bevriend met regisseur Roman Polanski. Heeft dat invloed op uw schrijven?

„Heel veel. Hij is steengoed in het doorgronden van personages, begrijpen waarom ze doen wat ze doen. Hij heeft mij geleerd dat de scènes die het moeilijkst zijn om te schrijven de belangrijkste zijn. Wat filmmakers, en ook schrijvers, tegenwoordig veel doen is wegsnijden als het lastig wordt: iemand komt aan de deur een moeder vertellen dat haar kind dood is. Je hoort geklop...”, Harris tikt met zijn vuist op tafel, „...en dan zie je ze praten door de ruit zonder te horen wat ze zeggen. Hij leerde mij: zo’n scène moet je uitschrijven juist omdat hij moeilijk is. Door Polanski ga ik tot het uiterste.”

De grootste transformatie die u Cicero laat doormaken is dat hij de angst voor de dood overwint. Houdt die angst u ook bezig?

„Ja. Dat je gaat sterven is een sterk besef als je de vijftig bent gepasseerd, als je kinderen volwassen worden. Daarom ben ik blij dat ik nu pas dit derde boek heb geschreven, ik ben oud genoeg om dat zelf te ervaren. Cicero’s filosofie heeft mij geholpen. Ik vond het geruststellend om hem met hetzelfde te zien worstelen. Ik ben niet gelovig, evenmin als hij, dus je moet een andere manier zoeken om met de dood om te gaan. Wat Cicero zegt, in een notendop: óf er is een hiernamaals en dan is alles goed. Of er is een Groot Niets, en dan is dat óók goed. Het lijden is hoe dan ook voorbij. Leven is oneindig veel pijnlijker dan de dood.”

Wie zou het in het heden beter doen in de politiek: Cicero of Caesar?

„Cicero was een man die in elk westers land naar de top was gestegen. Je kunt hem zo een pak aantrekken in plaats van een toga. Caesar is een ander verhaal. Iemand met zijn ambitie, zijn drive – die zou tegenwoordig niet de politiek ingaan. In Rome was dat de meest prestigieuze, hoogst haalbare plek voor mensen op zoek naar macht. Maar nu... Door het electoraat beschimpt worden, in de media bespot? Caesar? Nee, die zou waarschijnlijk CEO van een multinational zijn geworden.”