Leuvenaren zijn ‘fier op hun bier’

Biermarkt

In bierstad Leuven wordt het overnamebod van AB InBev op SABMiller met argusogen bekeken. Wat betekent dit voor ‘hun’ Stella Artois?

‘Van algemeen directeur tot laagste bediende, in mijn tijd voelde iedereen zich verantwoordelijk voor ons frisse en ronde Stellake.” Van de passie waarmee Freddy Delvaux over bier praat, krijg je dorst. Maar pas op, want in Leuven is Delvaux even geliefd als gevreesd. ‘De Neus van Leuven’ noemen ze hem in de Vlaamse bierstad waar Stella Artois nog altijd wordt gemaakt. Inmiddels als klein onderdeel van biergigant AB InBev, dat het hoofdkantoor in Leuven heeft.

Delvaux onderscheidt feilloos een eerlijk biertje van smerig bocht. „Ik kan goed proeven en ruiken”, zegt de 70-jarige bierspecialist. „En ja, ik ben streng!”

Ruim zeventien jaar werkte Delvaux als hoofd van het laboratorium van de Artois-brouwerij. Daarna werd hij bierprofessor aan de universiteit in Leuven. „Fier op ons bier”, zeggen ze daar, en Freddy de Neus is de belichaming van die trots.

Maar wat blijft daarvan over, als AB InBev het overnamebod van ruim 92 miljard euro van SABMiller accepteert? In Leuvense cafés wordt volop gespeculeerd over de afloop van de onderhandelingen en de mogelijke gevolgen van een overname. Verhuist het hoofdkantoor dan naar Londen, op de vlucht voor de Belgische fiscus? En blijft er nog wel een rol voor de brouwerij in Leuven?

‘Anno 1336’ staat er boven de jachthoorn in het Stella Artois-logo – een verwijzing naar de oorsprong van herberg-brouwerij Den Hoorn waar de graven van Leuven zich na de jacht laafden aan het plaatselijke gerstenat. Maar het duurde nog tot 1922 voordat in Den Hoorn – in de achttiende eeuw aangekocht door meesterbrouwer Sebastiaan Artois – het eerste Stella-bier werd gebrouwen. Daarna ging het hard. Het bedrijf groeide uit tot een mondiale onderneming en de grote Belgische bierfamilies achter de schermen – De Spoelberch, De Mevius en Van Damme – vergaarden miljarden waar de Belgische fiscus tot op heden geen vat op heeft.

Het huidige Belgische-Braziliaanse concern Anheuscher-Busch InBev, het resultaat van een spectaculaire overnamegolf sinds 1988, is met een jaarlijkse productie van ruim 400 miljoen hectoliter bier wereldleider.

De Braziliaan Carlos Brito is er de baas – hij staat bekend als harde bezuiniger. De Leuvense bierliefhebber heeft weinig op met Brito’s koele marketingstrategie waarin biertjes zijn verworden tot ‘segmentspelers’: wereldwijde merken (Stella, Budweiser), multilandenmerken (Leffe, Hoegaarden, Beck’s) en lokale kampioenen.

Maar wat wel bleef, is de trots van de Leuvenaren op hun Stellake. „De goeie grond rond Leuven levert van oudsher perfecte tarwe en gerst”, zegt ‘biertherapeut’ Luc Smekens van biervereniging De Dijleschuimers die de Leuvense biertradities promoot.

Aan het raam in café De Lantaarn, ingeklemd tussen de vervallen gebouwen van de in onbruik geraakte oude Stella-brouwerij, wijst Smekens naar de moderne brouwerij en het hoofdkantoor van AB Inbev verderop aan de Leuvense vaart.

„Daar zit het management van nu, ze runnen geen brouwerij meer maar een chemische fabriek”, zegt hij. „Alles is erop gericht om met zo min mogelijk mensen zo veel mogelijk bier te maken.”

Volgens Smekens is er „onrust bij de vakbonden” over wat er komen gaat. „In Leuven ligt weliswaar de basis, maar er wordt hier jaarlijks slechts 6 miljoen hectoliter gebrouwen. Daarmee ben je maar een kleine speler in een AB Inbev-SAB Miller-combinatie die in totaal goed is voor ruim 700 miljoen hectoliter. Als die overname er komt en er moet wat kleinschaligheid worden weggesneden, dan zijn wij in Leuven plots zeer kwetsbaar.”

Toen Freddy Delvaux in 1973 bij Stella in dienst trad, keek hij zijn ogen uit, vertelt hij. „Om 10 uur in de ochtend rolden er karretjes met daarop glazen pas gebrouwen bier door het hele bedrijf. Elk personeelslid, van hoog tot laag, werd geacht te proeven en te keuren.” Een vast, dagelijks ritueel, leerde chef bierlaboratorium Delvaux al snel. „Als een arbeider zei ‘niet goed’, dan trok de directie zich dat aan en sloeg men bij mij in het laboratorium al snel alarm.” Eerst kwam het bier, dan het geld, zegt Delvaux. „Helaas is het nu andersom.”