Keramiek met artistieke ambities

Adriaan Rees: Golden Voice I, 2004. Aardewerk
Adriaan Rees: Golden Voice I, 2004. Aardewerk Foto Erik en Petra Hesmerg

In de toegepaste kunst weerspiegelen zich soms maatschappelijke ontwikkelingen waarvan de verwerking in andere kunstvormen doorgaans wat langer duurt. Het zal te maken hebben met het praktische aspect van kunstnijverheid en design.

Toen, bijvoorbeeld, de televisie gemeengoed werd, werd ook de ‘TV-set’ bedacht: een kopje met, in plaats van een schoteltje, een buitenmodel bord. In de expositie Keramiek als spiegel van de tijd in Leeuwarden staan er twee uit 1955, opgesteld voor een bakbeest van een televisietoestel uit dezelfde tijd. Bij de thee of chocola paste in het vrolijke, van zonnetjesmotieven voorziene ovale bordje precies zoveel te knabbelen dat de kijker niet steeds naar de keuken hoefde te lopen.

Maar in de, voornamelijk Nederlandse, werken van aardewerk, steengoed en porselein die in Leeuwarden worden getoond, manifesteren zich vooral ook artistieke ambities die de gebruiksfunctie van de voorwerpen overstijgen.

Tussen kunst en kitsch-expert Frans Leidelmeijer stelde met deze expositie een prachtig overzicht samen van twintigste-eeuwse keramiek, gecombineerd met andere toegepaste kunstwerken als meubels, uurwerken en affiches. In een reeks afzonderlijke secties worden thema’s uit de Nederlandse geschiedenis uitgelicht.

Zo illustreert aardewerk met decoraties van karpers en kraamvogels de belangstelling voor de Oriënt en Indië, karakteriseren abstraherende vaasontwerpen van Karel Appel en op Afrikaanse motieven gebaseerde sculpturen en gebruiksvoorwerpen van Jaap Ravelli de experimenteerdrift van de naoorlogse periode, en blijkt het enthousiasme voor de ruimtevaart in de jaren zestig zijn weerslag te hebben gevonden in raketvazen en keramiek in de vorm van een astronaut.

De Tweede Wereldoorlog is aanwezig met herdenkingstegels met als thema de onderduik of de Bevrijding (‘Thanks Eisenhauer!’). Maar ook zijn er voortbrengselen van al dan niet gedwongen collaboratie door Nederlandse potterijen en plateelbakkers, zoals een vaas voor het ‘Wehrmachtsheim Gouda’ uit 1942 en delen van een servies voor de Nederlandsche Arbeidsdienst. Die laatste zijn voorzien van een gestileerd wapen met een schop omkranst door twee korenaren en het motto ‘Ick dien’.

De spanning tussen esthetiek en gebruiksfunctie die menig product van kunstnijverheid oproept, blijkt mooi uit de behandeling van het thema ‘Vrije tijd’. Binnen in een houten, met aluminium beklede caravan uit 1960 (type 10c van de Zweedse fabriek SMV) staan een paar vazen met decoraties van Venetiaanse gondeliers en flamencodansers. Ze geven een beeld van het opkomende massatoerisme van de jaren vijftig en zestig. Maar geen mens zou de breekbare spulletjes ooit in de slingerende kampeerwagen meenemen.

Een gemiste kans bij een pionierend en aansprekend onderwerp als dit is het ontbreken van een catalogus bij de expositie. Zo moet je zelf maar uitzoeken wat bijvoorbeeld de nogal achteloos gehanteerde term ‘ringeloren’ als eeuwenoude decoratietechniek precies inhoudt (klei van een andere kleur in vloeibare vorm door een tuitje laten lopen).

Ook waarnaar de frivool klinkende spreuk ‘Grijpt als ’t rijpt’ op een wandbord uit 1905 verwijst blijft het in de expositie gissen: het jubileum van een tuinderij? De herdenking van een levensgenieter? Bij nader inzien blijkt het de titel te zijn van een publicatie uit hetzelfde jaar naar aanleiding van een bloedserieus theologisch dispuut binnen de Gereformeerde Kerken.