Je kunt niet alles liken, je bent MP, Mark

Mark Rutte is volgende week vijf jaar premier. Schrijver Philip Huff zag hem in New York vloggen en komt tot de conclusie: Mark Rutte ís een vlog.

Illustratie Hajo Illustratie Hajo

Mark Rutte, onze minister-president – of ‘minpres Rutte’, zoals bij de berichten op zijn Facebookpagina staat – stond vorige week in New York City op een boot van Manhattan naar Brooklyn. Hij was onderweg naar Williamsburg, en maakte ondertussen een vlog. Daar is inderdaad veel over te zeggen, een minpres die vlogt, maar laten we met de inhoud beginnen.

Rutte sprak in zijn videoboodschap over Williamsburg, ‘een wijk die heel slecht was’ maar waar inmiddels mensen wonen ‘die die buurt weer vooruit helpen’. De minister president ging kijken ‘hoe het gelukt is, wat we kunnen leren, voor steden als Amsterdam en Den Haag’.

Het was de ‘afsluiting van een hele drukke dag’.

Heel druk is een goede woordcombinatie voor Williamsburg. In 1898 werd Brooklyn onderdeel van New York City, en stadsdeel Williamsburg dus ook. De schonere, rustigere buurt werd een geliefde bestemming voor migranten uit de Lower East Side van Manhattan, maar aan het begin van de twintigste eeuw was het de meest dichtbevolkte buurt van New York en dus van de Verenigde Staten. Veel industrie aan de waterkant. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen veel Afro-Amerikanen, Puerto Ricanen, Dominicanen, Italianen, Polen en joden in de buurt te wonen. Toen de industrie aan de waterkant in de jaren zestig en zeventig instortte, volgden werkloosheid, criminaliteit en drugsgebruik en -handel, en spanningen tussen de verschillende bevolkingsgroepen (ook onderling) en de politie.

Gevolg: de buurt liep leeg, de huurprijzen gingen omlaag en artists, zoals die Amerikanen dan zo mooi zeggen, kwamen eind jaren tachtig, begin jaren negentig, door de lage huren in de buurt te wonen. Zoals in SoHo en de East Village, volgden na de kunstenaars de concertzaaltjes, de sushirestaurants, de koffietentjes en, tot slot, de kledingwinkels en de art galleries. Binnenkort openen in Williamsburg zowel een Apple flagstorewinkel en een Wholefoods (de Amerikaanse Marqt) hun deuren. De waterkant – waar ooit een suikerraffinaderij en een gasfabriek – wordt of ís herontwikkeld tot grote woontorens met steriele esplanades, van de oude fabrieken worden lofts gemaakt, celebrities en investeerders als voornaamste kopers (zo’n loft kan in twee jaar twee miljoen in waarde verhogen). De ontwikkelaars kregen van de stad 25 jaar belastingvoordeel. (De bewoners niet.)

Gevolg twee: de huren van een appartement gingen soms omhoog van 1600 naar 4000 dollar. Williamsburg is nu bijna net zo duur om te wonen als Manhattan. Veel oorspronkelijke bewoners moeten hun wijk dus verlaten.

Hun werkloosheid, drugsgebruik en criminaliteit – lees: hun uitzichtloosheid – nemen ze mee naar verderop gelegen randwijken.

Het gaat dus goed met Williamsburg, als de heer Rutte gentrification als de oplossing van problemen ziet. Glimlachende, witte mensen, werkzaam in PR, finance of real estate, met koffiekopjes in de hand en yogamatjes op de rug die andere bevolkingsgroepen ‘vooruit helpen’, ik bedoel: nog verder minimaliseren. En kunstenaars (nog verder) de stad uitdrijven.

De opwaardering gaat om de vastgoedprijzen, niet om de levens van de oorspronkelijke bewoners. Nu woonde ik toevallig een tijdje in Williamsburg en weet ik dit, omdat ik het zag (en niet meer kon betalen). Maar je hoeft niet in Williamsburg te hebben gewoond om te weten wat er gebeurt.

Robert Anasi’s The Last Bohemia: Scenes from the Life of Williamsburg, Brooklyn, een boek uit 2012, geeft een goed portret van de ontwikkeling van dit stadsdeel. Lezen is een vorm van geassisteerd denken. De conclusie van deze lezer: de ontwikkelingen die in Williamsburg plaatsvinden, is vooral interessant voor marktpartijen met veel kapitaal. Laat wat daar gebeurt, niet het voorbeeld zijn voor Amsterdam en Den Haag. De Pijp en de Jordaan. De Archipel. De statusontwikkeling van een wijk moet de bewoners mee omhoog trekken, niet wegduwen.

In Nederland is de kwaliteit, beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen voor lage inkomens gelukkig beter geregeld: het corporatiebestel voorkomt verkrotting, exorbitante huurstijgingen en – in mindere mate – sociale segregatie. Laat de burgemeester van New York maar in Nederland komen kijken, dus. Amsterdam is veel meer een stad voor iedereen dan New York dat is.

Toch, op de Facebookpagina van de minister president zijn meer instemmende reacties dan kritische te lezen, en de opmerking dat ‘het heel goed is te leren hoe andere landen hun problemen aanpakken’ krijgt twee keer zoveel likes dan de nuancering van de boodschap van de minpres, dat mensen uit ‘hun’ buurt worden gedreven.

De minpres (of zijn voorlichter) leest geen boeken, noch artikelen, over de stad die hij bezoekt, of over het land dat hij regeert, anders had hij beter geweten. De minpres kijkt alleen maar naar de gevels.

Rutte vertegenwoordigt hier een opkomend soort barbarisme: de literaire cultuur, een cultuur die verder kijkt dan de buitenmuur, wordt door Rutte en zijn kompanen – beroepsglimlachers Dekker, Schultz van Haegen, Zijlstra – verdreven voor een cultuur van de reclame-advertentie op die muur. In het bedrijfsleven worden sollicitatiebrieven sollicitatiefilmpjes, in de journalistiek wordt het artikel vervangen door het filmpje en in politiek hebben we een minister president die in navolging van Enzo Knullig vlogt, in plaats van te speechen (het geschreven woord ten gehore brengen – het liefst uit het hoofd) mét inhoud. Je zou zelfs kunnen zeggen: Mark Rutte ís een vlog; buitenkant, gevel, effectbejag, één grote glimlach. Zou hij zijn politieke visie moeten opschrijven, zou hij niet verder komen dan: (‘Positief creëert positief’ is een van de reacties onder het filmpje.)

Williamsburg is geen smiley waard. Williamsburg is het zoveelste voorbeeld van het verval van de middenklasse en de gigantische kloof tussen arm en rijk in Amerika, van het grootkapitaal dat stadsplanning bepaalt, en van een imago dat de inhoud verbloemt.

Je kunt er wel lekker eten. Dat wel.

Mocht de minister president naar Williamsburg zijn gegaan om precies dat te doen, om na een lange, heel drukke dag goed te gaan eten, omdat de restaurants er goed zijn, is dat te begrijpen. Maar stel na zo’n drukke dag dan ook uit, wat je net zo goed morgen zou kunnen doen: het maken van een vlog. En als de minpres dat elke dag blijft doen, blijft er voor hem misschien wel wat tijd over voor het lezen van een boek. Of dan in ieder geval voor een foto met een boek over Amerika, met een glimlach. Bijvoorbeeld: The Unwinding, van George Packer, of The Other America, van Michael Harrington. Hoewel de vraag dan natuurlijk is of de minpres na lezing nog steeds die heel grote glimlach op zijn gezicht heeft.