In Israël loop je zo tegen een mes aan

Na een reeks steekpartijen zit de angst zit er goed in bij de Israëliërs. Ze willen dat hun leiders nóg hardere maatregelen nemen om hun veiligheid te garanderen. ‘God wil dat we hier zijn.’

Jonge Palestijnse vrouwen bekogelen Israëlische ordetroepen in Hebron, op de Westelijke Jordaanoever. Foto Hazem Bader/AFP

Omzoomd door bewakers komt de Israëlische minister Gilad Erdan (Binnenlandse Zaken, Likud) een bezoekje brengen aan de moslimwijk in de Oude Stad in Oost-Jeruzalem. Hier werden zaterdagavond twee Israëliërs doodgestoken. Een van hen, de 41-jarige Nehemia Lavie, werkte even verderop in een Talmoedschool. Collega-minister Naftali Bennett (Onderwijs, Het Joodse Huis) is op die school aan het vergaderen met partijgenoten. Symbolisch, om de Joodse gemeenschap hier te steunen.

Met een andere aanslag op Israëliërs, waarbij een kolonistenechtpaar omkwam (zie interview), vormde de steekpartij in de door Israël bezette Oude Stad de opmaat tot grote rellen die al dagen aanhouden. Drie Palestijnen vonden hierbij de dood. Honderden raakten gewond. Premier Netanyahu heeft vandaag zijn bezoek aan Duitsland afgezegd vanwege het aanhoudende geweld.

De angst zit er goed in bij de Israëliërs. Vooral in Jeruzalem en op de Westelijke Jordaanoever hebben ze het gevoel zomaar tegen een mes of een kogel aan te kunnen lopen. En zoals altijd in onzekere tijden verwachten ze van hun politieke leiders dat die hun veiligheid garanderen. Dat betekent: harde maatregelen.

De aanwezigheid van de ministers Erdan en Bennett in de Oude Stad is niet toevallig. Als partijgenoot van Netanyahu probeert Erdan, tevens verantwoordelijk voor de politie, uit te stralen dat de veiligheid bij hem in goede handen is. De rechtsere Bennett bekritiseert Netanyahu juist, in de hoop er electoraal van te profiteren. In Israël is het vrij gebruikelijk dat ministers elkaar de maat nemen.

Netanyahu, Mr. Security, heeft al de nodige maatregelen aangekondigd. Zo wil hij sneller overgaan tot het slopen van huizen van vermeende terroristen, een zet die door critici wordt betiteld als „collectieve straf” of zelfs als „oorlogsmisdaad”.

Maar het kan altijd meer, altijd harder. Maandagavond verzamelden enkele duizenden demonstranten zich voor de ambtswoning van Netanyahu in West-Jeruzalem. De menigte, aangevuurd door enkele prominente kolonistenleiders, eiste dat de premier als antwoord op de terreur meer nederzettingen bouwt.

Netanyahu buigt vooralsnog niet. Die nederzettingen, weet hij, worden door de internationale gemeenschap gezien als illegaal. Daarom vertrouwt de premier voorlopig op het bekende recept van meer en beter uitgeruste ordetroepen. Die mogen nu ook met scherp schieten op demonstranten, in plaats van met rubberkogels.

In de Oude Stad is het nieuwe beleid deze avond, drie dagen na de steekpartij, meteen te merken. Op bijna elke straathoek staan Israëlische ordetroepen, bewapend met M16-geweren. Afgezien van spelende Palestijnse kinderen en een enkele orthodoxe jood is het heel rustig op straat. Behalve op de plaats van de steekpartij, waar tientallen Joodse bewoners, overwegend jongeren, kaarsjes aansteken en zingen. Alles om de wereld te laten weten „dat wij hier blijven wonen en bouwen”, zegt een van hen, de 24-jarige Yair Dan.

Zijn orthodox-joodse buurtgenote Maor Tzubery (18) vindt dat Netanyahu de gespannen situatie in Jeruzalem te lang niet serieus heeft genomen. „Als je kleine ongeregeldheden zoals stenengooien onderschat, gebeuren er heftigere dingen. Gelukkig is er nu veel politie op de been hier. Zo moet het zijn, zo voel ik me veilig.”

Shilo David Shalom uit de Joodse nederzetting in Hebron, vandaag ook in de Oude Stad, bespeurt wel degelijk angst. „Maar God wil dat we hier zijn. En Netanyahu is sterk. Hij zal doen wat hij kan en over ons waken.”

Tot nu toe breiden de ongeregeldheden zich alleen maar uit. Gisteren waren er vier steekpartijen: twee in Jeruzalem en twee elders in Israël. Een Palestijn die een agent aanviel, werd neergeschoten.

Ook al zegt de Joodse gemeenschap hier dat ze graag vreedzaam wil samenleven met moslims, het wantrouwen is groot. Zeker na het relaas van de echtgenote van het andere dodelijke slachtoffer van de steekpartij zaterdag, die zelf ook gewond raakte. Toen ze was bijgekomen in het ziekenhuis vertelde Adel Benita hoe ze met het mes nog in haar rug hulp ging zoeken. „Om me heen stonden groepjes Arabieren toe te kijken. Ze zeiden niets, stonden te lachen. Ik hoorde ze naar me vloeken, werd bespuugd en kreeg een klap. Het zijn beesten.”