Hij de afwas, zij de werkkracht

Deze week verschijnt ‘De twee rivieren’, de 27ste roman van Inez van Dullemen (89). In haar „laatste boek” blikt de schrijfster terug op haar leven en op haar relatie met theatermaker Erik Vos (86).

Inez van Dullemen en Erik Vos Foto Merlijn Doomernik

‘Dit is mijn laatste boek. Ik vind het goed zo.” Inez van Dullemen (89) spreekt de woorden tevreden uit terwijl ze uitkijkt over haar tuin in de Haagse vogelbuurt. Een paar maanden geleden heeft ze haar werkruimte aan Plein 1813 opgezegd. Echtgenoot Erik Vos (86) heeft zich nog niet helemaal verzoend met de plannen van zijn vrouw. „We moeten gewoon een nieuwe schrijfplek voor je vinden. Zo lang je nog common sense hebt, kan je schrijven.” Maar volgens Van Dullemen is dat niet genoeg: „Er is ook werkkracht voor nodig.” Vos: „En daarom doe ik nu de afwas. Zodat jij nog wat werkkracht overhoudt.”

Deze week verschijnt bij De Bezige Bij Van Dullemens zevenentwintigste roman: De twee rivieren. Het boek is een verzameling van herinneringen die Van Dullemen heeft opgediept uit de dagboeken die ze gedurende haar leven heeft bijgehouden.

Ze schrijft over haar vrienden, onder wie Jan Arends, met wie ze in de Tweede Wereldoorlog een literair clubje oprichtte. Over het bombardement op Rotterdam, waarbij de zon ‘als een schimmige bol’ boven de stad stond. Over haar aanhoudende drang om te reizen en de plekken die ze heeft bezocht. Over haar man Erik, die als echtgenoot maar ook als theatermaker besproken wordt. Over haar werk als auteur waarin ze zichzelf voorstelt als ‘een mier die de heilige berg Fujiyama probeert te beklimmen’. En over hoe het is als al die dingen langzaam ophouden: als het reizen niet meer kan, het zomerhuis verkocht is, de vrienden ziek worden en doodgaan.

In 2010 wijdde het Letterkundig Museum een tentoonstelling aan Van Dullemens. „Ze kwamen hier van alles ophalen: brieven, manuscripten, vanalles.” Ook Van Dullemens dagboeken, achtenveertig in totaal. „Terwijl ze die inpakten kreeg ik een soort schok. Ik zei: het spijt me, maar hier wil ik nog even over nadenken. Het is zo’n groot stuk van mezelf.” Uit die boekjes is De twee rivieren voortgekomen.

Zo eerlijk als in De twee rivieren is ze nog niet eerder geweest, zegt Van Dullemen. „Nu ik oud ben, heb ik minder reserves aan krachten. Ik werk sneller, korter, en wat ik wil opschrijven moet er meteen staan. Dat maakt dat ik redelijk vlug tot de kern kom.” Het speelt ook mee dat Van Dullemens geheugen achteruit begint te gaan. „Er vallen gaten in. Dingen van lang geleden weet ik nog wel, maar met recente gebeurtenissen wordt het al moeilijker. Vroeger dacht ik: als het nu niet lukt, schrijf ik het een andere keer wel op. Dat kan niet meer.”

Dit is het eerste boek waarin ze naar eigen zeggen openlijk spreekt over haar ouderdom. „Ik dacht altijd: dat is voor een lezer toch niet leuk om te lezen. Maar dat kan me nu minder schelen.” Ook schrijft Van Dullemen voor het eerst over de buitenbaarmoederlijke zwangerschap die haar op 28-jarige leeftijd bijna het leven kostte en onvruchtbaar maakte. „Ik heb dat altijd als privé gezien. Daar ging ik niet over schrijven.” Waarom nu dan wel? „Omdat ik mijn leven nu als geheel overzie. Daar horen ook de nare dingen bij.”

Aansteller

Vos en Van Dullemen ontmoetten elkaar in 1950. Zij had een jaar eerder gedebuteerd met Ontmoeting met de andere en hij had net zijn medicijnenstudie afgebroken om een mimeopleiding te volgen. Beiden kregen een beurs om in Parijs te gaan studeren en kwamen elkaar daar tegen. Vos weet het nog goed, hij had net geleerd om gestrekt voorover, ‘dood’, op de grond te vallen. „Ik zag Inez en riep: ‘Jou moet ik hebben!’ Ik viel plat voor haar op de grond.” Van Dullemen moet lachen: „Mijn vriendin zei meteen: ‘Wat een aansteller’.” Vos: „Maar jij vond het wel leuk.”

Het stel trouwde in 1954. „Achteraf vind ik het nog steeds wonderlijk dat je met mij getrouwd bent”, zegt Vos. „Je had zo veel aanbidders.” „Maar jij was anders”, zegt Van Dullemen. „Je was geestig, je gaf niet om conventies. Ik dacht: met hem kan het nog wel eens spannend worden.”

Vos richtte in Den Haag theatergroep De Appel op en was als regisseur succesvol in binnen- en buitenland. Van Dullemen is altijd blijven schrijven. Romans en novelles, maar ook theaterstukken voor De Appel en journalistiek werk voor onder meer de Volkskrant. Het stel heeft op vrijwel elk werelddeel gewoond, meestal geleid door het regisseurswerk van Vos. Eerst met zijn tweeën, later met hun twee geadopteerde kinderen. Toch zouden ze zichzelf niet succesvol willen noemen. Van Dullemen: „Ik heb mezelf nooit gezien als een belangrijk schrijver. Ik hoorde er niet bij.” Waarom niet? „De literaire wereld stond me niet aan. Al die vervelende, pedante mannen die zichzelf zo goed vonden en vaak ook minachting hadden voor vrouwelijke schrijvers. Nee, ik had er niets mee.”

Ook Vos noemt zichzelf een buitenstaander van het Nederlandse theater. „Ik kwam als intellectueel de theaterwereld binnen. Dat was in die tijd ongebruikelijk, regisseurs hadden vaak eerst jarenlang als acteur gewerkt en in de praktijk geleerd wat toneelspelen inhoudt.” Het feit dat hij in Duitsland regisseerde hielp ook niet erg mee. Vos: „Toen ik me aansloot bij Aktie Tomaat was de breuk met het Nederlands theater definitief. ‘Verrader! ’ riepen mijn collega’s. Ellen Vogel heeft mij sindsdien nooit meer aangekeken.”

Is het niet vreemd je hele leven te wijden aan een wereld waar je niet bij hoort? „Een beetje wel”, zegt Van Dullemen, „maar het maakt je ook vrij. Je kan doen wat je wilt, je hoeft niemand te plezieren.”

Dienaar

Vos is momenteel bezig met een theaterstuk voor Oerol 2016. „Ik wil daar een stuk van Inez spelen. Ik hoop dat er geld voor komt.” Hij geeft nog elk jaar een masterclass aan de Amsterdamse Toneelschool. Voorlopig is hij niet van plan te stoppen. „Maar voor mij is het ook makkelijker dan voor Inez. Ik werk met de teksten van anderen, ik ben een dienaar. Inez moet het allemaal uit haarzelf halen.”

Op hun leeftijd zijn doodgaan en eindigheid even onafwendbaar als normaal geworden. Of zoals Van Dullemen zegt: „Voor een hoop leuke dingen zijn andere dingen in de plaats gekomen, en die zijn vaak een stuk minder leuk.” Het stel lijkt er niet minder opgewekt door. Bij het plannen van een interviewafspraak kondigt Vos vrolijk aan dat „het zou kunnen dat we dan al dood zijn, maar in principe zijn we vrij die dag”.

De titel De twee rivieren verwijst naar de Dordogne en de Vézère die vlakbij het oude zomerhuis van Vos en Van Dullemen samenkomen. „Het was zo prachtig om die twee elkaar te zien omhelzen”, zegt Van Dullemen. „Dan golfde het zo geweldig.” Of doelt de titel op het huwelijk, op het eenworden van Vos en Van Dullemen? Beiden antwoorden beslist: nee. „Wij blijven twee rivieren”, zegt ze, „met allebei ons eigen werk en onze eigen gedachten.”