‘Fiscus mist 300 mld euro aan vermogens’

Dat stelt CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt in de aanloop naar debat over Belastingplan 2016

De aanleiding

Sinds het boek van de Franse econoom Thomas Piketty over de verschillen tussen arm en rijk – én diens komst naar de Tweede Kamer een jaar geleden – is vermogensbelasting een heikel thema in Den Haag. Het kabinet wil het belastingsysteem op spaargeld en vermogens vanaf 2017 veranderen. Er komen verschillende heffingen voor ‘kleinere’ spaarders (tot 100.000 euro), hogere vermogens (boven 100.000 euro) en nóg hogere vermogens (boven 1 miljoen). Staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën, VVD) wil dit wetsvoorstel komende weken behandelen in het Belastingplan voor 2016.

Het CDA is tegen deze nieuwe vermogensrendementsheffing en wil het plan om die reden loskoppelen van alle andere maatregelen uit het Belastingplan (waaronder de lastenverlichting van 5 miljard). Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA), een man die van procedures houdt, vindt dat het kabinet eerst een grondige analyse moet maken van de huidige box 3: de fiscale box waarin spaargeld en vermogen worden belast. Hij stelde dinsdag in het vragenuurtje dat het totale vermogen van alle Nederlandse huishoudens 700 miljard bedraagt, terwijl er bij de Belastingdienst maar 400 miljard aan vermogen in box 3 wordt aangegeven.

Waar is het op gebaseerd?

Het CBS maakt jaarlijks een overzicht van de samenstelling van het vermogen van alle ruim 7,5 miljoen huishoudens in Nederland. De laatste definitieve cijfers hierover betreffen 2012. In dat jaar bedroeg het gezamenlijke particuliere vermogen 703,6 miljard euro. Dat deel van Omtzigts stelling klopt.

In zijn toelichting op het Belastingplan baseert staatssecretaris Wiebes zich ook op gegevens uit 2012. In dat jaar bedroeg „het totale box 3-vermogen” 423,1 miljard euro. Daar zit een verschil tussen van 280,5 miljard, ruim afgerond inderdaad 300 miljard.

En, klopt het?

Wiebes reageerde dinsdag als volgt: „De echte econometristen achter de heer Omtzigt weten dat je getallen uit verschillende bronnen niet zomaar van elkaar af mag trekken.” Dat klopt, maar is ook een beetje flauw. In de kern heeft Omtzigt wel een punt, maar het ligt iets genuanceerder.

Van het ‘CBS-vermogen’ van 700 miljard moet één post worden afgetrokken: 181,9 miljard die ondernemers met een eigen bedrijf in een ander fiscaal regime (box 1 of box 2) kunnen aangeven. Blijft over 521,7 miljard. Dat maakt het fiscale vermogensgat wat kleiner: een kleine 100 miljard.

Het heffingvrije vermogen – iedere spaarder en zelfs miljonair hoeft over zijn eerste 21.000 euro geen belasting te betalen – is bij elkaar ruim 71 miljard euro. Daarover wordt weliswaar geen belasting betaald, maar is wel bij de fiscus in beeld. Rekenen we dus niet tot wat al het ‘Gat van Omtzigt’ is gaan heten.

Een deel van die 100 miljard is te verklaren door bijzondere vrijstellingen op vermogensbelasting, zoals voor kunstwerken, of lijfrente en groene beleggingen. Dat weet ook Omtzigt. Maar de blinde vlek van de Belastingdienst kan echter ook veel gróter zijn als klopt wat oud-FIOD-rechercheur Jan van Koningsveld deze week in zijn proefschrift beweert: rijke Nederlanders hebben bijna 130 miljard euro weg gesluisd naar belastingparadijzen. Dat ziet ook het CBS zelfs niet. Dit meegewogen zou het totale onzichtbare vermogen zo tussen de 200 en 300 miljard kunnen liggen. Het gaat Omtzigt niet om het precieze getal, zegt hij, maar om het principe. „De fiscus heeft geen zicht op al het vermogen dat eventueel moet worden belast.”

Conclusie

Hoewel op de cijfers valt af te dingen, moet het oordeel luiden dat de stelling van Omtzigt grotendeels waar is.