Fiscale openheid moet winnen

Een van de gunstige neveneffecten van de kredietcrisis en de economische teruggang is het besef bij regeringsleiders dat belastingontwijking en -ontduiking door bedrijven dringend actie vereist. Zware bezuinigingen op sociale regelingen, hogere lasten voor burgers en kleinere bedrijven en inkrimping van werkgelegenheid in de publieke sector verdragen zich slecht met de mazen in de winstbelastingregels waar multinationale bedrijven doorheen zwemmen.

De vijftien maatregelen die de OESO, een forum van grote industrielanden, deze week aankondigde tegen belastingontwijking, zijn een stap in een lange mars door de internationale fiscaliteit. De OESO dwingt respect af met de stapsgewijze manier van werken die ze in 2012 begon, waarmee stelselmatig de gestelde deadlines worden gehaald. De aarzeling waarmee het initiatief in 2012 werd bejegend (Is dit serieus? Is er voldoende politiek draagvlak?) is inmiddels verdwenen.

Maatregelen als aanpassing van fiscale verdragen tegen misbruik, de verplichting per land openheid te geven in de betaalde belastingen en aanpakken van winstverschuiving zijn veelbelovend. Verwacht echter geen onmiddellijke wonderen. De economische en politieke belangen zijn groot.

Het project markeert wel een omslag. Ook de Europese Commissie jaagt op belastingvermijding en zoekt een gelijk speelveld tussen individuele landen. Bij inkomstenbelasting voor particulieren is het net zo. Na jarenlange verwaarlozing van bijvoorbeeld zwartsparen op buitenlandse rekeningen begon toenmalig staatssecretaris De Jager (Financiën, CDA) vanaf 2007 met serieuze opsporing.

Op het gebied van winstbelastingen concurreerden landen decennia met elkaar met steeds lagere belastingtarieven. Dat weerspiegelde de erkenning dat overheden geen banen ‘scheppen’, maar dat het bedrijfsleven, van klein tot groot, voor economische groei en werkgelegenheid zorgt. Gevolg was dat de belastingdruk verplaatste naar consumenten (btw, inkomstenbelasting) en kleinere bedrijven die geen gebruik konden maken van rare belastingregels waarin een bedrijf betaalde rente tot driemaal van zijn winst kan aftrekken.

Nederland – dat bekendstaat om zijn fiscale verdragen met bijna honderd landen, maar volgens de Tweede Kamer geen belastingparadijs mag heten – moet zich aanpassen aan de veranderde omstandigheden. We moeten „verstandig meebewegen”, schrijft staatssecretaris Wiebes (Financiën, VVD) aan de Kamer. Als de fiscale praktijk, zoals de bedoeling is, internationaal inzichtelijker wordt, kan het best zo zijn dat Nederland glans verliest als vestigingsland. Dat is de prijs die we moeten betalen voor eerlijker verhoudingen.