Fantoommuizen

Ellen Deckwitz zag de afgelopen weken al vaker iets vanuit haar ooghoek wegschieten, maar ze probeerde er geen aandacht aan te besteden. Ze bleef rustig – tot ze vorige week in de fruitschaal keek.

Ellen Deckwitz Pieterjan Luyten / NRC

Ik zag de afgelopen weken al vaker iets vanuit mijn ooghoek wegschieten, maar ik probeerde er geen aandacht aan te besteden. De grove broodkruimels die op de keukenvloer lagen verklaarde ik door er vanuit te gaan dat mijn geliefde in het donker een boterham had gesmeerd met een vork. Ik bleef rustig tot ik vorige week in de fruitschaal keek. Ik: „Oh GOD, we hebben muizen!” Muis: „Oh GOD, we hebben mensen!” We zoefden allebei een andere kant uit.

Ik was blind geweest voor de doorgeknaagde vuilniszak, de keutels, de gele plekjes op de snijplank. De paniek begon pas echt toen ik zag dat ze mijn broers voorraad superfoods (die hij elke week trouw langsbrengt omdat hij gelooft dat je van gewoon voedsel doodgaat) hadden aangevreten. Een weggeknaagd gat prijkte in de zak chiazaad. Ik meteen op Google, blijkt dat je door chiazaad minstens tachtig jaar langer leeft dan wanneer je elke dag hamburgers eet en ook nog eens superhersens krijgt. Oh mijn boeddha, dacht ik, we worden belaagd door hoogbegaafd ongedierte met een levensverwachting die de onze ver overstijgt.

De knaagdierenopvang, die ik om raad vroeg, informeerde of er in mijn omgeving werd gesloopt. De buren waren al een half jaar bezig met het inbouwen van een paar nieuwe badkamers. „Aha”, zei het meisje van de knaagdierenopvang, „bij verbouwingen vluchten muizenpopulaties naar aangrenzende gebouwen. Voor elk exemplaar dat je in je huis ziet, zitten er nog vijf in de muur.” Zij vond dat een grappig weetje.

Ik had dus minstens zes muizen in huis. De kans dat een muis een mannetje is, is 50 procent, de kans dat de volgende muis een vrouwtje is, is 50 procent (kansberekening met muizenteruglegging) en de kans dat ze elkaars type zijn is 100 procent, want hey, alle muizen lijken op elkaar.

Ik boobytrapte mijn huis met muisvriendelijke muizenvallen en leende Ober, de kat van mijn broer, die voor muizen is wat Rusland is voor IS. Na dagenlang de muizenval bij Artis te hebben geleegd en Ober te hebben zien dichtslibben, waagde ik het erop. ’s Avonds liet ik een boterham met pindakaas op het aanrecht liggen. De volgende ochtend was de boterham onaangetast. Lakmuisproef geslaagd.

Als ik nu iets vanuit mijn ooghoek zie wegschieten, denk ik nog steeds dat het een muis is, terwijl het mijn geliefde is. Als ik mijn computer hoor ratelen, denk ik dat er knaagdieren in zitten. Als er iets aanbrandt, denk ik dat de staartdragers het hebben gedaan. Fantoommuizen knagen aan de bedrading tussen mijn oren. Duizenden muizen houden er een lindy hop-marathon. Het maakt niet uit dat de muizen uit mijn huis zijn. Ze zijn er nog steeds. En in mijn hoofd hebben ze alsnog gewonnen.

Ellen Deckwitz heeft in de vernieuwde nrc.next een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen. In de krant schreef ze eerder ‘Dichten met Deckwitz’.