Dit is geen film voor mensen met hoogtevrees

Robert Zemeckis weet hoe je met visuele trucage een verhaal vertelt. Hij staat al sinds Back to the Future bekend als technologisch vernieuwer.

Zelden was iets zo geschikt om in 3D te zien als The Walk. De film over koorddanser Philippe Petit die in 1974 zonder vangnet meermalen tussen de twee in aanbouw zijnde Twin Towers over een strak gespannen kabel liep, laat je tot in je diepste vezels voelen hoe dat is om vierhonderd meter boven de grond zestig meter over een dunne staaldraad af te leggen. Dit is niet voor mensen met hoogtevrees.

Er zijn al berichten van mensen die misselijk werden in The Walk. Dat misselijkmakende gevoel komt naast de 3D ook door het ideaal gekozen camerastandpunt, waarbij de evenwichtskunstenaar meestal van bovenaf gefilmd wordt om de immense diepte extra te benadrukken. Regisseur Robert Zemeckis gebruikt daarnaast lange takes waarin de camera langs Petit zweeft als hij zijn levensgevaarlijke performance uitvoert. Een gelauwerd vakman als Zemeckis beseft ook dat traag monteren beter is bij 3D, waar elkaar snel opeenvolgende shots desoriënterend werken. Zo levert een puur praktische beslissing poëzie op.

Een dubbel spoor van vuur in de lucht

Dat is niet voor het eerst in de carrière van Zemeckis (1951), een protegé van Steven Spielberg die bekendstaat als technologisch vernieuwer. Die reputatie gaat inmiddels dertig jaar terug. In de zomer van 1985 ging het eerste deel van de Back to the Future-trilogie in première. Het werd dé hit van dat jaar, waarna de eerdere flops van Zemeckis, zoals zijn scenario voor Spielbergs 1941 en zijn cultfilm Used Cars (1980), op slag vergeten waren. Hoewel Back to the Future maar dertig special effects bevatte, waren ze memorabel: de vliegende DeLorean en het dubbele spoor van vuur dat hij in de lucht achterlaat, het openen van de time portal en het tijdreizen zelf, het omineuze onweer in de lucht en Michael J. Fox die zich voortbeweegt via een hoverboard (een skateboard zonder wieltjes).

In 1988 volgde het grappige en inventieve Who Framed Roger Rabbit, waarin animatiefiguren naadloos geïntegreerd zijn in een aan de film noir ontleende live action-wereld. Let wel: dat was indertijd veel lastiger dan in het digitale tijdperk. Deze perfecte integratie van 2D-cartoonwereld en live action, met in totaal 1.031 effectsshots, leverde Zemeckis opnieuw een grote hit op en een Oscar voor beste visuele trucage. Die werd geleverd door Industrial Light and Magic (ILM), het bedrijf van George Lucas (Star Wars). Ook de twee films die Zemeckis daarna met ILM maakte, kregen Oscars voor beste special effects: de zwarte komedie Death Becomes Her (met geperforeerde lichamen en om hun as draaiende hoofden) en Forrest Gump (1994).

Scènes met geamputeerde benen

Met het een jaar eerder gemaakte Jurassic Park (1993) markeerde Forrest Gump de verschuiving naar het digitale tijdperk van computer-generated imagery (CGI). Hierdoor kon hoofdrolspeler Tom Hanks de hand schudden van drie opeenvolgende presidenten en tafeltennissen als de beste. Maar het waren vooral de scènes met de geamputeerde benen van Vietnamveteraan Gary Sinise die indruk maakten. Visuele effecten hoeven niet spectaculair te zijn om emoties los te maken. Juist realisme en geloofwaardigheid zorgen voor impact, een les die Zemeckis meenam naar The Walk. Hetzelfde je bent erbij-gevoel was drie jaar geleden ook te ervaren als een vliegtuig dreigt neer te storten in Flight (met 400 special effects-shots): een zeer opwindend staaltje cinema.

In het nieuwe millennium pionierde Zemeckis vooral met ‘motion capture’, waarbij acteurs via een pak vol sensors een animatiefiguur bezielen. Na The Polar Express, Beowulf en A Christmas Carol kreeg hij te maken met de wet van de remmende voorsprong. De weinig overtuigende techniek – het resultaat bleef stijfjes, expressieloos (dode ogen!) en onnatuurlijk – verbeterde met sprongen, zoals te zien is in de nieuwe Planet of the Apes-films. Zemeckis’ Mars Needs Moms bleef in 2010 achter en werd een groot fiasco.

Dat Zemeckis de reputatie van technologisch filmmaker heeft, is onterecht. Zijn visuele effecten staan, anders dan bij zijn brallerige generatiegenoot James Cameron, altijd in dienst van de personages en het verhaal. Zijn hoofdpersonen zijn optimistische dromers en outsiders: zie uitvinder Doc Brown in Back to the Future, astronaute Jodie Foster in Contact en Tom Hanks in zowel Forrest Gump als Cast Away. In dat opzicht is zijn hele oeuvre eigenlijk ook een verkapt zelfportret: net als Philippe Petit is Zemeckis een doener die er plezier in schept het onmogelijke mogelijk te maken.