‘De gemeente stuurde ordinaire premiejagers op mij af’

De 56-jarige Edland werd beschuldigd van fraude. Niet de gemeente, maar een private fraudejager dook in de zaak. „Ik vind dat een eng idee.”

Opeens stonden ze in de gang van Edlands aanleunwoning in Schipluiden, een dorp vlak onder Delft. De twee mannen gaven zich uit voor controleurs van gemeente Midden-Delfland. Ze hadden identiteitspasjes en zeiden tegen de 56-jarige werkloze metaalarbeider, die alleen met voornaam in de krant wil, dat hij mee moest werken, anders zou hij problemen krijgen met zijn uitkering.

De mannen vroegen Edland hoe hij zijn dagen doorbracht, op welke tijdstippen hij douchte, en of hij wel eens kookte. Ze gingen met hun vinger over de wasemkap van de afzuiger in de keuken, bekeken zijn badkamer en ijskast. U hoort nog van de gemeente, zeiden de mannen, en weg waren ze.

De strenge ‘handhavers’ waren echter geen ambtenaren, maar private fraudejagers in dienst van adviesbureau Investiga uit Pijnacker. Zij hadden herhaaldelijk in een onopvallende auto in de straat gestaan bij „een goede bekende” van Edland en waren met zijn foto de deuren langs geweest om buurtbewoners te vragen waar hij de nachten doorbracht.

Zeker tien mensen hadden een praatje gemaakt met de medewerkers van Investiga. Maar toen de controleurs vroegen of de buren schriftelijk een verklaring wilden afleggen over Edlands dagelijkse besognes en woonsituatie, hadden zij daar allen vriendelijk voor bedankt.

Brief van college van B en W

Niettemin was na het bezoek alles anders voor Edland. Het begon met post van het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland. Hij zou stiekem hebben samengewoond met de „goede bekende”, aldus de brief, en moest derhalve zijn „inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers” terugbetalen. En omdat hij volgens de gemeente had „gefraudeerd”, kreeg hij ook een hoge boete. Hij moest zo snel mogelijk ruim 7.500 euro overmaken, oftewel zo’n acht keer zijn maandinkomen.

Edland beet zich vast in de zaak. Hij ging in bezwaar, vroeg zijn dossier op, en wist boven tafel te krijgen dat Midden-Delfland zich had vergaloppeerd in het onderzoek. Niet alleen was verregaand gewroet in zijn privéleven, ook de deal tussen de gemeente en het bureau dat zijn zaak onderzocht, rammelde. Zo ontdekte Edland dat de mannen die in zijn woonkamer hadden gestaan een financieel belang hadden bij de uitkomst van hun onderzoek.

Midden-Delfland had namelijk, zo bleek later, een ‘no cure no pay’-afspraak gemaakt met Investiga. Als het bureau een uitkeringsfraudeur opspoorde, dan verdiende het een bedrag dat tot duizenden euro’s kon oplopen. Werd geen fraude aangetoond, dan kreeg Investiga niets. Edlands conclusie: „De gemeente heeft ordinaire premiejagers op mij afgestuurd.”

De metaalarbeider stapte naar de rechter, die begin juli gehakt maakte van de afspraken tussen Midden-Delfland en Investiga. De gemeente had, aldus de rechter, het bureau veel te veel de vrije hand gegeven. Bovendien bracht de ‘no cure no pay’-afspraak „het risico van belangenverstrengeling” met zich mee. Hierom mocht de gemeente het onderzoek naar Edlands woonsituatie niet gebruiken, en was er geen enkele grond zijn uitkering te stoppen.

Als melaatse behandeld

Vanaf het moment dat Investiga bij hem over de vloer was geweest, voelde hij zich als een melaatse behandeld. Zijn bejaarde buren keken naar hem alsof hij een crimineel was, en schoven hun gordijnen dicht als hij de gemeenschappelijke zitplaatsen kwam schoonmaken en verzorgen – het klusje dat hij als relatief jonge bewoner van de aanleunflat op zich had genomen. Zijn klantmanager bij de Sociale Dienst, die hem een half jaar eerder hartelijk welkom had geheten, was veranderd in een kille man die liefst schriftelijk met hem communiceerde.

Edland: „Ik heb mijn dossier opgevraagd en schrok van alle uitspraken van mijn buren, die anoniem worden opgevoerd. Ik ben met het rapport bij ze langs geweest en veel van hen zeiden dat Investiga ze verkeerd had geciteerd. Maar het valt allemaal niet te verifiëren, want er zijn geen ondertekende schriftelijke verklaringen”, zegt hij. „Ik vind dat een eng idee, dat ze je zo te grazen kunnen nemen zonder verantwoording af te leggen.”

„Ik heb bij de rechter gelijk gekregen, dus wettelijk en financieel komt het goed. Maar ik wacht nog steeds op een menselijk gebaar van de gemeente. Ze hebben mijn hele leven overhoop gehaald. Ik heb bijna anderhalf jaar geleefd van wat ik links en rechts kon lenen. Ook al heb ik op alle punten gewonnen, ik word nog steeds behandeld alsof het allemaal mijn schuld is geweest.”