Dáár is Rutte: in Atlanta, met een Vlaming in zijn schaduw

In Atlanta staat Mark Rutte midden in de aandacht. Zijn Vlaamse collega vindt dat echt niet erg, zegt hij.

Minister-president Mark Rutte probeert zijn Vlaamse collega Geert Bourgeois wat in de spotlights te zetten. Zonder al teveel succes. Foto Erik S. Lesser/EPA

Voor een zaal met Nederlandse en Vlaamse ondernemers, in de Amerikaanse stad Atlanta, verandert premier Mark Rutte zijn speech opeens in een talkshow act. Hij loopt met zijn microfoon over het podium en haalt ondernemers naar voren. Wie heeft op de eerste dag van de gezamenlijke handelsmissie van Nederland en Vlaanderen al iets héél moois voor elkaar gekregen?

Achterin de zaal steekt een man een flesje omhoog. Rutte roept naar de Vlaamse minister-president Geert Bourgeois, die op zijn plek op het podium is blijven staan: „Geert, dat is iemand met een biertje. Dat zal dan wel een Vlaming zijn, toch?”

Geert Bourgeois, prominent politicus van de Vlaams-nationalistische N-VA, wilde deze reis heel graag. Voor de regio Vlaanderen verhoogt het de status om met de regeringsleider van een land bij buitenlandse toppolitici en topbedrijven langs te gaan.

De voorganger van Bourgeois, Kris Peeters, was twee jaar geleden met Rutte in Texas. Maar Peeters is christen-democraat, de N-VA heeft al heel lang het idee dat Nederlandse politici het liefst afstand houden tot de Vlaams-nationalisten. Op zijn eerste officiële buitenlandse bezoek na zijn benoeming, vorig jaar, was Bourgeois in Den Haag en begon erover: gingen zij samen op handelsreis? Ja, natuurlijk, zei Rutte. „Gezellig, man.”

Hier was Rutte wél heel erg zichtbaar

Het thema van de driedaagse reis was financiële technologie, internetbeveiliging en logistiek. Er waren 55 Nederlandse bedrijven en 30 Vlaamse. Of het ook het succes was waarop Bourgeois hoopte?

In Nederland werd de afgelopen dagen geklaagd over de ‘onzichtbaarheid’ van Rutte na de onrust in het dorp Oranje over vluchtelingen. In Atlanta was hij juist zo overheersend zichtbaar dat er voor de wat bedeesde en zacht pratende Bourgeois (64) weinig aandacht overbleef. Dat werd hét thema in de Vlaamse berichtgeving: hoe de minister-president van Vlaanderen in Atlanta in de schaduw stond van Rutte.

De meereizende ondernemers zagen hoe Rutte wel zijn best deed om Bourgeois aandacht te geven. In elke speech noemde hij Bourgeois en Vlaanderen een paar keer, wat andersom lang niet altijd zo was.

Maar het was steeds Rutte die Bourgeois bij de bovenarm pakte om naar voren te stappen als er foto’s gemaakt moesten worden. Het was Rutte die als eerste begon te applaudisseren bij een optreden. Hij zakte ook als eerste door zijn knieën om met kinderen van de Nederlandse school in Atlanta te praten over hun tekeningen en draaide zich, anders dan Bourgeois, net op tijd om – om samen met de kinderen te poseren voor de camera’s.

Bourgeois had het nadeel dat Amerikanen niet begrijpen wat Flanders precies is. In het hoofdkantoor van Coca-Cola hing naast de Nederlandse vlag de vlag van België, niet die van Vlaanderen. En op schermen werden de Nederlandse en de Belgische delegaties welkom geheten.

Een minister-president van de deelstaat Vlaanderen zou kunnen denken dat het voor de handel niet zo slecht is om in elk geval herkenbaar te zijn. Als de Amerikanen België kennen, waarom zou je dat dan niet gebruiken?

Ondernemers met een biertje

Maar zo denkt een Vlaams-nationalist niet. Bourgeois had het in het openbaar niet één keer over België. De Belgische ambassadeur in de VS was mee op reis, maar kreeg – anders dan zijn Nederlandse collega – geen kans op een publieke rol in de missie.

„Rutte is een entertainer”, zei de ondernemer-met-het-biertje Nicolas Mertens van het bedrijf Sign2Pay nadat hij op het podium had mogen vertellen over zijn succes: een afspraak met een bedrijf dat een parkeerapp aanbiedt.

Bourgeois zelf zei gisteren aan het eind van de missie dat hij niets had gemerkt van Rutte’s ‘schaduw’. „We hebben een andere stijl. Maar stel je voor dat je hier twee van die grijze mannen zoals ik had. Dan was er voor journalisten weer iets anders geweest om over te schrijven.”