A’dam wijst 21 topinstellingen aan

Cabaret en beeldende kunst zijn ontbrekende disciplines onder Amsterdamse topinstellingen.

De stille kracht vanToneelgroep Amsterdam Foto Jan Versweyveld

Zeventien grote culturele instellingen in Amsterdam zijn bijna verzekerd van hun subsidie in de komende vierjarige subsidieperiode door opname in een nieuwe Amsterdamse ‘basisinfrastructuur’. Ook zijn daarnaast vier ‘cultuurhuizen’ in wijken buiten het centrum daarin opgenomen. Zij krijgen met 62,2 miljoen het leeuwendeel van het Amsterdamse kunstenbudget van 86,1 miljoen euro per jaar. Dat blijkt uit de Hoofdlijnen Kunst en Cultuur 2017-2020, die cultuurwethouder Kajsa Ollongren (D66) vandaag heeft gepresenteerd.

Onder deze instellingen zijn grote bekende en dus ook te verwachten namen als het Stedelijk en het Amsterdam Museum, het Concertgebouw, de Stadsschouwburg, Toneelgroep Amsterdam en Nationale Opera & Ballet. Verrassender namen zijn debatcentrum De Balie en Paradiso, vooral omdat popinstellingen en debatcentra sinds 2013 niet meer in de basisinfrastructuur van het Rijk voorkomen.

In april stemde de gemeenteraad in met het voorstel van Ollongren om deze basisinfrastructuur – de eerste op lokaal niveau – in te richten en de andere instellingen subsidie aan te laten vragen bij het Amsterdamse Fonds voor de Kunst. Dat was tegen het advies van de Amsterdamse Kunstraad in, die vreest voor verstarring en een tweedeling tussen Amsterdamse instellingen. Ollongren vereist echter van de instellingen in de basisinfrastructuur dat ze intensief samenwerken met andere instellingen in de stad. Door het nieuwe stelsel kan de gemeenteraad zich niet meer mengen in de subsidietoekenning aan individuele culturele instellingen.

In de basisinfrastructuur zijn instellingen opgenomen die ‘essentieel zijn’, ‘topkwaliteit leveren’, ‘als cultureel ondernemer een voorbeeldfunctie vervullen’ en ‘verantwoordelijkheid nemen voor culturele ketens’ . Zij moeten in een aanvraag nu aantonen dat ze aan de criteria voldoen. Voor deze instellingen is 2,5 miljoen euro extra uitgetrokken voor talentontwikkeling, verder zijn de huidige subsidiebedragen uitgangspunt voor de volgende periode.

De Meervaart, het Bijlmer Parktheater, Podium Mozaïek en de Tolhuistuin voldoen niet aan alle criteria, maar deze buurtaccommodaties komen in de basisinfrastructuur om culturele activiteiten meer over de stad te spreiden en meer lagen van de bevolking in aanraking te brengen met cultuur.

Belangrijke ontbrekende instellingen zijn de Kleine Komedie (waardoor cabaret niet in de basisinfrastructuur is vertegenwoordigd), muziekensembles als Asko/Schönberg of Amsterdam Sinfonietta, toneelgezelschappen als Orkater of Mug met de Gouden Tand en het Tropenmuseum. Ook ontbreken experimentele instellingen op het gebied van nieuwe digitale kunstvormen als Waag Society en Mediamatic en beeldendekunstinstellingen waaronder De Appel.

Al deze instellingen moeten aankloppen bij het Amsterdamse Fonds voor de Kunst, dat in het Kunstenplan een nieuwe rol heeft gekregen door te moeten beslissen over aanvragen voor vierjarige subsidies. Daarvoor kan het Fonds 21,4 miljoen euro verdelen. Daarnaast krijgt het 1 miljoen voor tweejarige subsidies aan nieuwe, jonge kunstinstellingen. Voor een nieuwe innovatiesubsidie is 1,5 miljoen euro uitgetrokken.