45 minuten klamme handen

De ‘coup’ van Philippe Petit, die op een draad tussen de Twin Towers liep, kreeg na 9/11 een nieuwe lading. Je beseft ineens wat vrijheid is.

Tot een paar jaar geleden hadden de meeste Amerikanen nooit van Philippe Petit gehoord. De Franse koorddanser haalde het in 1974 in zijn hoofd om op een illegaal gespannen metalen kabel tussen de net voltooide Twin Towers van het World Trade Center in New York heen en weer te lopen. Vierhonderd meter hoog, ruim zestig meter lang, zonder veiligheidslijn. Zijn waaghalzerij werd gadegeslagen door een paar duizend mensen, haalde de krant en werd daarna vergeten.

Inmiddels is Petit de hoofdpersoon van twee films, een kinderboek en een roman, alle verschenen in de jaren na de aanslagen van 11 september 2001 die de Twin Towers in puin achterlieten. Met het nieuwe 3D-spektakel The Walk van Robert Zemeckis wordt zijn reputatie bevestigd als man die even het trauma van 9/11 doet vergeten door het publiek mee terug te nemen naar een tijd toen, zoals zoveel Amerikaanse commentaren bij de film opmerken, „Amerika nog onschuldig was”.

Dat is een interessante paradox. Petits actie was, zoals we ook in de film horen, strafbaar om wel honderd redenen. Hoe wordt een rebel een held? Het individu dat met een combinatie van onschuld en vastberadenheid de wrede en willekeurige loop van de geschiedenis weerstaat, is in al Zemeckis’ werk een terugkerend thema. In die zin is Philippe Petit niet anders dan de tijdreizende Marty McFly uit Back to the Future, of Forrest Gump. In The Walk is het bovendien niet alleen de hoofdpersoon die de wetten van tijd en ruimte naar zijn hand zet, maar ook regisseur Zemeckis zelf. Door het digitaal weer optrekken van de wolkenkrabbers keert hij de geschiedenis om. The Walk is niet zomaar een reconstructie van een gebeurtenis, maar raakt een historisch trauma en bijbehorende taboes. Het is de eerste keer sinds 9/11 dat de Twin Towers weer zo nadrukkelijk in een film schitteren, aan het einde als fallische goudstaven in de zonsondergang. Ze worden niet meer digitaal weggepoetst, zoals vlak na de aanslag gebeurde.

Voor wie zich zorgen maakt over het bravourestaaltje van Petit: dat liep met een sisser af, zoals een paar jaar geleden al te zien was in de Oscar winnende documentaire Man on Wire van James Marsh. Die film focuste vooral op de ‘coup’ zoals Petit zijn actie noemde: de deels navertelde, deels nagespeelde voorbereidingen waren zenuwslopender dan een overvalfilm als Ocean 11 van Steven Soderbergh.

Die had Zemeckis ook wel mogen inhuren voor het scenario van The Walk, want dat is de eerste helft van de film ronduit belabberd. In korte kijkdoosepisodes, waarin Zemeckis alvast een beetje warm kan draaien met 3D-effectjes, vertelt Joseph Gordon-Levitt als Petit vanaf het platform onder de toorts van het Vrijheidsbeeld hoe het zo gekomen is. Die naïeve tableautjes met voice-over maken er bijna een kinderfilm van. Wat ook niet helpt is dat Gordon-Levitt met raar pruikje, lenzen en digitale facelift net zo’n uitdrukkingsloos gezicht krijgt als de digitale mensjes in Zemeckis’ The Polar Express.

Maar dat alles is vergeten als Petit voet op het koord zet en in de lege ruimte tussen de spooktorens stapt. Spectaculair! Ik heb tijdens een IMAX 3D-vertoning 45 minuten met zweet in m’n handen gezeten. Ook de camera laat nu de zwaartekracht en andere filmwetten los: niet voor niets wordt The Walk de aardse tegenpool van 3D-ruimtespektakel Gravity genoemd.

In een interview vergeleek Zemeckis onlangs Petit met guerrilla- en graffitiartiest Banksy. The Walk benadrukt dat echte kunst anarchie in zich draagt. Net als Banksy eist Petit de openbare ruimte op en demonstreert hij dat er een spanningsveld is tussen zijn vrijheid en de regelgeving die dat publieke domein toegankelijk houdt. Als iedereen tussen gebouwen gaat koorddansen, wordt het een zooitje. Maar zonder ruimte om boven de regels uit te stijgen vergeten we wat vrijheid is.

Het maakt Petit anders dan huidige streetrunners en abseilers die ter zelfpromotie stunts uithalen en die op YouTube zetten. Petit noemt het niet voor niets een ‘coup’, wat zowel staatsgreep als overrompelende theatrale actie kan betekenen. Het gaat niet louter om de stunt, maar ook om de conceptuele artisticiteit van planning en uitvoering: vergelijk het met inpakkunstenaars als Christo en Jean Claude.

In 1974 had Petits actie een kortstondig ontregelend effect. Nu zou hij eindeloos gefilmd en gedeeld worden, maar had hij nog steeds niet gearresteerd kunnen worden voordat hij vrijwillig van zijn draad stapte. Dat moment waarop we beseffen wat vrijheid is, geeft zijn daad in The Walk zijn symboolfunctie. Binnen de weinig eigenzinnigheid verdragende Hollywoodcontext gaat dat best ver.