‘Zo’n leven wil je niet tot een complot reduceren’

De beroemde cineast had veel vijanden en het onderzoek naar zijn moord op 2 november 1975 was een rommeltje. Een complot dus?

2 november 1975: het lichaam van Pasolini Foto ANP

In de vroege ochtend van 2 november 1975 vonden de carabinieri een lichaam van een 53-jarige man naast een stoffig voetbalveldje in havenplaats Ostia bij Rome. Hij was overreden door een auto na in elkaar te zijn geslagen, zo bleek uit blauwe plekken, botbreuken en geplette testikels.

Om half drie die nacht was het 17-jarige straatschoffie Giuseppe Pelosi, alias Pino de Kikker, opgepakt wegens te hard rijden in een zilverkleurige Alfa Romeo GT 2000. Die bleek toe te behoren aan Pier Paolo Pasolini, de wereldberoemde regisseur, schrijver, dichter, journalist. Pelosi bekende dat Pasolini hem die nacht bij station Termini had opgepikt voor seks. Na een dinertje – Pasolini at knoflookspaghetti, Pelosi dronk een biertje – waren ze naar Ostia gereden. Daar sloeg Pelosi hem tegen de grond, jatte zijn auto en overreed hem. Zaak gesloten: na deze bekentenis kreeg Pelosi 9,5 jaar.

En uiteraard geloofde geen weldenkend mens het. Het onderzoek was een rommelpotje, Pasolini’s auto werd die nacht gevolgd, en dat de iele Pelosi de atletische regisseur zo kon toetakelen achtte ook de rechter onaannemelijk. Hij veroordeelde Pelosi voor moord ‘in vereniging met anderen’, wat in hoger beroep uit het vonnis werd geschrapt. Meer daders dus: in de paranoïde jaren zeventig was dat al snel een complot. Het waren de ‘loden jaren’ van Italië, toen Rode Brigades, fascisten en maffiagroepen elkaar opbliezen en politici, zakenlieden, maffiosi en prelaten in vrijmetselaarsloges de buit verdeelden.

Dwarse provocateur

Rechts Italië ergerde zich al decennia aan de dwarse provocateur Pasolini, een fijnbesnaarde marxist en openlijke homoseksueel met een voorkeur voor ruige straatjongens, maar ook anti-abortus en vóór de politie (proletariërs) bij straatrellen met linkse studenten (rijkeluiszoontjes). Een moederskind dat voor de duvel niet bang was: eindeloos voor de rechter gedaagd, vervolgd, gecensureerd.

Vermoedens van boze opzet werden versterkt door zijn laatste, postuum uitgebrachte schandaalfilm, Salò, waarin de bourgeoisie in Mussolini’s hoofdstad anno 1944 in markies de Sade-stijl naakte jongeren stront voert en dood martelt. Een allegorie voor de consumentenmaatschappij, suggereerde Pasolini in een interview dat hij op zijn laatste dag gaf onder de kop ‘We zijn allen in gevaar’. School, reclame en vooral televisie walsen culturen en verschillen plat en indoctrineren iedereen tot amorfe middenklasse met als ideaal „hebben, bezitten en verwoesten”. Dit was een flexibel, dus erger soort fascisme, aldus Pasolini, dat ‘zielloze gladiatoren’ schiep die naar de koevoet grepen zo snel hun hebzucht werd gefrustreerd: „Ik ben in de hel geweest, en geloof me: hij komt op jullie af.”

En dan waren er nog de columns voor Corriere della Sera waarin Pasolini de heersende christen-democraten banden met de maffia en neofascisten verweet. Of zijn roman Petrolio, waarin hij die onheilige alliantie in 1962 achter de dood van directeur Enrico Mattei van olieconcern ENI zag.

Maar veel vijanden maken nog geen complot. Pasolini’s familie en vrienden zochten bewijs en vonden iets. Waarom had Pelosi zo weinig bloed van de tot pulp geslagen Pasolini op zijn kleren? Van wie was die groene sweater in de auto? Het leidde nooit tot arrestaties: toen Marco Tullio Giordana (La meglio gioventù) na uitputtend onderzoek in 1995 een documentaire maakte, bleek ook dat een woud vraagtekens en bange vermoedens.

Bekentenis ingetrokken

In 2005 leek er even schot in de zaak te komen toen Pelosi op televisie zijn bekentenis introk. Hij stelde dat Pasolini die nacht was doodgeslagen door drie mannen met een zuidelijk accent die hem voor ‘flikker’ en ‘communist’ uitmaakten: leden van de neofascistische MSI die Pelosi dwongen de schuld op zich te nemen. Maar toen Pelosi met steeds meer namen en beweringen kwam, leek hij vooral bezig zijn kwartier wereldfaam op te rekken. Daarna volgden meer verdachten en een verse complottheorie van Sergio Citti, een vriend van Pasolini. Hij stelde dat dieven die de biljarthal van Pelosi frequenteerden spoelen van Salò hadden gestolen: de regisseur kwam die nacht onderhandelen over losgeld, met Pelosi als koerier.

Acteur Willem Dafoe, die Pasolini speelt: „Helder is: Pasolini werd gruwelijk vermoord door een groep kerels. Volgden zij hem of hingen ze in Ostia rond? Werden ze getipt door Pelosi? Wij tonen de moord zonder uitleg. Terecht, je wilt zo’n leven toch niet tot een complot reduceren?”

Wat regisseur Abel Ferrara betreft mag het best een complot zijn. „Wie weet? Het was veertig jaar geleden en kan mij geen hol schelen. Complotten zijn voor kinderen die de realiteit niet onder ogen zien.” Feit is dat Pasolini veel risico nam door in zijn zilveren Alfa Romeo amorele schoffies op te pikken die hij in films als Accattone en Mama Roma verheerlijkte. „Gevaar was misschien deel van de kick. Wat zagen die jochies? Kijk die oude freak, die big shot regisseur in zijn hot shot auto.”

Ferrara schaart zich zo achter Pasolini-biograaf Enzo Siciliano, die geen politieke achtergrond zag, maar constateerde dat de moord een „katalysator werd voor collectieve walging over het systeem”. Zo werd Pasolini een martelaar. Ferrara: „Maar is het niet veel tragischer dat zo’n genie zo terloops sterft, met zijn hoofd vol plannen en ideeën? Ik vind dat wel.”